Privacy als goed voornemen

Als ik in 2014 één goed voornemen zou moeten hebben, dan zou het zijn dat ik meer op mijn privacy moet gaan letten.

Ik heb weinig meer te verbergen, vrees ik. En ik weet nog wanneer we internet kregen thuis. Ik slinger van alles het internet op, echter maar zelden iets waar ik me niet 100% comfortabel bij voel. Ik let heus wel op wat ik wel en niet deel. En toch vermoed ik dat je, als je de databases van Twitter, Facebook, Google, Microsoft en Apple met elkaar zou combineren, je een heel eind zou komen met het reconstrueren van mijn leven sinds – pakweg – mijn 13de. Dat is niet zo erg, omdat ik sinds mijn dertiende weinig ernstige vergrijpen heb gepleegd. Ik heb niet gehandeld in illegale wapens, of terroristische organisaties informatie doorgespeeld. Veel erger dan een keer zonder licht fietsen wordt het niet.

Totdat er natuurlijk een regime aan de macht komt dat het strafbaar maakt om akoestische muziek te luisteren, omdat mannen er mietjes van worden en vrouwen bij wegdromen en beide gevolgen de productiviteit van de maatschappij ondermijnen. Dan ben ik genaaid. Daarom snap ik het niet zo goed dat mensen banger zijn voor bedrijven dan voor overheden.

Dat bedrijven alles van je weten kan op een gegeven moment tegen je gaan werken, dat snap ik. Dan krijg je niet alleen persoonlijke aanbiedingen, maar ook persoonlijke ontmoedigingen. Dat een bepaald product voor jou duurder is, bijvoorbeeld, omdat je zo vaak sigaretten koopt. Het wordt een kwalijke zaak als bedrijven of producten zelf bepalen of je iets kan of mag kopen.

Maar overheden zijn ook niet per se goede gegevensbeheerders in minder fijne situaties. Er hoeft maar een populistische idioot op te staan die een bepaald slag mensen niet oké vindt, en dan is zo’n database vol persoonlijke gegevens ineens bijzonder handig. Het zal niet de eerste keer zijn dat een goede persoonsadministratie een nieuw regime van pas komt. Aan de andere kant is zo’n DigiD natuurlijk super handig. Gebruiksgemak of risico? Die afweging is maar moeilijk te maken.

Dat is natuurlijk ook het probleem: er is geen goed alternatief, tenzij je accepteert dat je voor ALLES meer moeite moet doen. En dan nog, je kunt je nauwelijks nog op internet bewegen zonder dat Google, Facebook en andere giganten een profiel van je construeren. Zit je niet op Facebook, reken maar dat Facebook toch weet wie je bent.  Darknets zijn vooral nog dat: schimmige donkere plaatsen op het net, waar de schijn meteen tegen je is… Terwijl ze voor bepaalde zaken best een alternatief zouden kunnen zijn. Zoals Clive Thompson op Wired schreef:

But what if lots of ­people started using Darknets some of the time? Having a parallel Internet—or better yet, many parallel ones—could be terrifically useful. You could run your main social life on Facebook on the Clearnet but duck into Hyperboria or a Tor-­hidden service for socializing and reading and writing that you don’t want hoovered up by spy agencies or ad networks.
(Wired, oktober 2013)

Want dat iedereen alles van me kan weten, betekent immers nog niet dat ik daar blij van word.

Maar dat betekent nog niet DAT iedereen alles van me mag weten. Bedrijf noch overheid. Want zowel bedrijven als overheid kunnen in tien jaar tijd zo veranderen dat ik toch niet meer zo blij met ze ben. Ik zie, zoals gezegd, nog geen sluitende alternatieven. Maar ik denk wel dat het in 2014 goed is om eens na te denken over het privacy-vraagstuk en dan niet uitgaande van ‘ik heb niks te verbergen.’ Want dat is helemaal niet zo relevant. Wat relevant is, is wat je wel en niet publiekelijk wilt delen online. En over alle andere dingen, van internetbankieren tot een met een selecte vriendengroep “NO SHAME, ALLES ONLINE!!!1!”-fotoalbums, daar moeten we dit jaar maar eens over nadenken… Of internet daar wel de plek is. Of dat we daar iets anders voor moeten verzinnen…

Geef een antwoord