Elbow heeft een nieuwe single. En hij is weer ontzettend Elbow. Magnificent (She Says) is rijk georkestreerd, met herhalende elementen, werkend naar een climax en explosie van triomfant geluid. Elbow speelt deze troefkaart vaker, denk aan de grote hit One Day Like This en single-van-de-vorige-plaat New York Morning. Voor mij werkt het nog altijd het beste op Station Approach, één van de beste Elbow-nummers ooit gemaakt. Over mijn dagelijkse treinreis. 

Het liedje Station Approach is de openingstrack van het album Leaders of The Free World uit 2005. Dit was het derde album dat verscheen van de heren, met het radiohitje Forget Myself. Dit was mijn eerste echte kennismaking met Elbow, na wel al jaren Red te hebben geluisterd maar verder niet echt onderzoek te hebben gedaan naar de Britse rockband.

De grote doorbraak van Elbow zou pas bij het volgende album komen, maar Leaders of the Free World is de voorbode van het succes in toon en stijl. Na het donkere Asleep in the Back en het veel hoopvollere Cast of Thousands vindt Elbow hier de balans, zij het nog niet zo succesvol als op The Seldom Seen Kid. En Station Approach is het nummer waarop je het goed hoort. De opbouwende partijen, beginnend met een subtiele gitaar en de climax in bombast, de herhalende vocalen en coupletten die melancholie oproepen en tegelijkertijd ook euforie. Perfectie.

Misschien heb ik wel een bijzondere band met dit nummer omdat ik treinforens ben. Ik plan mijn treinreis zorgvuldig. Niet eens bewust, op een zeker moment doe je het gewoon. Ik weet waar ik in moet stappen om de drukte te vermijden of de looptijd op het station van aankomst zo prettig en kort mogelijk te maken. Ik weet naar welk perron ik moet overstappen en hoe ik daar het snelst kom. Het is alsof ik als stofje een machine invlieg en precies weet waar het vuil zich ophoopt. Ik reken erop dat de machine zich gedraagt zoals altijd en uit het raam starend zie ik de bekende gebouwen en natuur, wetend waar ik terecht komt. Het worden vrienden. Het lijkt alsof ik ze zelf heb gemaakt. Alsof ik thuis kom.

Station Approach gaat over dat gevoel van thuiskomen:

I haven’t been myself of late
I haven’t slept for several days but
Coming home I feel like I
Designed these buildings I walk by

De gitaar en het ritme doen me zelfs een beetje denken aan de trein. En Elbows vrienden van The Soup Collective maakten een mooie video bij het nummer voor de limited edition dvd:

Ook in dit nummer zit een welbekend Elbow- mantra in de stijl van Throw-those-curtains-wide:

I never know what I want but I know when I’m low that I,
I need to be in the town where they know what I’m like and don’t mind

Het is een geruststellend mantra: er zijn weinig zekerheden in het leven, alleen dat je soms op een plek moet zijn waar je je thuisvoelt. Duidelijkheid vind je daar en structuur. Dat alles is zoals het was en zoals het zal zijn. Nieuwe dingen zijn tof, soms, maar sommige dingen moeten bij hetzelfde blijven.

Mijn treinreis vertrekt ’s morgen van station Nijmegen, spoor 1A en daar kom ik ’s avonds ook weer aan. Dus ik ben dan ook ernstig gepikeerd dat vanaf 11 december, als de nieuwe dienstregeling van de NS ingaat, mijn trein ineens van spoor 4A vertrekt. Dat is twee trappen extra en minstens drie minuten lopen in de spits. En dan moet ik ook nog vechten om een plek zodat ik mijn treinreis kan blijven optimaliseren voor het aankomststation. Nee, hier ben ik niet blij mee. Het klopt allemaal niet meer. Ik zit vast in de machine. Mijn ritme wordt verstoord. Thuis voelt niet meer als thuis. De wereld is kapot lieve mensen.

Is er dan niets dat hoop biedt?

Jawel. De nieuwe single van Elbow biedt hoop.

It’s all gonna be magnificent, she says.

Dat hoop ik dan maar Elbow. Dat hoop ik dan maar.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

E.

Emigreren naar Cambridge

Enigszins verbaasd grapte één van de bandleden van mijn favoriete band: over het feit dat ik dit concert had bezocht: “En toen besloot je maar naar Cambridge te komen?”

Natuurlijk is Cambridge geen Londen, of andere wereldstad, maar ik heb letterlijk Engelse gehuchten bezocht onder de rook van Londen om mijn favoriete band te zien. Van die gehuchten met een supermarkt, een pub en een pinautomaat en verder niks behalve het desbetreffende poppodium. Zit ik daar dan een dag of twee met verder niet veel op het programma. Nee, dan Cambridge, dat is in ieder geval nog een toffe studentenstad met een bak historische monumenten waar je van gaat watertanden.

Plus het was een verademing na een hectische paar maanden met een nieuwe baan, veel persoonlijke plannen en ontwikkelingen – leuk en minder leuk. Ik was wel toe aan een vakantie en dus kwam een trip naar mijn favoriete wereldstad – Londen dus – als geroepen.

In het kader van “Stefan gaat groen” gingen we bovendien voor het eerst naar Londen met de trein. Alvast wat tips voor reizen met de Eurostar:

  • Het is op veel manieren ideaal, alleen als je daarvoor en daarna nog met andere treinen moet reizen, kost het wel veel tijd (je moet immers minimaal een half uur van tevoren door de poortjes zijn in Brussel/Amsterdam/Londen etc.
  • Boek op tijd, anders is het heel duur.
  • Als je moet wachten op de trein in Londen en je hebt genoeg tijd, ga dan even langs bij de British Library in Londen. Is awesome, en om de hoek bij station St. Pancras International. Gratis tip.

Ik vond het reizen zeker niet vervelender dan vliegen, maar met name met de terugreis zijn we een dag bezig geweest (van 10 uur ‘s morgens tot 8 uur ‘s avonds). Dat voelt dan toch zonde van de tijd. Maar met vliegen kun je zomaar ook zes, zeven uur kwijt zijn. Zeker als je nog wat vertraging oploopt tussen Londen Gatwick en Amsterdam, wat me meer dan eens is gebeurd.

Londen was weer Londen: druk, hectisch, maar ook levendig en altijd bijzonder. Dit keer struinden we door het Natural History Museum (heel vet) en een stukje Tate Modern (heel verantwoord) en bezochten we Camden. Het Natural History-museum had ik al eens bezocht, op de middelbare school, maar een terugkeer zat er daarna steeds net niet in. Dus nu zijn we er de trip maar mee begonnen. En leuk was het. Naast de indrukwekkende vaste collectie was er ook een toffe installatie genaamd ‘Museum of the Moon’, waar NASA-foto’s van de maan werden getoond op een gigantische bol in een donkere kamer met een surround sound ervaring (en gillende kinderen). Je schijnt er ook aan yoga te kunnen doen (als die kinderen er niet zijn).

We zaten in het ietwat ruige Harlesden, in een appartement wat kleiner leek dan mijn eerste studentenkamer. Daar vonden we een winkel met goedkope kruiden – dus die hebben we massaal geïmporteerd naar Nederland. Verder zijn we weinig in Harlesden geweest, behalve ‘s avonds laat en ‘s morgens vroeg. Dat was ook genoeg. Toen we aankwamen de eerste avond bleken we niet de goede code van het kluisje met de sleutel te hebben gekregen. Na anderhalf uur bellen – en te zijn vertrokken naar een ander hotel in de buurt in de hoop daar een kamer te kunnen krijgen – lukte het uiteindelijk toch nog om binnen te komen. Eindelijk belde iemand van de klantenservice me terug en na enkele pogingen “is het dan niet 8 1 3 1?” kregen we eindelijk de juiste code.

Ondanks de ruige wijk beleefde ik mijn spannendste momenten in Regent Park. Want dat je er aan de ene kant, die van London Zoo, in kan wandelen ‘s avonds, betekent nog niet dat je er aan de andere kant (Baker Street) uit kan zonder over een hek te moeten klimmen. Het kostte een paar pogingen en geestelijke en lichamelijke ondersteuning, maar ik overwon mijn hoogtevrees en bespaarde aardig wat tijd – dat park is best groot ineens als je in het donker op weg bent naar een metrostation.

Maar Cambridge, daar ben ik dus een beetje verliefd op geworden. Het centrum is zo opgebouwd dat je (onbewust) de hele tijd rondjes loopt. En ja, er komen aardig wat toeristen op al die oude universiteitsgebouwen en kerken af. En ja, er fietsen bijna net zo veel studenten als in de gemiddelde Nederlandse studentenstad, maar dan met helm op hipsterfietsen en in van die dure Engelse Peaky Blinders-jassen. Maar er zijn meer winkels om jezelf uren in te verliezen – om te beginnen een ontzettend grote Waterstones boekhandel die zich kan meten met die in Londen, en een verrassend groot geologisch museum met dinosaurussen, oude stenen en fossielen en soms gratis rondleidingen. Cambridge is ruimtelijk opgezet, met mooie grasparken en een rivier om aan te liggen in de zomer, of te sporten als je dat graag wil.

Het helpt als je met leuke vrienden bent, natuurlijk, en als het weer een beetje meezit. Tussen de stevige buien door, waren de grasvelden groen en de Botanische tuinen uitermate gezellig. In de regen kun je gewoon de kassen in daar, wat we dan ook hebben gedaan. Het was er al met al zo fijn, dat we spontaan gingen dromen over emigreren naar zo’n fijne Engelse stad. Dromen mag altijd toch?

En laten we het concert niet vergeten, ook dat was weer fijn. Mijn favoriete band speelde een akoestische set, voor het eerst in een jaartje of veertien, en een paar pareltjes uit het archief die ze al heel lang niet meer hebben gespeeld. Het was zo mooi dat het onmogelijk werd om je blijvend te ergeren aan het stelletje dat vooral bezig was met het maken van selfies met flits en kleffen. Na mijn moordneigingen te hebben onderdrukt, werd het toen toch weer een epische avond.

We sloten de vakantie af in een Britse pub, met Britse pub food en lager. Sinds een paar maanden ben ik vegetariër, en ik heb goed gegeten deze vakantie, maar nog niet in een Britse pub. Dus was het heel erg fijn om de vakantie af te sluiten in The Cambridge Brew House, waar de vega sharing platter een aanrader is. Dat was wat deze herfstvakantie nog miste: een avondje in de kroeg.

Het leven was goed daar. Dat dat duidelijk is. En we kunnen weer verder hier, wetende waar we het allemaal voor doen. En dromend van zo’n oud Engels huisje in Cambridge en nog veel meer avonden in de kroeg.

Aanraders in Londen (lekker toeristisch)

Aanraders in Cambridge (oud en goud)