Wekenlang werd ernaar afgeteld. Teaserposter na teaserposter werd op de socialmediakanalen geslingerd: Bad Blood – de nieuwe video van Taylor Swift zou een Sin City / Marvel-achtig spektakel worden met niet alleen Taylor Swift, maar ook zestien BFF’s in glansrollen – van collega-zangeressen tot Victoria’s Secret modellen. Wie na de tiende aankondiging dacht “hoe gaan ze in vredesnaam van alles wat mij lief is zoveel sterren in één muziekvideo tot hun recht laten komen”, heeft een vooruitziende blik. Want dat lukt inderdaad niet. En dat is een beetje jammer.

Auteur: Stefan Meeuws

Het nummer Bad Blood, van Taylors fantastisch verkopende popalbum 1989 is een van de meest badass liedjes op de plaat. Waar Taylor Swift vroeger nog wel eens openlijk huilde van verdriet (He’s the reason for the teardrops on my guitar) of klaagde (Why you gotta be so mean?), is ze inmiddels stoerder en feministischer geworden. Bad Blood is het hoogtepunt wat dat betreft op 1989, het liedje waarin ze volgens de geruchten een ruzie met Katy Perry uitvecht. De tekst is vaag genoeg om dat in het midden te laten, maar de video gooit nog wat kolen op het vuur door Selena Gomez te casten als de bad girl die haar beste Katy Perry imitatie laat zien.

De video begint namelijk nog veelbelovend. Een vechtscène met Taylor Swift als Catastrophe en Gomez als ene Arsyn die een paar mannen een kopje kleiner maken, waarna Arsyn Catastrophe verraadt door haar uit het raam van het kantoorgebouw te gooien. Haar val wordt gebroken door een mooie auto (zonde!). Tot zover goed, het lied begint Baby Now We Got Bad Blood…. Het geheel heeft wat meer een Marvel-vibe dan de Sin City-invloeden die bleken uit de teaserposters, maar een kniesoor die daarop let.

Wat volgt is een flinterdun verhaal waarin Taylor Swift weer wordt opgelapt en met al haar sisters in crime de wraakaanval inzet voor een explosieve finale. Tenminste, als je dat een beetje kunt volgen. Want je krijgt heel veel prikkels. Héé er zit een rap in van Kendrick Lamar. Héé dat is Lena Dunham. Héé dat is Ellie Goulding. Héé dat is die ene van Paramore. Hee, is dat niet? Nee, die ken ik niet. Ondertussen gebeurt er eigenlijk heel weinig: Taylor loopt rond, Taylor zit in een doorzichtige auto, het sneeuwt. Taylor is aan het trainen met een Karlie Kloss. Taylor zit op een hippe motor. Lena Dunham rookt sigaren. In de finale ontploft er heel veel, maar een echte confrontatie blijft uit. bad-ass-explosion

Daar was misschien ook geen budget voor, het is immers maar een muziekvideo, maar je gaat toch denken aan de gemiste kans. Taylor Swift trommelt al haar vriendinnen op – inclusief de inmiddels 49-jarige Cindy Crawford. Er is budget, maar dat wordt vervolgens gespendeerd om al die cameo’s in vier minuten af te werken met wat explosies en blue screens. En dat terwijl Taylor voor haar video I Knew You Were Trouble nog twee nodeloze minuten spendeerde aan een of andere monoloog, voordat de muziekvideo zelf begon. Rek ‘m dan op. Als je dan toch de grootste popster van dit moment bent geworden, doe dan wat Michael Jackson in zijn hoogtijdagen deed en plak er een intro en een outro aan en maak er een verhaaltje van met een climax. En doseer al die bekendheden een beetje. Nu wordt er in de video te veel gedaan in te korte tijd en heeft de video daardoor relatief weinig impact.

Hoewel deze gif van Ellie Goulding natuurlijk wel briljant is:

el-bad-bloodEn je nieuwe handtas in nun-chucks omtoveren is inderdaad een coole truc:

cara-bad-blood

Het moge duidelijk zijn. Bad Blood lijkt vooral gemaakt voor de gifjes die je van de video kunt maken en niet zo zeer om een nieuwe standaard te zetten voor epische, filmische videoclips die de hedendaagse actiefilms op de hak nemen. Dat spreekt dan in ieder geval nog voor Bad Blood: het wordt hoogtijd dat er een bad ass actiefilm met (meer) vrouwen komt. Want na 48 uur staat het aantal views al op 20 miljoen – dus er is een markt voor lijkt me. Het enige jammere is dat deze video daar een soort pilot voor had kunnen zijn. In plaats daarvan is het een vier minuten durende aaneenschakeling van gifjes en dat past vast helemaal bij deze tijd, maar als je het als minifilm probeert te volgen, is het soms zelfs irritant hoe er telkens een nieuw personage bij komt. Zo’n kans als deze komt natuurlijk niet meer, want reken er maar niet op dat er dit jaar een grotere muziekvideo uit gaat komen met zoveel sterren en zoveel actie. Dat is Swift dan toch maar mooi gelukt. Maar wel zielig voor het beertje.

tswift-beertje

Copyright GIFS / Video: Taylor Swift / Vevo 

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Lekker de camping op met wat vrienden, chillen in het gras, biertje erbij en genieten van de zon. Oh ja, en je favoriete bands natuurlijk. Het lijkt een ideaal weekend voor iedere muziekliefhebber. Toch spraken de grote festivals me nooit echt aan. Lowlands en Pinkpop: ik ben er nooit geweest. Lach me maar uit. De 3voor12-stream volgen: prima. Maar ik voelde nooit de behoefte om erheen te gaan. Eén keer ging ik een dag op en neer naar Best Kept Secret. Ik zag er onder andere The Tallest Man On Earth, Franz Ferdinand en The War On Drugs. En nog meer. Verder pakte ik eens een dagje Motel Mozaïque mee en het Naked Song Festival in Eindhoven. En natuurlijk loop ik als Nijmegenaar rond op het Valkhoffestival. Maar dat was het dan ook, tot ik me dit jaar liet overhalen om af te reizen naar Down The Rabbit Hole. Vooruit.

Vooruit, zeg ik, maar die camping kregen ze me niet op. Het was ook een last minute beslissing om nog te gaan, en om nu ook nog een tent te regelen. Het leek mij beter om de spreekwoordelijke kat uit de boom te kijken en dus op en neer te gaan naar Ewijk/Beuningen of waar De Groene Heuvels zich ook mogen bevinden. Op de fiets, dacht ik op dag één, maar met veertien kilometer straffe wind en open veld op de route besloot ik op dag twee de OV-optie te nemen. Naar station Wijchen dus – en daar met een nogal onvoorspelbare pendelbus naar het terrein. Niet ideaal, maar uiteindelijk acceptabel – ik had minder pech dan andere mensen die op en neer reisden met deze bus.

Dag drie kon ik een lift krijgen van een vriend met een auto: we lachten allebei over het gemak waarmee we richting het konijnenhol reden: “volgend jaar kan dit iedere dag joh!” En toen werden we, op 200 meter van het terrein, rechtsaf gestuurd, terug de snelweg op en na een omleiding van zeker een kwartier – dat is een verdubbeling van de reistijd – bereiken we alsnog het parkeerterrein. Conclusie: je kunt beter blijven slapen op het terrein.

MAAR IS DAT WEL ZO? Want iedere ochtend hoorde ik horrorverhalen, ofwel van de afgelopen nacht, ofwel van eerdere festivals. Over loeiende generatoren, over lallende mensen, of gewoon over vieze Hollandse regen, die omdat het tentdoek net niet helemaal lekker strak staat, gewoon de tent inkomt. Maar verder is het genieten hoor, op zo’n festivalcamping. Lekker in de rij voor de douches of acrobatische toeren op een vieze wc-bril een grote boodschap verkondigen. Nee, toen ik ‘s morgens wakker werd in mijn eigen bed, uitgeslapen en wel, kon ik er weer vol tegenaan. Vergelijk dat met de meewarige, verslagen mensen die op de zondag al vertrokken omdat ze er genoeg van hadden… Dat gaat toch tegen het motto “we verkopen geen dagkaarten dus everybody is in for the whole ride” in…

Dus natuurlijk mag je mij uitlachen, uitschelden voor luxepoes of ‘geen echte’, maar als ik dan zo’n meerdaags festival moet doen, dan doe ik het op mijn eigen manier. Want natuurlijk hou ik wel van gezelligheid, maar niet van halfdronken idioten. Ik kom zo’n terrein op en denk de eerste tien minuten: ik draai weer om… Natuurlijk hou ik van ‘s avonds goede gesprekken voeren, maar niet in een doorweekte tent. Nee, deze jongen was er heel blij mee dat hij ‘s avonds naar huis kon en ‘s morgens weer fris op kon staan. Mijn festivalplezier wordt niet vergroot door een legging te kopen en aan te trekken omdat mijn andere kleren doorweekt zijn. Of door de derde dag heenworstelen omdat ik geen oog heb dichtgedaan.

Want daardoor heb ik dus in vrij optima forma gezien – in chronologische volgorde: Nick Mulvey (jeej), Bear’s Den, Bonobo (jeej), Sinkane (mijn ontdekking van het festival) Moderat (meh), Spinvis (jeej), Moss, Soulwax (had ik van kunnen genieten als ik niet helemaal achteraan naast een paar Wijchenaren had gestaan die over hun werk aan het kleppen waren – ik ga nu een experimenteel theaterstuk opzetten waarbij ik een headliner laat spelen en tegelijkertijd een groep mensen met luide stem er overheen laat kletsen), Fleet Foxes (niet echt een zaterdagavondband helaas), The Avalanches (haha), Spoon (duizend hartjes voor Spoon), Xavier Rudd (iets te veel clichés met zijn tuinbroek enzo, maar wel een gave didgeridoo), War Paint (matig geluid daar, net als bij veel andere acts trouwens) en Father John Misty (zo gaaf!). Het was vet, muzikaal was het mooi en het was gezellig. En als ik weg wilde, kon ik weg.

Ik heb dit weekend geleerd dat je festivals vooral op je eigen manier moet doen, want dat doet iedereen. En mijn manier is dus niet all-in de camping op met kutweer. Mijn manier is met enig comfort, een introvertveilige zone en vooral genieten van de muziek. Want dat heeft Down The Rabbit Hole dus wel gedaan: ik realiseerde me weer hoe tof ik bandjes, singer-songwriters en zelfs elektronische acts vind. En hoe weinig ik er eigenlijk ken.

Dus misschien doe ik in de toekomst nog wel eens een festivalweekend. En wellicht ook wel Down The Rabbit Hole. Maar dan doe ik het wel op mijn manier. En ik zeg niet dat die beter is, maar ik word er in ieder geval gelukkiger van. En ik geniet er niet minder om.

N.b. overigens heb ik dus op de organisatie van Down The Rabbit Hole niet veel aan te merken, behalve dat het festivalterrein dus duidelijk niet in Beuningen is én dat de pendelbus vanaf Nijmegen relaxter zou zijn geweest voor vrijwel iedereen, dat het geluid soms tegenviel en dat de omleidingsroute wel extreem was… Maar ja, verder dus wel props. 😉