Incognitief blikt vooruit op nieuwe albums die dit voorjaar verschijnen. Gewoon, omdat 2016 een deprimerend muziekjaar was – vooral vanwege het overlijden van diverse grote meesters. Maar vooral ook omdat er niet genoeg nieuwe muziek kan verschijnen om enthousiast van te raken.

Allereerst: er zit heel veel muziek in de koker voor het komend jaar. Zo zit je zelf misschien heel erg te wachten op de nieuwe Ed Sheeran (“ik kom naar huis jongens” – “oké en blijf daar dan meteen voor altijd”) of Amy MacDonald (ze leeft nog – en we kunnen spreken van een herkenbaar geluid). Oké vooruit, ik heb het nu geluisterd en ik kijk ook uit naar Amy MacDonald. Want sommige dingen moeten gewoon hetzelfde blijven en Amy MacDonald is er één van. Maar dit zijn de albums waar ik écht naar uitkijk.

Elbow – Little Fictions

Ik krijg een ontzettende Spinvis-anno-Justine-Keller-vibe van het artwork van de nieuwe Elbow plaat. De limited edition komt dan ook met een boekwerk vol Little Fictions en met vier grote posters van de kunstwerken van Robert Frank Hunter. De eerste twee kleine ficties zijn inmiddels vrijgegeven. Naast Magnificent (She Says) is ook All Disco te horen. Die laatste (hierboven gelinkt) wordt niet de grootste meezingers op Lowlands dit jaar – maar wel een mooi aanstekers-aan-moment op het hoofdpodium. Wie het met hoofdtelefoon op luistert, hoort allerlei mooie details verstopt onder de gitaar – stemmen, echo’s etc.

verschijnt 3 februari

Jens Lekman – Life Will See You Now

De Zweedse koning van de alternatieve crooners is terug van weggeweest, en wat was het een lange reis. Na het verschijnen van het ingetogene I Know What Love Isn’t – dat minder volle zalen trok dan Night Falls Over Kortedala – begon Jens te twijfelen over wat voor muziek hij moest maken, en of hij daar dan zelf wel de hoofdpersoon in moest zijn of niet. En of hij nou juist vrolijke of depressieve liedjes moest maken. Hij wist het niet meer en schreef uiteindelijk de creatieve frustratie van zich af door een jaar lang iedere week een liedje te maken, workshops te organiseren en bruiloften te spelen. Enfin, dat leverde voldoende inspiratie en bronmateriaal op voor een nieuw album, waarvan het overkoepelend thema is dat alle personages wachten op een nieuw begin in hun leven.  Life Will See You Now dus. Maar de muziek is dansbaar en volgens sommige pers zelfs té vrolijk, zo hoorde Jens toen hij interviews begon te geven. Manisch, vrolijk, depressief en dansbaar? Dat kan alleen maar interessant worden.

verschijnt 17 februari

Moss – Strike

Ja! Moss! Ze zijn er weer! Clichématig als deze uitspraak ook mag zijn, maar ik voelde me toch ineens oud toen ik op Wikipedia las dat I Apologize (Dear Simon) uit 2009 stamt. En dat het bijna drie jaar is sinds We Both Know The Rest is Noise , was ik ook even vergeten. Op Strike moet de band volgens de persberichten frisser dan ooit klinken, opgenomen in de DEUS-studio. Wij kunnen afgaan op single My Decision en die gast in ieder geval lekker door. Denk aan The War On Drugs, maar dan minder nostalgische gitaren en hardere synths en effecten. Ik keur het goed, mensen. Ik keur het heel erg goed.

verschijnt 17 februari 

Laura Marling – Semper Femina

Als ik een artiest moet aandragen die nog geen enkel slecht album heeft opgeleverd, dan noem ik graag Laura Marling. Hoewel ‘Short Movie’ iets minder indruk op me maakte dan ‘Once I Was An Eagle’ en haar andere platen, heb ik geen twijfel dat haar nieuwe plaat heel erg goed gaat zijn. Marling liet afgelopen jaar vooral van zich horen met een boeiende podcastserie over vrouwen in de muziekindustrie, maar met vrijgegeven nummers ‘Soothing’ en ‘Wild fire’ laat ze horen dat ze met haar fantastische gitaarvaardigheden en mooie stem een nieuwe weg inslaat. Spannende instrumentatie en dito spannende teksten. Een verkenning van ‘de vrouw’ vanuit het perspectief van een vrouw, moet het album gaan worden volgens de press release. Ik hoop gewoon op negen mooie nummers en de rest is bonus.

Verschijnt 10 maart

Spoon – Hot Thoughts

Jajajaja, Spoon leeft nog. Dat was wat mij betreft geen zekerheidje na het ongelooflijk fijne They Want My Soul. Hoe mooi eindigde New York Kiss met de woorden I Say Goodnight. Nou met Hot Thoughts zegt Spoon dus weer goedemorgen! Met een fris geluid, welteverstaan, want als je dan toch iets wil zeggen over They Want My Soul, dan toch dat het wellicht wel heel erg Spoon is. Op Hot Thoughts is een onmiskenbare Spoon-groove te horen, maar er gebeurt zo ontzettend veel meer. Het is Spoon (want ja: die zang, die gitaar), maar ook die belletjes, die nog avontuurlijkere synths, man man man. En het nummer eindigt zo abrupt dat we een mooie overgang naar WhisperI’lllistentohearit mogen verwachten (track 2 op het nieuwe album). Is het al maart?

verschijnt 17 maart 

Sondre Lerche – Pleasure

Sondre was het Noorse popjongetje dat rijkgearrangeerde folkliedjes maakte. Maar Sondre zit in zijn surrealistische synthesizerfase, en de dertig gepasseerd, dus daar hoeven we niet meer op te rekenen. Na break-up plaat Please in 2014, dat overigens door verschillende media tot meesterwerk werd uitgeroepen, vond Sondre dat het allemaal wel wat vrolijker mocht: dus het nieuwe album heet Pleasure. Daarvan verscheen al eerder de social-media-stalker single I’m Always Watching You, maar nu is er Soft Feelings. Daarop haalt Sondre een aardig muzikaal grapje uit. Een week geleden begon ik op een feestje te vroeg te springen op Narcotic Liquido, of Liquido van Narcotic. In ieder geval… Ik wachtte zo erg op het refrein dat ik te vroeg inviel om dus abrupt weer te stoppen. Nou: op 2:03 lijkt het melodieuze refrein van Soft Feelings voor de tweede keer te beginnen. Maar nee, Sondre zingt toch nog een couplet en het refrein stopt dus meteen weer. Een muzikaal gebbetje dus. Verwacht dus maar een album vol met ongein, lompe overgangen en dansbare alternatieve pop.

verschijnt 14 april

Ook mooi: nog 5 albums

Uit ruimtegebrek hier nog vijf albums die het wachten waard zijn.

  • Nouveau Vélo – Reflections (17 maart)
    Puur op de catchiness van dit nieuwe nummer op Spotify en de degelijkheid van de debuutplaat: dit wordt best wel tof. Galmt en scheurt nog als het nodig is, maar is vooral heel lekker in het gehoor. Al verwacht ik nu niet meteen een album met radiohitjes, daarvoor is de band te eigenzinnig.
  • Ozark Henry – US (31 maart)
    Kunnen we nog iets maken van de toekomst? Volgens Piet Goddaer wel. Eerste single A Dream That Never Stops is dan ook de hoopvolle single van het ‘humane’ album US dat eind maart verschijnt.
  • Ryan Adams – Prisoner (17 februari)
    Na het complete 1989 album van Taylor Swift te hebben gecoverd, richt Adams zich weer op zijn eigen werk. Een liedje als Doomsday sluit echter qua sound naadloos aan bij dat Taylor Swift album dat hij maakte. En qua teksten ook: deze plaat maakte hij tijdens zijn scheiding. Gelukkig klinkt Do You Still Love Me iets rauwer.
  • Spinvis – Trein Vuur Dageraad (ergens in mei)
    Spinvis heeft me nog niet teleurgesteld, dus ik kan me bijna niet voorstellen dat dit album tegen gaat vallen. Ook al heb ik nog geen noot gehoord. Kanniewachte!
  • Thomas Dybdahl – The Great Plains (17 februari)
    De Noor heeft lang gewerkt en geschreven aan naar eigen zeggen twee platen en dit wordt de eerste, met onder andere een nummer geschreven met mijn favoriete band (Turin Brakes). Ja, dan hoef je mij niet meer te overtuigen. Nog geen werk online, maar dat kan niet lang meer duren.
Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

This post has 1 Comment

1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

I.

Ik hou helemaal niet van festivals

Als muziekliefhebber heb ik honderden concerten bezocht in mijn leven. Er waren grote concerten bij – in de Amsterdam ArenA bijvoorbeeld, en ook hele kleine huiskamerconcerten ergens in Nijmegen. Ik ben ervoor naar Groningen geweest, naar Den Haag en in kleine Limburgse dorpen. En ik deed dat meestal met vrienden en soms alleen. Met vrienden is meestal leuker, gedeeld plezier immers. Dus je zou zeggen dat een festival de logische volgende stap is. Maar ik hou helemaal niet van festivals.

Lekker de camping op met wat vrienden, chillen in het gras, biertje erbij en genieten van de zon. Oh ja, en je favoriete bands natuurlijk. Het lijkt een ideaal weekend voor iedere muziekliefhebber. Toch spraken de grote festivals me nooit echt aan. Lowlands en Pinkpop: ik ben er nooit geweest. Lach me maar uit. De 3voor12-stream volgen: prima. Maar ik voelde nooit de behoefte om erheen te gaan. Eén keer ging ik een dag op en neer naar Best Kept Secret. Ik zag er onder andere The Tallest Man On Earth, Franz Ferdinand en The War On Drugs. En nog meer. Verder pakte ik eens een dagje Motel Mozaïque mee en het Naked Song Festival in Eindhoven. En natuurlijk loop ik als Nijmegenaar rond op het Valkhoffestival. Maar dat was het dan ook, tot ik me dit jaar liet overhalen om af te reizen naar Down The Rabbit Hole. Vooruit.

Vooruit, zeg ik, maar die camping kregen ze me niet op. Het was ook een last minute beslissing om nog te gaan, en om nu ook nog een tent te regelen. Het leek mij beter om de spreekwoordelijke kat uit de boom te kijken en dus op en neer te gaan naar Ewijk/Beuningen of waar De Groene Heuvels zich ook mogen bevinden. Op de fiets, dacht ik op dag één, maar met veertien kilometer straffe wind en open veld op de route besloot ik op dag twee de OV-optie te nemen. Naar station Wijchen dus – en daar met een nogal onvoorspelbare pendelbus naar het terrein. Niet ideaal, maar uiteindelijk acceptabel – ik had minder pech dan andere mensen die op en neer reisden met deze bus.

Dag drie kon ik een lift krijgen van een vriend met een auto: we lachten allebei over het gemak waarmee we richting het konijnenhol reden: “volgend jaar kan dit iedere dag joh!” En toen werden we, op 200 meter van het terrein, rechtsaf gestuurd, terug de snelweg op en na een omleiding van zeker een kwartier – dat is een verdubbeling van de reistijd – bereiken we alsnog het parkeerterrein. Conclusie: je kunt beter blijven slapen op het terrein.

MAAR IS DAT WEL ZO? Want iedere ochtend hoorde ik horrorverhalen, ofwel van de afgelopen nacht, ofwel van eerdere festivals. Over loeiende generatoren, over lallende mensen, of gewoon over vieze Hollandse regen, die omdat het tentdoek net niet helemaal lekker strak staat, gewoon de tent inkomt. Maar verder is het genieten hoor, op zo’n festivalcamping. Lekker in de rij voor de douches of acrobatische toeren op een vieze wc-bril een grote boodschap verkondigen. Nee, toen ik ‘s morgens wakker werd in mijn eigen bed, uitgeslapen en wel, kon ik er weer vol tegenaan. Vergelijk dat met de meewarige, verslagen mensen die op de zondag al vertrokken omdat ze er genoeg van hadden… Dat gaat toch tegen het motto “we verkopen geen dagkaarten dus everybody is in for the whole ride” in…

Dus natuurlijk mag je mij uitlachen, uitschelden voor luxepoes of ‘geen echte’, maar als ik dan zo’n meerdaags festival moet doen, dan doe ik het op mijn eigen manier. Want natuurlijk hou ik wel van gezelligheid, maar niet van halfdronken idioten. Ik kom zo’n terrein op en denk de eerste tien minuten: ik draai weer om… Natuurlijk hou ik van ‘s avonds goede gesprekken voeren, maar niet in een doorweekte tent. Nee, deze jongen was er heel blij mee dat hij ‘s avonds naar huis kon en ‘s morgens weer fris op kon staan. Mijn festivalplezier wordt niet vergroot door een legging te kopen en aan te trekken omdat mijn andere kleren doorweekt zijn. Of door de derde dag heenworstelen omdat ik geen oog heb dichtgedaan.

Want daardoor heb ik dus in vrij optima forma gezien – in chronologische volgorde: Nick Mulvey (jeej), Bear’s Den, Bonobo (jeej), Sinkane (mijn ontdekking van het festival) Moderat (meh), Spinvis (jeej), Moss, Soulwax (had ik van kunnen genieten als ik niet helemaal achteraan naast een paar Wijchenaren had gestaan die over hun werk aan het kleppen waren – ik ga nu een experimenteel theaterstuk opzetten waarbij ik een headliner laat spelen en tegelijkertijd een groep mensen met luide stem er overheen laat kletsen), Fleet Foxes (niet echt een zaterdagavondband helaas), The Avalanches (haha), Spoon (duizend hartjes voor Spoon), Xavier Rudd (iets te veel clichés met zijn tuinbroek enzo, maar wel een gave didgeridoo), War Paint (matig geluid daar, net als bij veel andere acts trouwens) en Father John Misty (zo gaaf!). Het was vet, muzikaal was het mooi en het was gezellig. En als ik weg wilde, kon ik weg.

Ik heb dit weekend geleerd dat je festivals vooral op je eigen manier moet doen, want dat doet iedereen. En mijn manier is dus niet all-in de camping op met kutweer. Mijn manier is met enig comfort, een introvertveilige zone en vooral genieten van de muziek. Want dat heeft Down The Rabbit Hole dus wel gedaan: ik realiseerde me weer hoe tof ik bandjes, singer-songwriters en zelfs elektronische acts vind. En hoe weinig ik er eigenlijk ken.

Dus misschien doe ik in de toekomst nog wel eens een festivalweekend. En wellicht ook wel Down The Rabbit Hole. Maar dan doe ik het wel op mijn manier. En ik zeg niet dat die beter is, maar ik word er in ieder geval gelukkiger van. En ik geniet er niet minder om.

N.b. overigens heb ik dus op de organisatie van Down The Rabbit Hole niet veel aan te merken, behalve dat het festivalterrein dus duidelijk niet in Beuningen is én dat de pendelbus vanaf Nijmegen relaxter zou zijn geweest voor vrijwel iedereen, dat het geluid soms tegenviel en dat de omleidingsroute wel extreem was… Maar ja, verder dus wel props. 😉