Het is zover. Hij is gekozen. Donald Trump wordt de volgende president van de Verenigde Staten. Boze kiezers hebben gesproken, de rest van het electoraat blijft verbaasd achter. De muziekwereld heeft er in ieder geval alles aan gedaan om Trump-stemmers te ontmoedigen. Zij leverde met projecten als 30 days, 50 songs in ieder geval een grote bak met protestliederen nog voordat er ook maar één stem was geteld. Een selectie van tevergeefse liederen en opnames. 

Voornaamste bron van anti-Trump-muziek de afgelopen maand was 30 days, 50 songs. Het initiatief werd begonnen door Amerikaanse schrijver Dave Eggers als 30 days, 30 songs, maar naar verluid wilden zo veel artiesten meedoen dat het project werd uitgebreid. De tijdsdruk was hoog, de kwaliteitscontrole kneep hier en daar een oogje toe, maar dat mag de pret niet drukken. Er zijn in ieder geval een aantal bijzondere nummers waar we even bij stil mogen staan nu Donald Trump daadwerkelijk President Elect is. En er zijn meer protestliederen die niet mochten baten…

Until The Ribbon Breaks – “Goodnight America”

‘Pro America, anti creeping nausea, pro choice, anti anything else’, is dit nummer, volgens de band, en geschreven vanuit het perspectief van de Republikeinse kandidaat. ‘Let’s build a wall, actually I’m rich, so fuck you all.’ Het mocht niet baten.

Moby and the Void Pacific Choir – Little Failure

Introtechnisch gezien doet dit nummer uit 30 days, 50 songs me vooral denken aan de hardrockversie van Här Kommer Pippi Långstrump door de Black IngvarsGelukkig gaat het daarna snel in een andere richting. Raar genoeg zou je van een bekende naam als Moby wel wat meer views mogen verwachten, maar ook dit nummer heeft minder dan 20.000 views verzameld, net als veel andere hits in deze lijst. Het is in ieder geval een nummer dat ongegeneerd op de man speelt. Best fijn. Al is de meezingfactor hier beperkt. Dat zit beter bij Moby’s andere bijdrage aan 30 days, 50 songs, maar helaas is de tekst daarvan dusdanig patronizing dat je spontaan op Trump zou gaan stemmen. Maar aangezien ook dat nummer minder dan 20.000 views heeft, denk ik niet dat het enige impact heeft gehad.

The New Resistance – The Anti-Trump Song

Ik wilde net een alinea beginnen met: The Anti-Trump Song begint net als een aantal andere bijdragen in deze lijst met quotes van Trump zelf, om daarna… Wat is dit voor herrie? Nee, hier ga ik geen woorden vuil aan maken. Maar goed, misschien houd je wel heel erg van dit soort muziek. Knock yourself out.

Franz Ferdinand – Demagogue

Misschien ben ik te kritisch op de nummers in deze lijst. Er wordt natuurlijk niet maanden gewerkt aan dit soort protestnummers. Zeker niet de 30 days, 50 songs-nummers, die vaak in een paar dagen tot stand zijn gekomen. Maar dit nummer van Franz Ferdinand vind ik erg goed gelukt voor dusdanige tijddruk, met actuele referenties en een aardige climax in de tweede helft.

Cold War Kids – Locker Room Talk

Hun laatste woorden waren:
‘At this point in the game, taking a shot at Trump almost feels unnecessary.’

Aimee Mann – Can’t You Tell?

Aimee Mann probeerde zich te verplaatsen in Donald Trump zelf. Ze kwam tot de conclusie dat Trump helemaal geen president wilde worden, maar vooral een punt wilde maken. ‘Isn’t anybody going to stop me? I don’t want this job.’ En het mooiste is dat dit liedje nog best houdbaar is na de verkiezing, want dit nummer kan de soundtrack zijn voor iedere incompetente ziel die op basis van populariteit ineens ergens de baas is geworden.

Death Cab For Cutie – A Million Dollar Loan

In het begeleidend schrijven bij dit nummer op de website van 30 days…, deelt Death Cab For Cutie een grappig bedoeld nep-interview, waarin Donald Trump op Fox News zegt dat hij het nummer dat DCFC heeft gemaakt toch terrible vindt. En dat hij het niet heeft gehoord. Het was grappig geweest als het nummer niet daadwerkelijk terrible was geweest. Of ja, de muziek is nog best prima, maar de tekst voelde al bij het verschijnen gedateerd en is allesbehalve bijtend vergeleken met andere nummers uit dit project. En als je dan toch aan een project meedoet waarbij je energie steekt in het haten van iets, dan kun je het maar beter goed doen.

Laura Gibson & Dave Pepper – Where Were You

Het valt nog te bezien wie er het meest onder gaat lijden, dat Donald Trump de verkiezingen heeft gewonnen. Maar vrouwen zijn een goede kanshebber. Laura Gibson vindt het hartverscheurend dat zo’n groot deel van Amerika denkt dat Trump hun enige optie is en voelt het verraad naar die burgers al aankomen. ‘It’s a lie…’ Haar nummer is dan ook verdrietig alsof er harten zijn gebroken, maar bevat ook zinnen als: ‘Where were you? You never cared much, Too busy pressing your body against somebody you felt was yours to touch.’ Pijnlijk goed, dit nummer.

EL VY – Are These My Jets?

Om dan toch maar op een vrolijke noot te eindigen… Niet elk nummer hoeft Donald Trump letterlijk en expliciet de grond in te stampen. EL VY – bestaande uit Matt Berninger, van The National, en Brent Knopf (Ramona Falls, Menomena) – kiest voor een WTF-aanpak, waarbij je je afvraagt wat het in hemelsnaam met Trump te maken heeft. Tot je de zin ‘I was rocking back and forth, feeding on the fear of course’ hoort. Bonus: je kunt het spelletje in de videoclip echt spelen. Volgens de band helpt het bij de ‘genezing’. Nou, we gaan het zien, de komende vier jaar.

Alle liederen uit het 30 days, 50 songs project zijn te horen op de officiële website en vaak ook op Spotify en andere streamingdiensten.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Lekker de camping op met wat vrienden, chillen in het gras, biertje erbij en genieten van de zon. Oh ja, en je favoriete bands natuurlijk. Het lijkt een ideaal weekend voor iedere muziekliefhebber. Toch spraken de grote festivals me nooit echt aan. Lowlands en Pinkpop: ik ben er nooit geweest. Lach me maar uit. De 3voor12-stream volgen: prima. Maar ik voelde nooit de behoefte om erheen te gaan. Eén keer ging ik een dag op en neer naar Best Kept Secret. Ik zag er onder andere The Tallest Man On Earth, Franz Ferdinand en The War On Drugs. En nog meer. Verder pakte ik eens een dagje Motel Mozaïque mee en het Naked Song Festival in Eindhoven. En natuurlijk loop ik als Nijmegenaar rond op het Valkhoffestival. Maar dat was het dan ook, tot ik me dit jaar liet overhalen om af te reizen naar Down The Rabbit Hole. Vooruit.

Vooruit, zeg ik, maar die camping kregen ze me niet op. Het was ook een last minute beslissing om nog te gaan, en om nu ook nog een tent te regelen. Het leek mij beter om de spreekwoordelijke kat uit de boom te kijken en dus op en neer te gaan naar Ewijk/Beuningen of waar De Groene Heuvels zich ook mogen bevinden. Op de fiets, dacht ik op dag één, maar met veertien kilometer straffe wind en open veld op de route besloot ik op dag twee de OV-optie te nemen. Naar station Wijchen dus – en daar met een nogal onvoorspelbare pendelbus naar het terrein. Niet ideaal, maar uiteindelijk acceptabel – ik had minder pech dan andere mensen die op en neer reisden met deze bus.

Dag drie kon ik een lift krijgen van een vriend met een auto: we lachten allebei over het gemak waarmee we richting het konijnenhol reden: “volgend jaar kan dit iedere dag joh!” En toen werden we, op 200 meter van het terrein, rechtsaf gestuurd, terug de snelweg op en na een omleiding van zeker een kwartier – dat is een verdubbeling van de reistijd – bereiken we alsnog het parkeerterrein. Conclusie: je kunt beter blijven slapen op het terrein.

MAAR IS DAT WEL ZO? Want iedere ochtend hoorde ik horrorverhalen, ofwel van de afgelopen nacht, ofwel van eerdere festivals. Over loeiende generatoren, over lallende mensen, of gewoon over vieze Hollandse regen, die omdat het tentdoek net niet helemaal lekker strak staat, gewoon de tent inkomt. Maar verder is het genieten hoor, op zo’n festivalcamping. Lekker in de rij voor de douches of acrobatische toeren op een vieze wc-bril een grote boodschap verkondigen. Nee, toen ik ‘s morgens wakker werd in mijn eigen bed, uitgeslapen en wel, kon ik er weer vol tegenaan. Vergelijk dat met de meewarige, verslagen mensen die op de zondag al vertrokken omdat ze er genoeg van hadden… Dat gaat toch tegen het motto “we verkopen geen dagkaarten dus everybody is in for the whole ride” in…

Dus natuurlijk mag je mij uitlachen, uitschelden voor luxepoes of ‘geen echte’, maar als ik dan zo’n meerdaags festival moet doen, dan doe ik het op mijn eigen manier. Want natuurlijk hou ik wel van gezelligheid, maar niet van halfdronken idioten. Ik kom zo’n terrein op en denk de eerste tien minuten: ik draai weer om… Natuurlijk hou ik van ‘s avonds goede gesprekken voeren, maar niet in een doorweekte tent. Nee, deze jongen was er heel blij mee dat hij ‘s avonds naar huis kon en ‘s morgens weer fris op kon staan. Mijn festivalplezier wordt niet vergroot door een legging te kopen en aan te trekken omdat mijn andere kleren doorweekt zijn. Of door de derde dag heenworstelen omdat ik geen oog heb dichtgedaan.

Want daardoor heb ik dus in vrij optima forma gezien – in chronologische volgorde: Nick Mulvey (jeej), Bear’s Den, Bonobo (jeej), Sinkane (mijn ontdekking van het festival) Moderat (meh), Spinvis (jeej), Moss, Soulwax (had ik van kunnen genieten als ik niet helemaal achteraan naast een paar Wijchenaren had gestaan die over hun werk aan het kleppen waren – ik ga nu een experimenteel theaterstuk opzetten waarbij ik een headliner laat spelen en tegelijkertijd een groep mensen met luide stem er overheen laat kletsen), Fleet Foxes (niet echt een zaterdagavondband helaas), The Avalanches (haha), Spoon (duizend hartjes voor Spoon), Xavier Rudd (iets te veel clichés met zijn tuinbroek enzo, maar wel een gave didgeridoo), War Paint (matig geluid daar, net als bij veel andere acts trouwens) en Father John Misty (zo gaaf!). Het was vet, muzikaal was het mooi en het was gezellig. En als ik weg wilde, kon ik weg.

Ik heb dit weekend geleerd dat je festivals vooral op je eigen manier moet doen, want dat doet iedereen. En mijn manier is dus niet all-in de camping op met kutweer. Mijn manier is met enig comfort, een introvertveilige zone en vooral genieten van de muziek. Want dat heeft Down The Rabbit Hole dus wel gedaan: ik realiseerde me weer hoe tof ik bandjes, singer-songwriters en zelfs elektronische acts vind. En hoe weinig ik er eigenlijk ken.

Dus misschien doe ik in de toekomst nog wel eens een festivalweekend. En wellicht ook wel Down The Rabbit Hole. Maar dan doe ik het wel op mijn manier. En ik zeg niet dat die beter is, maar ik word er in ieder geval gelukkiger van. En ik geniet er niet minder om.

N.b. overigens heb ik dus op de organisatie van Down The Rabbit Hole niet veel aan te merken, behalve dat het festivalterrein dus duidelijk niet in Beuningen is én dat de pendelbus vanaf Nijmegen relaxter zou zijn geweest voor vrijwel iedereen, dat het geluid soms tegenviel en dat de omleidingsroute wel extreem was… Maar ja, verder dus wel props. 😉