2013-10-27 12.56.37

Dat de zon schijnt en de lucht blauw is als ik dit schrijf, neemt niet weg dat het flink waait, en de hele ochtend regende, hier in Nijmegen. De herfst is het seizoen van melancholie, met weemoed terugdenken aan de dagen dat het weer mooi was (zoals gisteren nog, toen we de klok nog niet hadden verzet naar wintertijd). Zoals het geen zomer is, voordat ons meerdere dagen achter elkaar 25 graden en zon is toebedeeld, zo is het pas herfst als er meer bladeren van de boom zijn gewaaid dan er nog aan hangen. Tot die tijd is het nazomer. Herfst is het seizoen waarbij je nog best naar buiten wil, maar het weer je soms al tegenhoudt.

Ik hou en ik haat van de herfst. Ik haat van de herfst vanwege het weer, de koude en de donker wordende dagen, de straten die leger worden, mensen die zich haasten om ergens te komen. Maar ik hou van de herfst vanwege de melancholie, de onverwachte schoonheid en de muziek die ik zo vaak luister, die in dit seizoen net iets mooier tot zijn recht komt.

Thomas Dybdahl heeft eerder dit jaar zo’n plaat uitgebracht waarin – op enkele popliedjes na – die melancholie overheerst (de titel alleen al: What’s Left Is Forever). Het einde van de plaat verdrinkt haast in een strijkers en productie, maar wie er doorheen luistert hoort de verandering van de seizoenen. Ook uit de tekst spreekt verandering en verwachting:

Hold on, this next wave is a big one…

De golf is niet die van de zomerse zee, die waarin je duikt, maar van de stuimige zee waar je in herfstvakantie  langsloopt om uit te waaien. Net zoals de wind alle bladeren van de blaast en de regen de straten schoonspoelt, zo wassen de golven over alles heen. Het seizoen van de machtige natuur, de verandering, de onverwachte schoonheid en de melancholie die dit alles als een ware golf overspoelt. Dat is herfstheid. En die is er om te haten. En om van te houden.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.