Dinsdag kondigt Apple weer een nieuwe generatie iPhones aan. Dat is mooi, want mijn huidige iPhone is aan vervanging toe en een nieuwe glimmende Apple-telefoon staat dan natuurlijk bovenaan mijn lijstje. Ik zit namelijk al een paar jaar stevig in het Apple ecosysteem vastgeroest en daar pluk ik steeds meer voordelen van. En nadelen ook, maar die horen bij ieder systeem.

Vanaf heel, heel snel wordt het mogelijk om te bellen op je computer via je telefoon. En om verder te surfen waar je gebleven was op je iPad of iPhone… En dat is het begin. Waar het op lijkt? We lijken eindelijk van smartphone naar understandphone te gaan: de telefoon die probeert te snappen wat je wilt doen, in plaats van een telefoon die eindeloos relevante én niet-relevante info blijft aanleveren. Het zal nog even duren voordat we er echt een in onze zak hebben zitten, maar ik geloof niet dat we als westerse beschaving het blijven pikken dat we worden gespamd met notifications. Ik in ieder geval niet.

Voor mij zijn het moeilijke tijden als tech-liefhebber. Aan de ene kan wordt steeds meer mogelijk en dat maakt mij enthousiast… Aan de andere kant wil ik duidelijker kunnen bepalen waar ik wel en niet aan mee wil doen en ergens de grens kunnen trekken. En vooral ook wanneer ik die grens wel en niet wil trekken. Ik wil een device dat ik niet hoef uit te leggen wanneer ik gestoord wil worden met bepaalde info, en wanneer niet… De eerste tekenen van dat soort diensten zijn er al, denk aan Google Now die je meteen vertelt hoe lang het duurt om thuis of op je werk te komen vanaf je huidige locatie. Maar het kan en moet nog veel verder gaan. We worden nu afgeleid door onze telefoons terwijl we ondersteund moeten worden. Dat komt namelijk onze productiviteit ten goede en dat is nog steeds een groot streven in de economie, toch?

Met relevante informatie wanneer je die nodig hebt, daar staat of valt volgens mij ook die hele smartwatchhype mee. Ik heb nog geen enkele smartwatch gezien die ik om mijn arm wil hebben. Apple heeft er nog geen uitgebracht, maar de tijd tikt door en het lijkt er nu van te gaan komen.

Zo’n ding moet mijn leven makkelijker maken, niet me nog sneller afleiden. Prima dat zo’n apparaat mijn bloeddruk en baardgroei (haha, nee toch?) kan meten, maar daarvoor ga ik geen honderden euro’s uitgeven bovenop de euro’s die ik aan mijn telefoon uitgeef. Die vitals heb ik nauwelijks nodig en het is een keuze of je wilt dat een apparaat die voor je bijhoudt. En van die keuze moet die aankoop niet afhangen. Want dan zeggen heel veel mensen nee.

Nee, zo’n smartwatch moet bepaalde taken in je leven uitvoeren. Zo makkelijk dat je er nu één wilt en niet snapt hoe je ooit zonder heb gekund. Dingen als helpen bij het hardlopen of de apparaten in huis uitzetten en snel de juiste mensen bellen – en oh ja, de tijd aangeven – kan iedereen verzinnen. Dus dat moet ‘ie op zijn minst doen. Maar het feit want het is niet mijn baan horloges te verzinnen. En het alleen als fashion item in de markt zetten dat verder nergens wezenlijk aan bijdraagt… Daar zouden dit soort technologiebedrijven inmiddels boven moeten staan.

Zo’n smartwatch moet eigenlijk zo handig, cool en hip zijn dat je er zes maanden mee voor gek wilt lopen om je arm, totdat iedereen het ineens cool vindt (zie: tablets, smartphones, gsm’s etc.). En ja, zo’n telefoon kun je nog wegstoppen. Zo’n horloge zit om je pols, dus die zie je veel vaker – zeker als ie groot is en opvalt. Dus de lat ligt hoog.

Ik heb voor mijn verjaardag in juni een nieuw horloge gekregen, Zweeds. Het is klassiek maar strak en minimalistisch. En vooral analoog. Hij geeft de tijd aan en de datum – al moet ik die een dag vooruitdraaien als de maand maar dertig dagen heeft. Het belangrijkste eigenschap van mijn nieuwe horloge: hij valt niet op, maar als ik hem nodig heb is hij prettig om naar te kijken en doet hij wat hij moet doen: tijd en datum aangeven.

Zo’n smartwatch moet ik hebben. En tot die tijd draag ik deze. En daar word ik gewoon een beetje blij van. Ik herhaal: de lat ligt hoog.  En de tijd tikt door.

v03d-brblwh1300x640_1

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 4 Comments

4
  1. “de telefoon die probeert te snappen wat je wilt doen, in plaats van een telefoon die eindeloos relevante én niet-relevante info blijft aanleveren”
    Echt, wil je dat? Je wilt dat Apple en Facebook en Google vanaf nu bepalen wat relevante informatie voor je is? Zelfs als we aannemen dat deze bedrijven de beste bedoelingen hebben is het een slecht idee. Het internet krimpt: je ziet alleen de dingen die je al gezien/geliked hebt, de ideeën van mensen waar je het mee eens bent, een wereld gebouwd op je impulsieve beslissingen in het verleden. Een droom?

    1. Hier moeten we nog maar eens over praten Sjoerd ;).
      Ik wil niet dat het internet krimpt, ik wil dat het behapbaar wordt. Sowieso wil ik niet dat die bedrijven dat bepalen, maar dat de technologie dat probeert. Dat als ik op de fiets zit ik niet hoef aan te zetten dat ik niet lastig wil worden gevallen omdat ik dan op het verkeer wil letten, maar dat als ik dan toch op mijn horloge kijk, dat ik dan een kaartje zie van waar ik ben. Dat soort gedrag wil ik van technologie. Op momenten dat ik op zoek wil gaan naar nieuwe dingen, moet ik die ruimte uiteraard krijgen. Ik zou zeker niet willen dat je in een soort bubbel van je eigen interesses en likes wordt gedwongen. Daar zou ik echt depressief van worden. Maar dat is ook niet wat ik daar schreef. Relevante info kan ook iets totaal onverwachts zijn of een herinnering van een spelletje wat ik al drie weken niet heb gespeel: maar die wil ik wel op een saaie zondagmiddag als het regent en ik niets te doen heb, maar niet als ik te laat ben voor een afspraak en niet weet waar ik ben en snel een adres moet vinden.

        1. Nee, Sjoerd!! Technologie! Niet de fabrikant. Dat moet afgescheiden worden en zo snel mogelijk ook. Natuurlijk weet Apple (etc.) nu waar je bent. Maar we moeten er zo snel mogelijk naar streven dat dit niet meer het geval is.
          Ik ben ook zeker voornemens dit initiatief te gaan steunen als het haalbaar blijkt:
          https://ind.ie/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

N.

Nieuw jaar, nieuwe Mac

Kun je vrienden zijn met je computer? Niet iedereen zal warme gevoelens koesteren jegens zijn digitale werkpaard, maar ik wel. Net vóór ik begon bij mijn eerste baan, kocht ik – toen ik nog net recht had op onderwijskorting – een iMac. Het was een hele grote, wel 27”, die ook meteen de tv zou zijn in mijn studentenkamer en later in mijn studio. Ik heb er de nodige films en series op gekeken, ja, maar er ook heel veel opgewerkt: teksten geschreven, websites gemaakt, software gereviewed, van alles. Jarenlang deed hij alles wat er op wilde, zelfs af en toe een spelletje. 

Een paar jaar geleden kreeg hij kuren. De grafische kaart deed het niet meer. Via YouTube-video’s kwam ik erachter dat dit euvel te verhelpen was door de kaart uit de iMac te halen en kort in de oven te bakken. Zo gezegd, zo gedaan. Dik twee jaar lang kon ik mijn iMac nog blijven gebruiken. Tot deze zomer, dan. Net voor ik een livestreamsessie voor Ether Site zou doen met een Duitse vriend, gaf de grafische kaart wederom de geest. Paniek! Snel alles op een andere geleende laptop geïnstalleerd… Sindsdien had ik, op mijn iPad na, geen echte computer meer. En dat was best jammer. Je kunt best veel op een iPad tegenwoordig, maar niet alles…

Eerlijk gezegd vertoonde de relatie met mijn iMac al een aantal jaar scheurtjes. In mijn appartement, waar ik in 2015 (volgens mij) naar toe verhuisde, had ik eigenlijk geen goede plek voor de iMac. Het apparaat stond op de slaapkamer, met het idee “dan kunnen we er soms film op kijken” – maar dat deden we eigenlijk nooit. En als ik de iMac nodig had voor ‘werk’, moest ik ‘m verhuizen naar de woonkamer. Als ik eerlijk ben, stond die gigagrote iMac nu vooral in de weg. 

En dus scheidden onze wegen eind 2020. Ja, ik deed in de herfst nog een poging om de videokaart nogmaals te redden, maar er brak een kabeltje bij het repareren en dat was de druppel: hier was geen redden meer aan. Daarom besloot ik een nieuwe te bestellen. 

Het is een Mac mini geworden. Een redelijk klein apparaat wat ik overal in huis kan neerzetten, net waar ik wil. Waar ik op kan inloggen met mijn iPad, maar die ik ook kan aansluiten op een beeldscherm of op de tv. En die ik kan verstoppen als ik ‘m niet nodig heb. Het is een hopelijk veelzijdig beestje, dat zich zal aanpassen naar gelang mijn gebruik door de jaren zal veranderen.

Afgelopen maandag kwam hij binnen. De eerste software heb ik geïnstalleerd en de eerste klusjes heb ik er zelfs al op gedaan. Ik heb er voor het eerst dit stukje op geschreven en ik heb getest of ik weer mee kan doen met een spelletje Age of Empires II, wat mijn vrienden online af en toe spelen. Het antwoord lijkt: ja!

Ik weet niet of deze Mac mini het ook tien jaar volhoudt. Het is een (iets) goedkoper apparaat dan de vorige iMac uit 2009, maar ik hoop er weer jaren mee vooruit te kunnen. We gaan het zien. 

Ondertussen staat mijn oude iMac nog in een hoek in de slaapkamer. Nadat de bestanden die ik nodig heb, zijn overgezet, gaat ‘ie waarschijnlijk op Marktplaats. De onderdelen zijn vast nog wat waard. Het voelt een beetje als een onwaardig afscheid. Straks staat ‘ie waarschijnlijk onder “available for parts” op Marktplaats. Terwijl we tien jaar samen hebben kunnen nerden, bijna elf jaar zelfs. Samen hebben we de eerste tien jaar van mijn werkende leven doorgemaakt. Maar het eind is gekomen. Hij weet er, zodra ik de harde schijf heb gewist, niet veel meer van. Maar ik zal ‘m niet gauw vergeten.