13 albums

De dertien albums uit 2013 die je van mij in ieder geval nog even moet luisteren. In vrij willekeurige volgorde:

1
2
3
4
5
6 The National – Trouble Will Find Me
7 To Kill a King – Cannibals With Cutlery
8 The Boxer Rebellion – Promises
9 Daft Punk – Random Access Memories
10 KT Tunstall – Invisible Empire // Crescent Moon
11 Bell X1 – Chop Chop
12 Iron & Wine – Ghost On Ghost
13 Laura Marling – Once I Was An Eagle

Over veel albums heb ik het gisteren al gehad – of in ieder geval een liedje eruit gelicht, daarom bespreek ik hier alleen:

Turin Brakes – We Were Here

Niet dat deze regels je ervan gaan overtuigen het album nu wel te gaan luisteren, maar misschien dit liedje wel… Niet?

Villagers – {Awayland}

Absoluut een van de beste albums uit 2013, en zelfs een van de eerste die uitkwamen. Interessante productie, mooie liedjes en een houdbaarheidsfactor van minstens een jaar! De landschappen die deze band neerzet – ook live – zijn erg indrukwekkend.

To Kill a King – Cannibals with Cutlery

Album kwam dit jaar opnieuw uit – nu wel op een ‘echt’ label. Soms net iets netjes geproduceerd, maar dat doet weinig af aan de kracht van de liedjes. Voor muziekliefhebbers die graag ergens in het midden hangen tussen britrock en The National.

The Boxer Rebellion – Promises

Als een band van underrated naar commercieel succes gaat, hangt het denk ik van de kwaliteit van de muziek af hoe lang het duurt voordat ze overrated worden. Elbow worstelde jaren in de marge voordat ze doorbraken en hetzelfde geldt eigenlijk voor The Boxer Rebellion. Eindelijk scoorden ze hits en eindelijk speelden ze in uitverkochte zalen. Uiteraard zijn er bands die spannender albums hebben gereleased dit jaar (zie Villagers), maar ik vind het wel mooi dat zo’n vakband doorbreekt. Ik ben dan ook benieuwd wat hun volgende stap wordt. 

Bell X1 – Chop Chop

En toen dachten ze bij Bell X1… Al die electronica en die effecten, die hebben we helemaal niet nodig toch? En toen maakten ze een album vol goede muziek dat ergens in 2013 uitgroeide tot een van mijn favoriete albums van het jaar.  Slechts 9 liedjes die samenkomen in de afsluiter die de wel-of-niet-bestaande wereldcrisis persoonlijk maken. Geen idee hoe de wereld vergaat (will there be a fireball from the sky (…) or will the wrong guy get the code) maar het is wel relevant dat je met iemand overblijft die je vasthoudt als de wereld dan echt vergaat. Hold me it’s coming! 

Iron & Wine – Ghost on Ghost

Eén iemand die ik ken ergert zich zo erg aan de bandnaam Iron & Wine dat ik hem kan horen schreeuwen aan de andere kant van de Noordzee als ik over de band tweet. Dat probeer ik dus vooral ook niet te beperken. Want op de een of andere manier werkt Ghost on Ghost veel beter voor mij dan het vorige album, dat ik af en toe net te zeikerig vond. Hier vindt de inmiddels meerkoppige band een mooie balans tussen melodie, begeleiding, zang en puurheid.

Top 10 concerten

Nu wel een top, en maar 10, omdat het kan.

  1. Turin Brakes – St George’s Church – Brighton (23 nov)
    Ergens rond het einde van de set bij dit zitconcert begonnen er wat meisjes te dansen. Je weet wel, van die Engelse meisjes die al vroeg zijn begonnen met drinken (Oranjeboom bier, overigens). Er is er altijd eentje die niet zo goed tegen de drank kan. En vaak is die heel erg irritant – die gaat dan helemaal vooraan staan en andere mensen lastig vallen. Maar nu probeerden haar vriendinnen haar overdreven gedrag wat minder op te laten vallen door mee te dansen. Tijdens een zitconcert. En toen dachten wij tijdens de encore: kom we gaan erbij staan. En dat dachten meer mensen. En op een gegeven moment danste de halve zaal. De support act kwam terug (Kevin Pearce), zong een deuntje mee en zelfs de terughoudende middenklasse ging los. Er was een oude man die met zijn handen in de lucht zwaaide. Er waren jonge mensen die de band aanbeden alsof ze een boyband waren. Absoluut episch. Nog nooit een concert zo zien omslaan.
    http://www.youtube.com/watch?v=GPANAgqZfhk
  2. Tom McRae – De Duif – Amsterdam (18 mei)
    Soms is het ook maar net hoe je zo’n concert beleefd. Ik had Tom Mcrae al eerder gezien die week en na een leuke dag in Amsterdam grapte ik op Twitter dat ik best wel nog een keer kon gaan. Niet dat ik dat echt van plan was, ik was een gezellige dag aan het hebben en aan het winkelen en samen aan het eten. Maar ja, als je dan door de artiest zelf wordt uitgenodigd, ben je wel gek om niet te gaan. En ik vind het altijd leuk als ik mensen kan meeslepen naar concerten die specialer zijn dan ze verwachten. En Tom McRae kan sowieso weinig fout doen in zo’n speciale omgeving.
    http://www.youtube.com/watch?v=B6LzuZwSx3E
  3. Villagers – Paradiso – Amsterdam (3 mei)
    Villagers had ik eind 2012 al nieuw werk horen spelen, maar nu kenden we de nieuwe liedjes van {Awayland} en dat is toch een groot voordeel. En dus werd het niet alleen een gezellige avond met collega, maar ook een muzikale topper. Villagers zijn goed genoeg om stiekem te rocken, maar de intieme liedjes blijven het mooist… Dit is dan ook mijn favoriete zelfgemaakte gig video van het afgelopen jaar:
    http://www.youtube.com/watch?v=S8RkAj826H4
  4. Iron & Wine – Vredenburg – Utrecht (2 juni)
    Dertienkoppig geweld, daar is het moeilijk tegen vechten voor veel de acts in dit lijstje (niet allemaal overigens). Feilloos concert verder en er was ook ruimte voor het intiemere werk. Zie:
    http://www.youtube.com/watch?v=Yd80xQHr9Ls
  5. Turin Brakes – Shepherd’s Bush Empire – London (20 november)
    Jaja, Brighton was gaaf, maar zonder Brighton was de trip stiekem ook al geslaagd. Er waren blazers (voor het eerst in de historie bij een Turin Brakes concert), een enthousiast publiek en een setlist met nieuw en oud werk. En het was in London. Wat wil een mens nog meer? Nou ja, zo’n ervaring als in Brighton dus, maar dat wist ik toen nog niet.
    http://www.youtube.com/watch?v=IqP0cRop6ek
  6. The National – Heineken Music Hall – Amsterdam (7 november)
    Nog net voor we naar Zweden gingen een concert meegepakt, en wat voor één… The National leverden een top nieuw album af en een groot deel daarvan werd live ten gehore gebracht. Helaas duurde het even voor het geluid helemaal optimaal was, maar toen ging het ook los. Wist ik veel dat die zanger ook gewoon kei hard los kan gaan live en op de bar kan schreeuwen in de microfoon. Mooie visuele effecten ook en grande finale krijgt een nieuwe betekenis in mijn woordenboek.
  7. Steven Wilson – De Vereeniging – Nijmegen (23 oktober)
    Om te voorkomen dat ik in mijn eigen muzikale bubbel blijf hangen, leek het me een goed idee om met mijn oude huisgenoten mee te gaan naar Steven Wilson. Toch net iets andere koek, al voelde ik me nog bijzonder thuis bij opener Trains. Daarna ging het allemaal ietsje harder te werk en kon ik het concert nog het meest vergelijken met Genesis in de Amsterdam ArenA, in ieder geval qua liedstructuur. Gaaf waren de video’s die op de achtergrond en op een gegeven moment zelfs vóór het podium werden geprojecteerd. En verder was het een echt tof concert, ook al vond ik het 15-minuten-durende-liedje met stiltes enigszins overdreven. Doe effe normaal. Maak dan gewoon 3 losse liedjes.
  8. The Boxer Rebellion – Paradiso – Amsterdam (13 september)
    De heren blijven live prima overeind. Het concert voelt als een echte zegetocht. Ze wisten vast de zalen prima te vullen voor hun grote doorbraak, maar een uitverkochte menigte in de Paradiso, dat is toch wel een momentje. De galmende indierock gaat er dan ook als zoete koek in. En als de band het naar zijn zin heeft, heeft het publiek dat vaak ook. Dat blijkt vanavond maar weer. Smaakt naar meer.
  9. Tom McRae – Vredenburg Leeuwenbergh – Utrecht (16 mei)
    In de mooie zaal waar hij ook al een keer van Carice van Houten mocht spelen, dit jaar dus op zijn solotour. Voor beginnende concertgangers blijkt zo’n concert van McRae nog best lang. Toch probeert Tom wel degelijk met dynamiek te werken, zo goed en zo kwaad als het gaat zonder backing band. En het gevoel bekruipt mij dat we McRae hier op zijn puurst zien. Zijn liedjes (en verhalen tussendoor) doen het werk en er is geen prachtige cello die kan ondersteunen. En wat blijkt: McRae blijft met vlag en wimpel overeind.
  10. Alt-J – Vredenburg – Utrecht (26 februari)
    Onderaan de top 10, maar zeker niet slecht. Zeker niet.  Maar wel wat aan de korte kant. De band heeft dan ook pas één album gemaakt (en een of twee extra nummers). Dus het is de mannen vergeven. En het is ook niet zo dat iedere band lange verhalen tussen de liedjes hoeft te vertellen… Maar dan sta je gewoon best snel weer buiten na zo’n concert. Met het idee dat je meer wilt. En daar is het dan op wachten. Net als op de grote doorbraak. Maar als ze doorgaan, is die zeker aanstaande… 🙂

(Eervolle vermeldingen: !!! -> deze groep kan zeker een feestje bouwen – gezien in Nijmegen – en de support slots van Kevin Pearce in London en Brighton. Erg goed.)

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Lekker de camping op met wat vrienden, chillen in het gras, biertje erbij en genieten van de zon. Oh ja, en je favoriete bands natuurlijk. Het lijkt een ideaal weekend voor iedere muziekliefhebber. Toch spraken de grote festivals me nooit echt aan. Lowlands en Pinkpop: ik ben er nooit geweest. Lach me maar uit. De 3voor12-stream volgen: prima. Maar ik voelde nooit de behoefte om erheen te gaan. Eén keer ging ik een dag op en neer naar Best Kept Secret. Ik zag er onder andere The Tallest Man On Earth, Franz Ferdinand en The War On Drugs. En nog meer. Verder pakte ik eens een dagje Motel Mozaïque mee en het Naked Song Festival in Eindhoven. En natuurlijk loop ik als Nijmegenaar rond op het Valkhoffestival. Maar dat was het dan ook, tot ik me dit jaar liet overhalen om af te reizen naar Down The Rabbit Hole. Vooruit.

Vooruit, zeg ik, maar die camping kregen ze me niet op. Het was ook een last minute beslissing om nog te gaan, en om nu ook nog een tent te regelen. Het leek mij beter om de spreekwoordelijke kat uit de boom te kijken en dus op en neer te gaan naar Ewijk/Beuningen of waar De Groene Heuvels zich ook mogen bevinden. Op de fiets, dacht ik op dag één, maar met veertien kilometer straffe wind en open veld op de route besloot ik op dag twee de OV-optie te nemen. Naar station Wijchen dus – en daar met een nogal onvoorspelbare pendelbus naar het terrein. Niet ideaal, maar uiteindelijk acceptabel – ik had minder pech dan andere mensen die op en neer reisden met deze bus.

Dag drie kon ik een lift krijgen van een vriend met een auto: we lachten allebei over het gemak waarmee we richting het konijnenhol reden: “volgend jaar kan dit iedere dag joh!” En toen werden we, op 200 meter van het terrein, rechtsaf gestuurd, terug de snelweg op en na een omleiding van zeker een kwartier – dat is een verdubbeling van de reistijd – bereiken we alsnog het parkeerterrein. Conclusie: je kunt beter blijven slapen op het terrein.

MAAR IS DAT WEL ZO? Want iedere ochtend hoorde ik horrorverhalen, ofwel van de afgelopen nacht, ofwel van eerdere festivals. Over loeiende generatoren, over lallende mensen, of gewoon over vieze Hollandse regen, die omdat het tentdoek net niet helemaal lekker strak staat, gewoon de tent inkomt. Maar verder is het genieten hoor, op zo’n festivalcamping. Lekker in de rij voor de douches of acrobatische toeren op een vieze wc-bril een grote boodschap verkondigen. Nee, toen ik ‘s morgens wakker werd in mijn eigen bed, uitgeslapen en wel, kon ik er weer vol tegenaan. Vergelijk dat met de meewarige, verslagen mensen die op de zondag al vertrokken omdat ze er genoeg van hadden… Dat gaat toch tegen het motto “we verkopen geen dagkaarten dus everybody is in for the whole ride” in…

Dus natuurlijk mag je mij uitlachen, uitschelden voor luxepoes of ‘geen echte’, maar als ik dan zo’n meerdaags festival moet doen, dan doe ik het op mijn eigen manier. Want natuurlijk hou ik wel van gezelligheid, maar niet van halfdronken idioten. Ik kom zo’n terrein op en denk de eerste tien minuten: ik draai weer om… Natuurlijk hou ik van ‘s avonds goede gesprekken voeren, maar niet in een doorweekte tent. Nee, deze jongen was er heel blij mee dat hij ‘s avonds naar huis kon en ‘s morgens weer fris op kon staan. Mijn festivalplezier wordt niet vergroot door een legging te kopen en aan te trekken omdat mijn andere kleren doorweekt zijn. Of door de derde dag heenworstelen omdat ik geen oog heb dichtgedaan.

Want daardoor heb ik dus in vrij optima forma gezien – in chronologische volgorde: Nick Mulvey (jeej), Bear’s Den, Bonobo (jeej), Sinkane (mijn ontdekking van het festival) Moderat (meh), Spinvis (jeej), Moss, Soulwax (had ik van kunnen genieten als ik niet helemaal achteraan naast een paar Wijchenaren had gestaan die over hun werk aan het kleppen waren – ik ga nu een experimenteel theaterstuk opzetten waarbij ik een headliner laat spelen en tegelijkertijd een groep mensen met luide stem er overheen laat kletsen), Fleet Foxes (niet echt een zaterdagavondband helaas), The Avalanches (haha), Spoon (duizend hartjes voor Spoon), Xavier Rudd (iets te veel clichés met zijn tuinbroek enzo, maar wel een gave didgeridoo), War Paint (matig geluid daar, net als bij veel andere acts trouwens) en Father John Misty (zo gaaf!). Het was vet, muzikaal was het mooi en het was gezellig. En als ik weg wilde, kon ik weg.

Ik heb dit weekend geleerd dat je festivals vooral op je eigen manier moet doen, want dat doet iedereen. En mijn manier is dus niet all-in de camping op met kutweer. Mijn manier is met enig comfort, een introvertveilige zone en vooral genieten van de muziek. Want dat heeft Down The Rabbit Hole dus wel gedaan: ik realiseerde me weer hoe tof ik bandjes, singer-songwriters en zelfs elektronische acts vind. En hoe weinig ik er eigenlijk ken.

Dus misschien doe ik in de toekomst nog wel eens een festivalweekend. En wellicht ook wel Down The Rabbit Hole. Maar dan doe ik het wel op mijn manier. En ik zeg niet dat die beter is, maar ik word er in ieder geval gelukkiger van. En ik geniet er niet minder om.

N.b. overigens heb ik dus op de organisatie van Down The Rabbit Hole niet veel aan te merken, behalve dat het festivalterrein dus duidelijk niet in Beuningen is én dat de pendelbus vanaf Nijmegen relaxter zou zijn geweest voor vrijwel iedereen, dat het geluid soms tegenviel en dat de omleidingsroute wel extreem was… Maar ja, verder dus wel props. 😉