Muzikaal gezien staat de zomer bekend als de periode dat bands en artiesten festivals plat spelen met ‘greatest hits’ shows. Maar het is ook traditiegetrouw de periode dat de nieuwe werken voor NA die zomer worden aangekondigd en nog even snel wat albums van artiesten worden gedropt die het meestal lekker doen in de auto op een hete zomerdag. En laten er nou een hoop artiesten bij zitten van wie we al een tijdje niks meer hadden gehoord. Hoewel er een aantal 50+’ers bij zitten, noem ik ze maar even de Comeback Kids van 2016. Een overzicht.

Red Hot Chili Peppers – Dark Necessities

Wanneer komt het moment dat je als artiest denkt: misschien moet ik eens wat vaker mijn t-shirt aanhouden? Zanger Antony Kiedis is 53 mensen. Maar in deze door Olivia Wilde (fun fact!) geregisseerde clip trekt ie zijn t-shirt uit en springt ie rond alsof het 2001 is. Dark Necessities houdt het midden tussen klassieke RHCP-liedjes en wat rondere, vollere arrangementen. Alsof het randje er een beetje vanaf is, maar dat hetgeen dat er voor terug is gekomen de heren niet verkeerd staat. Datzelfde gevoel bekruipt me bij de titeltrack van The GetawayEn eigenlijk is dat een goed ding, want van het vorige album I’m With You (2011) kan ik me letterlijk geen enkel nummer voor de geest halen. En haat de Chili Peppers hoeveel je wil, stiekem zijn ze zo’n band die je als kind van de jaren ’80 je hele adolescente leven heeft achtervolgd. Dus dan is het best leuk als ze weer iets doen wat goed te pruimen is.

Leuk dat ze terugzijn? Ja
Essential listening? Hmm, net dan… 

KT Tunstall – Evil Eye

KT Tunstall is nog niet helemaal terug, maar wel bijna. Haar album heeft nog geen naam, maar kan wel al besteld worden. Dus lang gaat het niet meer duren, vooral niet omdat er al een gloednieuwe EP uitkwam op vrijdag 17 juni. Na het introspectieve, folky en vermoedelijk daarom wat minder succesvolle Invisible Empire / Crescent Moon uit 2013 verhuisde Tunstall naar Los Angeles om aldaar soundtracks te gaan maken. Dat deed ze niet zonder succes, alleen werden de films waarvoor ze schreef nog niet echt succesvol. Enfin, met haar nieuwe Golden State EP maakt Tunstall weer gewoon de vette gitaarpop die ons doet denken aan Suddenly I See en Black Horse & The Cherry Tree. Genieten dus.

Leuk dat ze terug is? JAAA!
Essential listening? Nou ja, essentieel is een groot woord. Maar oké.

Eric Clapton – Spiral

Ericje Clapton is natuurlijk nooit echt bekend geworden vanwege zijn wereldveranderende songs, en dus mag ik eigenlijk niet verbaasd zijn dat zijn 23ste (!) studioalbum I Still Do weer een sterk staaltje middle-of-the-road blues en gitaarmuziek is geworden. Wel jammer dat Edje Sheeran op het album  opduikt, dat was echt even een partijtje niet nodig (dat hele nummer niet), maar er zullen vast een paar cd’s extra door worden verkocht. Of koopt niemand meer cd’s? Enfin, je zou zeggen dat mensen dat doen vanwege Claptons iconische gitaarspel, niet vanwege Ed. Of hebben de mensen dat al vaak genoeg gehoord?

Leuk dat ie terug is? Meh. Oké.
Essential listening? Nou ja, er zijn vast betere Clapton-platen om op te zetten.

Paul Simon – Wristband

Weet je wat lachen is? Dat je de hele wereld over tourt, 74 bent, nog steeds platen maakt en dan gewoon een klein liedje maakt over dat je per ongeluk via de artiestenuitgang het gebouw uitloopt en dan niet meer naar binnen kunt. Hoe menselijk wil je het hebben? Het gaat nergens over (zelfs niet in het laatste couplet als Simon nog een poging doet om de tekst wat breder te trekken want sommige mensen krijgen NOOIT een wristband in hun leven, letterlijk en figuurlijk), maar dat maakt ook niet uit. Wat wel uitmaakt is dat het nummer op een album staat – Stranger to Stranger – dat ik wel durf uit te roepen tot zijn beste sinds Graceland. Klassiek melodisch in stijl, maar met avontuurlijke arrangementen en best vaak grappige teksten.

Blij dat ie terug is? Hell yea! 
Essential listening? Ja.

Passenger – Somebody’s Love

Passenger is op zoek naar een nieuwe hit na het wereldsucces van Let Her Go. Niet dat vorige album Whispers een totale flop was, maar hij verkocht duidelijk minder goed dan All The Little Lights en het had ook geen iconische hit. Dat gaat onze Mike Rosenberg niet nog een keer gebeuren met zijn nieuwe album Young As The Morning, Old As The Sea (een titel die overigens ook gewoon in plat Nederlands kan worden uitgesproken) en dus zijn de ingrediënten van Let Her Go in de blender gegooid (meezingbaar, repetitief, romantisch en niet te ingewikkeld) en is Somebody’s Love het resultaat. En net zoals hij in zijn vorige wereldhit veel woorden nodig had om te zeggen dat je soms pas weet wat je mist als je het niet meer hebt, heeft hij hier veel woorden nodig om te zeggen dat er best nog wel eens een tijd kan komen dat je iemand nodig hebt in je leven, ook al zou je nu spreekwoordelijk in je eentje met je boot de zee opgaan. NIET LETTERLIJK NATUURLIJK. Het is een metafoor. Dat je dat na 10 keer luisteren wel gehoord hebt, is dan maar zo. Jij kan de radio in ieder geval nog uitzetten. Hij moet het nummer nog tig jaar live spelen. En Let Her Go ook.

Blij dat ie terug is? Meh.
Essential listening? Voor liefhebbers van tegeltjeswijsheden

 

Foto Red Hot Chili Peppers: Steve Keros (Warner Brothers Records)

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Lekker de camping op met wat vrienden, chillen in het gras, biertje erbij en genieten van de zon. Oh ja, en je favoriete bands natuurlijk. Het lijkt een ideaal weekend voor iedere muziekliefhebber. Toch spraken de grote festivals me nooit echt aan. Lowlands en Pinkpop: ik ben er nooit geweest. Lach me maar uit. De 3voor12-stream volgen: prima. Maar ik voelde nooit de behoefte om erheen te gaan. Eén keer ging ik een dag op en neer naar Best Kept Secret. Ik zag er onder andere The Tallest Man On Earth, Franz Ferdinand en The War On Drugs. En nog meer. Verder pakte ik eens een dagje Motel Mozaïque mee en het Naked Song Festival in Eindhoven. En natuurlijk loop ik als Nijmegenaar rond op het Valkhoffestival. Maar dat was het dan ook, tot ik me dit jaar liet overhalen om af te reizen naar Down The Rabbit Hole. Vooruit.

Vooruit, zeg ik, maar die camping kregen ze me niet op. Het was ook een last minute beslissing om nog te gaan, en om nu ook nog een tent te regelen. Het leek mij beter om de spreekwoordelijke kat uit de boom te kijken en dus op en neer te gaan naar Ewijk/Beuningen of waar De Groene Heuvels zich ook mogen bevinden. Op de fiets, dacht ik op dag één, maar met veertien kilometer straffe wind en open veld op de route besloot ik op dag twee de OV-optie te nemen. Naar station Wijchen dus – en daar met een nogal onvoorspelbare pendelbus naar het terrein. Niet ideaal, maar uiteindelijk acceptabel – ik had minder pech dan andere mensen die op en neer reisden met deze bus.

Dag drie kon ik een lift krijgen van een vriend met een auto: we lachten allebei over het gemak waarmee we richting het konijnenhol reden: “volgend jaar kan dit iedere dag joh!” En toen werden we, op 200 meter van het terrein, rechtsaf gestuurd, terug de snelweg op en na een omleiding van zeker een kwartier – dat is een verdubbeling van de reistijd – bereiken we alsnog het parkeerterrein. Conclusie: je kunt beter blijven slapen op het terrein.

MAAR IS DAT WEL ZO? Want iedere ochtend hoorde ik horrorverhalen, ofwel van de afgelopen nacht, ofwel van eerdere festivals. Over loeiende generatoren, over lallende mensen, of gewoon over vieze Hollandse regen, die omdat het tentdoek net niet helemaal lekker strak staat, gewoon de tent inkomt. Maar verder is het genieten hoor, op zo’n festivalcamping. Lekker in de rij voor de douches of acrobatische toeren op een vieze wc-bril een grote boodschap verkondigen. Nee, toen ik ‘s morgens wakker werd in mijn eigen bed, uitgeslapen en wel, kon ik er weer vol tegenaan. Vergelijk dat met de meewarige, verslagen mensen die op de zondag al vertrokken omdat ze er genoeg van hadden… Dat gaat toch tegen het motto “we verkopen geen dagkaarten dus everybody is in for the whole ride” in…

Dus natuurlijk mag je mij uitlachen, uitschelden voor luxepoes of ‘geen echte’, maar als ik dan zo’n meerdaags festival moet doen, dan doe ik het op mijn eigen manier. Want natuurlijk hou ik wel van gezelligheid, maar niet van halfdronken idioten. Ik kom zo’n terrein op en denk de eerste tien minuten: ik draai weer om… Natuurlijk hou ik van ‘s avonds goede gesprekken voeren, maar niet in een doorweekte tent. Nee, deze jongen was er heel blij mee dat hij ‘s avonds naar huis kon en ‘s morgens weer fris op kon staan. Mijn festivalplezier wordt niet vergroot door een legging te kopen en aan te trekken omdat mijn andere kleren doorweekt zijn. Of door de derde dag heenworstelen omdat ik geen oog heb dichtgedaan.

Want daardoor heb ik dus in vrij optima forma gezien – in chronologische volgorde: Nick Mulvey (jeej), Bear’s Den, Bonobo (jeej), Sinkane (mijn ontdekking van het festival) Moderat (meh), Spinvis (jeej), Moss, Soulwax (had ik van kunnen genieten als ik niet helemaal achteraan naast een paar Wijchenaren had gestaan die over hun werk aan het kleppen waren – ik ga nu een experimenteel theaterstuk opzetten waarbij ik een headliner laat spelen en tegelijkertijd een groep mensen met luide stem er overheen laat kletsen), Fleet Foxes (niet echt een zaterdagavondband helaas), The Avalanches (haha), Spoon (duizend hartjes voor Spoon), Xavier Rudd (iets te veel clichés met zijn tuinbroek enzo, maar wel een gave didgeridoo), War Paint (matig geluid daar, net als bij veel andere acts trouwens) en Father John Misty (zo gaaf!). Het was vet, muzikaal was het mooi en het was gezellig. En als ik weg wilde, kon ik weg.

Ik heb dit weekend geleerd dat je festivals vooral op je eigen manier moet doen, want dat doet iedereen. En mijn manier is dus niet all-in de camping op met kutweer. Mijn manier is met enig comfort, een introvertveilige zone en vooral genieten van de muziek. Want dat heeft Down The Rabbit Hole dus wel gedaan: ik realiseerde me weer hoe tof ik bandjes, singer-songwriters en zelfs elektronische acts vind. En hoe weinig ik er eigenlijk ken.

Dus misschien doe ik in de toekomst nog wel eens een festivalweekend. En wellicht ook wel Down The Rabbit Hole. Maar dan doe ik het wel op mijn manier. En ik zeg niet dat die beter is, maar ik word er in ieder geval gelukkiger van. En ik geniet er niet minder om.

N.b. overigens heb ik dus op de organisatie van Down The Rabbit Hole niet veel aan te merken, behalve dat het festivalterrein dus duidelijk niet in Beuningen is én dat de pendelbus vanaf Nijmegen relaxter zou zijn geweest voor vrijwel iedereen, dat het geluid soms tegenviel en dat de omleidingsroute wel extreem was… Maar ja, verder dus wel props. 😉