Sinds ik bijna anderhalf jaar geleden volwaardig vegetariër werd, probeer ik steeds een beetje duurzamer te leven. Dat is nog best een uitdaging, want dat iets duurzamer lijkt, betekent niet dat het ook duurzamer is. Maar ik probeer optimistisch te zijn: als we het maar met zijn allen steeds meer doen en we er steeds beter in worden, komen we vanzelf op een kantelpunt waarop we het tij ten goede keren.

Gebeurt dat misschien te laat? Natuurlijk denk ik dat wel eens. Maar als we het niet proberen, zijn de gevolgen nog groter. En ik hoop dat door zelf mijn gedrag te veranderen, we uiteindelijk met zo’n grote groep zijn dat de overheid groener beleid maakt. Ik ben dan ook heel erg voor CO2-belasting, subsidies voor groene initiatieven – van plantaardige vleesvervangers tot bedrijven die het roer om gooien en groener worden. Het liefst zou ik willen dat milieu als kapitaal wordt gezien: niet alleen geld en winst zijn belangrijk in de maatschappij, maar ook wat je doet voor onze leefomgeving.

En dus gingen we de laatste keer dat we überhaupt nog naar het buitenland konden, met de trein, met de fiets, maar in ieder geval niet met het vliegtuig. En ook al at ik al weinig vlees voor de zomer 2019, sinds die zomer laat ik het helemaal staan. Af en toe denk ik best – zeker in de coronacrisis: een auto zou nu best handig zijn. Maar ik wil er alleen eentje als het echt niet anders kan. En voorlopig werk ik toch thuis (en woon ik op vijftien minuten fietsen van het best wel leegstaande kantoor).

En deze week, probeer ik weer eens een week lang vegan te eten. Zondag begonnen we in ‘s-Hertogenbosch, met take-out (in het kader van “we sponsoren de lokale ondernemers”) van FiftyFifty. Het tentje is weliswaar niet helemaal vega(n), maar de helft van de menukaart is vegan of vega. Wij gingen voor de goedvullende salads en probeerden er ieder twee.

Gisteren, maandag, was ik dusdanig moe toen ik aan het koken sloeg, dat ik voor een ouderwets AVG-tje ging: dat is snel klaar en ik hoef er niet over na te denken… Dus werden het gebakken aardappeltjes, groente en vleesvervanger. Maar wel helemaal plantaardig, dus. Primadeluxe. Begin dit jaar deden mijn vriendin en ik ook al een vegan week, dus ik ga straks even spitten in de mogelijke recepten voor de rest van de week.

Het voornaamste dilemma op dit moment of ik vanavond voor de vegan pizza ga, als een van de weinige mensen die ik in mijn huis binnenlaat op dit moment (want coronavirus), komt eten. Ik kan nog niet helemaal zonder kaas, merk ik, maar ik heb wel acceptabele geraspte vegan mozarella gevonden. Die heb ik echter nog nooit op pizza geprobeerd, dus dat is een uitdaging.

Bovendien wil ik dan graag zelf het pizzadeeg proberen te maken. Sinds de zomer bak ik zelf zuurdesembrood. Eén keer bakte ik succesvol focaccia, maar pizzadeeg hoort nog iets dunner te zijn natuurlijk. Ik heb trouwens geen deegroller bedenk ik me nu… Ik zit sinds een paar weken in een Whatsapp-groep van thuisbakkers, dus die heb ik maar even wat vragen gesteld. Misschien is vanavond nog wat vroeg voor vegan pizza. Maar dan wordt het gewoon vegan iets anders… Want ik wil steeds een beetje duurzamer eten.

Previous ArticleNext Article
Stefan is online adviseur, redacteur en tekstschrijver. Hij studeerde Nederlandse Taal & Cultuur in Nijmegen, maar werkt inmiddels bij ZB Communicatie & Media in Ede. In zijn vrije tijd speelt hij gitaar, maakt, ontwerpt en onderhoudt hij websites.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

V.

Vegan pizza

Natuurlijk zou ik me beter druk kunnen maken over grotere wereldproblematiek, zoals de Amerikaanse verkiezingen waarvan de stemmen momenteel geteld worden. Maar laat ik me vanochtend niet het zompige, chaotische moeras begeven wat bekend staat als de (Amerikaanse) politiek en media. Laat ik het in plaats daarvan hebben over het zompige, chaotische moeras dat mijn eerste poging tot vegan pizza bleek te zijn.

Ik overdrijf nu, want de pizza was erg lekker: de vegan kaas smelt misschien iets minder goed, op pizza smaakt de kaas prima. De vegan pesto is absoluut een aanrader. En het was mijn eigen schuld dat er zoveel vocht van de groente in het deeg trok – wat ik sowieso misschien wat langer in de oven had moeten laten voor een krokantere ervaring.

Het deeg was een variant van het gebruikelijke witte zuurdesembrood dat ik sinds augustus meerdere keren per week bak: bloem, water, zout en zuurdesemstarter. Maar dan met olijfolie. Na ruim een halve dag laten rusten en oprekken, heb ik het deeg in tweeën gedeeld en in (net wat te kort) in de oven gedaan.

Vervolgens dus nogal chaotisch en ruim belegd en dat lekker in de oven gelaten tot het er eetbaar uitzag. En het smaakte goed, zo werd geoordeeld. Maar netjes is anders…

Voor iets beter gelukte bakselfoto’s verwijs ik graag door naar Instagram. Ik zal niet pretenderen dat Heel Holland Bakt op me wacht, maar ik heb wel eens netter gebakken creaties, ehm, gecreëerd. Wel met hulp van mijn vriendin bij het insnijdwerk :

Vanavond zet ik mijn vegan avondmaaltijdenreeks door (vegan ontbijt en lunch is immers sowieso niet zo’n probleem), vermoedelijk met een curry of chili. In zo’n wokpan met saus ziet alles er toch al gauw aantrekkelijker uit, immers.