W.

Wervelende leestocht gezocht

Vorig jaar vroeg ik een collega om een cadeautip voor de verjaardag van mijn vader. Ik wilde graag een boek geven, maar ik had even geen inspiratie. Een van de tips die ik kreeg was Ik Ben Pelgrim. Uiteindelijk kocht ik ‘m niet, want ik vond een ander boek dat me op dat moment leuker leek, maar ik nam me wel voor om het boek een keer nader te bekijken. Ik lees zelden thrillers, maar net zoals je best af en toe een keer friet mag halen, mag je ook best af en toe een makkelijk boek lezen. Een jaar of vijf geleden werkte ik me nog door de Millennium-trilogie heen. Het leest als een trein, is meestal fijn, al wil je niet één van de slachtoffers zijn. En zeker als het bijna zomervakantie is, dan is wat lekker vermaak wel fijn zodra je een boek in duikt. Het leven is al moeilijk genoeg, nietwaar?

Read more

A.

Alsof het voorbij is

the-sense-of-an-endingDat komt toch niet zo vaak voor, dat de Nederlandse vertaling van een titel net zo mooi is als de Engelse. The Sense of an Ending van Julian Barnes las ik in het Engels, maar ik had de Nederlandse versie ook overwogen als die net zo mooi is vertaald als de kaft. Alsof het voorbij is, dus. Een treffende titel voor een werk dat zich grotendeels met herinneringen bezighoudt, en de betrouwbaarheid van die herinneringen.

Tony Webster is een man die het grootste deel van zijn leven in de middelmaat heeft doorgebracht door conflicten te vermijden. Getrouwd, gescheiden maar op vriendschappelijke voet met zijn ex-vrouw en redelijk tevreden met hoe het allemaal is gelopen. Het is inderdaad een leven in de middelmaat. Totdat – uiteraard totdat – er een brief van een advocaat komt waarin hij een dagboek en een klein geldbedrag nagelaten krijgt. Deze brief zorgt dat hij weer in contact komt met een oude geliefde uit zijn studietijd. Daardoor begint Tony zijn verleden te overdenken. En nadat het contact met de oude vlam is gelegd, is hij genoodzaakt om te twijfelen aan wat hij in het eerste deel van het boek heeft overdacht.

Alles kan in dit boek dan ook door de lezer in twijfel worden getrokken. Al op de eerste bladzijdes wordt in een geschiedenisles getwijfeld over de feiten en de  interpretatie daarvan, en het blijkt uiteindelijk niet anders in Tony’s leven. Wat is er gebeurd? Wat is waar? Hoeveel herinneringen onderdrukt Tony eigenlijk? Het laat de lezer in een staat van verwarring achter bij de laatste grote onthulling aan het eind. De consequenties daarvan worden je niet meteen duidelijk en je mist een hoop als je het boek daarna meteen weglegt. Want het einde – bewust ambigu – kan ontzettend grote gevolgen hebben voor het beeld dat wordt geschetst van de verschillende personages. Maar omdat de hoofdpersoon dat lang niet lijkt te snappen en daarna weigert toe te geven, is het aan de lezers om een eigen versie van de gebeurtenissen te construeren. En dat doen ze massaal, getuige de reacties onder deze blog.

De thema’s zijn duidelijk uitgewerkt en liggen er wellicht iets te duidelijk bovenop, maar aan de andere kant… Het verhaal is bedrieglijk simpel. Zoals de Engelse titel al doet vermoeden, is The Sense of An Ending een verhaal waarin het eind nog niet echt het eind is. Ik heb zelden een boek gelezen waarbij een open eind zo terecht was. Een eind… Alsof het dan voorbij is…

4/5

O.

On The Road en Ruby Sparks

Eindelijk maar eens begonnen in On The Road. Even geleden geleend van een vriend, maar het boek krijgt voorrang boven de stapel die er ook nog ligt. Ik vind het prima om muziek van deze tijd te luisteren, boeken van deze tijd te lezen en films en series van deze tijd te kijken. Klassieker of niet, er is genoeg in de moderne tijd te beleven. Ik zie niet de voordelen om ‘vooraan’ in de cultuur te beginnen. Bovendien: wat is vooraan eigenlijk?

Maar goed, ik ben natuurlijk wel nieuwsgierig naar de klassiekers. Dus ligt Great Expectations op de stapel en ben ik nu begonnen in On The Road. Bevalt goed, leest prima weg. Het schijnt dat ik de recent gemaakte film trouwens over kan slaan.

Over recente films gesproken… Gisteren naar Ruby Sparks geweest. Over een jonge schrijver die zijn writer’s block overwint door over zijn droommeisje (type knap, maar met vertederende problemen) te schrijven. Hij schrijft en schrijft totdat zijn droommeisje opeens in zijn kamer staat.

Dan krijgt de film een half uurtje iets van een romantische komedie, met onder andere een hilarische bijrol van ‘hippie’ Antonio Banderas (tweede plaats is in de categorie ‘Bijrol’ voor Steve Coogan, die een geweldige pretentieuze schrijver neerzet). En dan slaat de film ineens een aanzienlijk minder grappige en zelfs oncomfortabele weg in. Uiteindelijk resulteert het een en ander in een nogal conventioneel en daardoor wat teleurstellend einde, maar dat neemt niet weg dat de film vermakelijk en interessant was. Overigens geschreven door de actrice dat Ruby speelt. Dat maakt het ook weer interessant, want feitelijk rekent ze af met het type klunzige man met onrealistische verwachtingen. Behalve aan het einde dus.

Maar goed, naast de inderdaad ogenschijnlijk perfecte Ruby werd mijn aandacht getrokken door het huis van hoofdpersoon Calvin. Oké, hij schreef een bestseller op zijn negentiende en rijke ouders, maar nog steeds heeft hij een belachelijk mooi en groot huis (met zwembad) waar alleen hij en hondje Scotty in eerste instantie wonen. Ruimtelijk, wit, open, een gezellige keuken, HEEL VEEL boeken en een oude typemachine – die tegen het einde van de film wordt vervangen voor een moderne MacBook Pro. Een belachelijk groot huis dus. Totaal niet realistisch.

En al die boeken. Wanneer leest Calvin die in hemelsnaam? Ik doe weken – zo niet maanden – over een boek tegenwoordig. Of zou hij ze kunnen lezen omdat hij verder geen vrienden heeft?

 

L.

Lang leve de ongeloofwaardigheid

Toen Tom Hanks werd geïnterviewd over de film Forrest Gump, waarin hij de hoofdrol vertolkt, noemde hij de film “non-political and thus non-judgmental.” (Bron) Dat is geen rare gedachte. Gump is een simpele ziel, die min of meer toevallig bij de grote gebeurtenissen in zijn leven betrokken raakt. Het is fascinerend, dat het zo maar kan gebeuren dat je van de ene in de andere wereldgebeurtenis terecht komt. In theorie moet het kunnen, maar er zit toch altijd een zekere vlaag van onwaarschijnlijkheid aan zulke verhaallijnen. Daar ontsnapt De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson niet aan. Jonasson trekt het verhaalmotief van Forrest Gump tot in het ludieke door en schudt een levensloop uit zijn mouw die het leven van Gump doet verbleken tot een duffe bedoeling. Als eerbetoon aan zijn opa, zo schrijft hij op de eerste pagina. Want die kon pas écht een goed verhaal verzinnen.

De roman begint met een sterk staaltje escapism. Op zijn honderste verjaardag is Allan Karsson het bejaardentehuis waar hij woont zo zat, dat hij uit het raam klimt en er vandoor gaat. Gewoon. Op zijn pantoffels. Want het is wat het is en het wordt wat het wordt, zo luidt zijn levensmotto. Dat Allan een krasse knar is, wordt dus al gauw duidelijk. Allan komt al gauw in het bezit van een koffer met geld en gaat op een road trip terwijl de rest van het land naar hem op zoek gaat. Daarbij komen enkele criminelen op voor hun ongelukkige wijze om het leven, maar het is vanaf bladzijde één al duidelijk dat deze man op leeftijd zijn laatste dagen niet in de cel gaat slijten. En dat gebeurt dan ook niet.

Verreweg het grootste aantal bladzijdes wordt echter besteed aan de levensloop van de 100-jarige Karsson. Net als Gump gaat het om een (in eerste instantie) wat simpele ziel zonder noemenswaardige opleiding, die het allemaal wel best vindt als er een borrel en een goed gesprek in zit. Karsson specialiseert zich op jonge leeftijd in het maken van explosieven en komt na Zweden te hebben verlaten in de Spaanse burgeroorlog terecht, alwaar hij aan beide kanten helpt waar dat uitkomt. Want Karsson heeft geen politieke voorkeur, of religieuze achtergrond: Karsson beoordeelt mensen op hun karakter en hun houding ten opzichte van Karsson zelf. Dit zorgt ervoor dat hij niet alleen de Amerikanen helpt bij de ontwikkeling van de atoombom, maar ook de geheimen aan de Russen doorverteld (al blijkt Stalin geen aardige man en wordt hij naar een werkkamp in Siberië gestuurd). Via China, Iran en talloze andere omzwervingen leren we het bewogen levensverhaal kennen. Het verschil met Forrest Gump is wellicht dat Karsson in de meeste gevallen een beslissende rol in de historische ontwikkelingen speelt. Hij heeft wel gemeen met Gump dat hij geen oordeel velt over die gebeurtenissen. Het is zoals het is, immers.

Jonasson schuwt subtiliteit en gaat er vol voor. Van Tweede Wereldoorlog tot Mao, van Stalin tot corrupte leiders in Indonesië, Karsson is erbij. Hij ontsnapt regelmatig aan de dood, maar het wordt allemaal op zo’n matter of fact-manier verteld, dat het boek altijd luchtig blijft. Je bent dan allang vergeten dat je je in eerste instantie ergerde aan de vrijblijvendheid in het begin van het verhaal.

Het avontuur van de 100-jarige Karsson speelt zich op kleinere schaal af, maar is niet minder komisch en absurd. Het boek laat geen enorme indruk achter, maar is zeer vermakelijk en bij tijd en wijle zelfs spannend. Voor een debuutroman is de grootsheid van het verhaal lovenswaardig. Verwacht geen groots drama of leed, maar wel een verhaal waarin veel misgaat, maar alles op zijn pootjes terecht komt. De droge doch vertellende toon waarmee het levensverhaal van Karsson wordt uitgespeeld, maakt het geheel uiterst behapbaar en leesbaar in sneltreinvaart.

Hanks’ “non-political and thus non-judgmental” film werd door critici als pleidooi voor een conservatieve levensstijl – waarbij het slecht afliep met de linkse hippie en liefde van zijn leven. Producers houden vol dat het een verhaal over respect, toleratie en onvoorwaardelijke liefde betreft. Waar Forrest Gump een product(-bewerking) van Hollywood is, is De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween een product van zijn Zweedse cultuur: een stuk nuchterder dus en een stuk minder “moraal van het verhaal.”

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween gaat dan ook niet zo zeer om de gebeurtenissen (of de bijbehorende emoties, die grotendeels uit het verhaal zijn weggelaten) als wel om de manier waarop die gebeurtenissen worden verteld. Uiteindelijk is Jonassons roman dan ook een eerbetoon aan de vertelkunst; een ongelooflijk verhaal waarin je mee moet willen gaan zonder erin te moeten geloven. Hoe dolkomisch en absurd het verhaal ook mag worden, af en toe mag er best een verhaal worden geschreven waaraan je twijfelt – zelfs binnen de realiteit van het verhaal. De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween mist alle geloofwaardigheid. Maar het is wel een mooi verhaal. En dat is volgens Jonasson (en zijn allang overleden opa) het belangrijkst.

De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson is verschenen bij Signatuur.

E.

Even de boeken langs

In 50 woorden. Maximaal dan. Minder mag ook.

Nick Hornby – A Long Way Down
Viel me niet tegen, al was High Fidelity aanmerkelijk beter, alsmede About A Boy. Waarom van het dak afspringen op oudjaarsavond niet slim is tenzij je stiekem toch niet dood wil. Wat mij betreft verhaal over het veranderlijke leven terwijl je stil blijkt te staan.
drie uit vijf

Dirk Weber – Hij of Ik
Dubbelgangersmotief werkt altijd. Kinderboekbeperkingen daargelaten had ik het mooier gevonden als dit boek was begonnen waar het eindigde. In plaats daarvan heeft Weber ruimte gebruikt voor niet echt relevante subplots die niet mooi afgerond worden. Jammer, tenzij er een vervolg komt?
drie uit vijf (want voor kinderen prima)

Scarlett Thomas – Our Tragic Universe
Aardige ideeën verpakt in net iets te “ik-ben-een-vrouw-in-een-vastgelopen-relatie-en-alles-mislukt-achtig verhaal dat zonder plot zou moeten zijn, maar waar je als lezer uiteindelijk toch plot in ziet. Laat dat nou juist een van de centrale thema’s zijn. Dus helemaal mislukt of toch nog geslaagd? (Later meer hierover).
vier uit vijf

Piet Meeuse – Het kraaien van de haan
Absurd en vaak hilarische herschrijving van Bijbelse geschiedenis die zowel in onze toekomst als ons verleden speelt. Mooie achtergrondgeschiedenis opgevolgd door Monty Python-achtige scherts. Meer hilarisch dan filosofisch. Gevoel voor humor noodzakelijk.
vier uit vijf

Paul Claes – De leeuwerik
Mooie romance die helaas weinig toevoegt. Biedt voor geïnteresseerden ook een hoop weetjes over de Middeleeuwen, maar niets wat je na een semester Mediëvistiek nog niet weet, kan ik vast vertellen. Te netjes om te beklijven.
vier uit vijf

G.

Goodreads: stoffig samen lezen

Het is tijd dat ik op de bres spring voor Goodreads.com. Goodreads is Facebook voor boeken. Je maakt een account aan (of je gebruikt je Facebook/Twitter-account) en zoekt de boeken die je aan het lezen bent (of hebt gelezen) en voegt ze toe aan je account. Je kunt je status updaten en vertellen op welke bladzijde je bent, vergelijkbare boeken zoeken, met andere boekenwurmen over boeken kletsen, reviews plaatsen en een quiz spelen. In veel opzichten is Goodreads een gewoon, weliswaar gespecialiseerd, sociaal netwerk. Maar het is net als de gewone bibliotheek heerlijk stoffig.

Kijk alleen al naar de website: hij is niet bijzonder kleurrijk, niet hip opgemaakt, maar hij kan alles wat je van een moderne website verwacht. Het is erg leuk om op stoffige wijze je online boekenplanken te managen en lijstjes te maken, reviews te schrijven en status updates in de trant van “Ik ben nu op pagina 79 van ‘Oorlog & Vrede’ van Leo Tolstoj” te plaatsen en te exporteren naar Facebook en Twitter. Je kunt jezelf ook doelen stellen, bijvoorbeeld hoeveel boeken je dit jaar gaat lezen. De nooit-eindigende triviaquiz bevat ongelooflijk veel vragen en wordt nog steeds aangevuld.

Het leukste onderdeel blijft echter “Explore.” Naast talloze lijstjes vind je hier ook allerlei statistieken over populaire boeken, wedstrijden, tips en nieuws. Daarnaast is er een lange lijst met citaten, inspirerend bevonden door de community van Goodreads. Mocht je dus belezen voor de dag willen komen op feestjes, dan scoor je op Goodreads wat mooie citaten voor je vertrekt. Er worden ook regelmatig auteurs geïnterviewd en interessante achtergrondartikelen geschreven.

Goodreads wordt steeds beter: zo heeft de site geïnvesteerd in techniek van Discovereads om beter aanbevelingen te kunnen doen, bijvoorbeeld. Zo moet de site gaan uitblinken in het aanbevelen van nieuwe boeken naar aanleiding van de boeken die je al gelezen hebt. Ondanks het wat stoffige imago, zit er dus wel degelijk goede techniek achter de site en wordt er hard gewerkt om deze up to date te houden. Er is zelfs een goed werkende iPhone-app beschikbaar voor de fanatieke lezer onderweg én je kunt lid worden van heuse online boekenclubs. Als je dat woord voorheen associeerde met buurthuizen in de Achterhoek, dan wordt het nu tijd om dat beeld (enigszins) bij te stellen.

Feitelijk het enige nadeel van Goodreads het gebrek aan Nederlandse gebruikers. Ze zijn er wel, er staan genoeg Nederlandse boeken in de database en die worden ook gelezen door gebruikers, maar je krijgt geenszins het idee dat Goodreads in Nederland is doorgebroken. En dat is jammer. Want Goodreads is een goede manier om op te scheppen over welke boeken je hebt gelezen en aan het lezen bent. En de site wordt dus een steeds beter middel om nieuwe boeken te ontdekken. Dat is maar goed ook, want er verschijnen ieder jaar meer dan 300.000 boeken.

Het moge duidelijk zijn: ik ben – als boekenwurm – een beetje verliefd op het stoffige Goodreads. Maar ik heb maar vijf vrienden. En die vijf vrienden die ik heb, hebben allemaal ook maar een beperkt aantal vrienden. En die ook. Tijd dus dat jij ook lid wordt van Goodreads en weer aan het lezen slaat!

B.

Boekenfeest 2011 – Een feest van herkenning

Afgelopen zaterdag werd in de Vereeniging te Nijmegen het Boekenfeest 2011 georganiseerd. Literair productiehuis Wintertuin trok weer alles uit de kast om lezers en auteurs samen te brengen. Centraal thema van de avond was uiteraard de biografie, het portret, het in kaart brengen van een personage. Het was dan ook een bijzonder sociaal feest: je maakte kennis met nieuwe personages, zag auteurs die je wellicht van hun werk of anders wel uit de media kent en kwam daarnaast honderden liefhebbers uit Nijmegen en omgeving tegen.

In de grote zaal wordt het programma geopend door Nijmeegse stadsdichter Dennis Gaens. Hij schreef een gedicht naar aanleiding van het verdwijnen van het frietkot op het Keizer Karelplein. Het portret van Çetin, de eigenaar van het keetje waar menig Nijmegenaar in de kleine uurtjes een broodje kroket heeft gescoord, wordt na afloop van de eerste ronde in de zaal uitgedeeld op een ansichtkaart.

Die eerste ronde is in de grote zaal voor Kamagurka. Mensen die niet weten wat voor avond het zou gaan worden, kwamen er op dat moment achter. Weliswaar is de inhoud van Kamagurka’s set niet exemplarisch voor de die van de rest van het programma, het is een set vol humor en vervreemding, twee gevoelens die de rest van de avond vaker worden opgeroepen. Kamagurka treft doel door het vertellen van slechte tot matige grappen en het opsommen van verschillen tussen Belgen en Nederlanders. Niet alles blijkt op waarheid te berusten en net op het moment dat mensen er genoeg van lijken te krijgen, geeft de cartoonist een onverwachte draai aan de set door van microfoon te switchen en het decor belachelijk te maken en bijna af te breken. Niet iedereen lacht om de absurde humor van Kamagurka, maar de tekenaar weet de zaal toch voor zich te winnen met onsmakelijke en soms ronduit smerige grappen. Is er een hondenneuker in de zaal?

Door naar P.F. Thomése, die op de eerste verdieping voordraagt uit eigen werk. Hij lijkt voor dezelfde techniek als Kamagurka te hebben gekozen en kiest bewust de smerigste passages uit zowel De Weldoener als J. Kessels the novel. Daarvoor heeft hij al laten merken erg teleurgesteld te zijn over het feit dat hij niet het boekenweekgeschenk heeft mogen schrijven. Dat had hij namelijk wel al grotendeels geschreven. Daarom sluit hij zijn set op met het nieuwe verhaal over J. Kessels en Thomése zelf, waarschijnlijk in de hoop dat het CPNB hem op korte termijn opbelt. En het moet gezegd worden, een kleurrijk figuur als J. Kessels had inderdaad niet misstaan als boekenweekgeschenk van een boekenweek vol portretten.

Ondertussen is bij Op Ruwe Planken de winnaar van de Liegbio-wedstrijd uitgeroepen. Vincent van Meenen ging met de eeuwige roem er vandoor. Zijn liegbiografie verschijnt in het meinummer van Op Ruwe Planken. Voor wat broodnodige diepgang moeten we bij het Soeterbeeckprogramma zijn, waar discussies over identiteit en kunst worden gevoerd, opgeleukt met luchtige intermezzo’s van Theater Pluim. Omdat het zaterdagavond is, switchen we al gauw naar de grote zaal, waar Jan Mulder geanimeerd verteld over zijn leven als voetballer. Hij had liever Romario geheten, dat klinkt per slot van rekening veel beter dan Jan Mulder. Hij hemelt Johan Cruijf op, om zijn monoloog af te sluiten met een schalks “maar nu weer over mij!” Hij durft zijn geschreven werk niet te vergelijken met dat van Remco Campert en Gerard Reve, maar “Ik kon wel beter voetballen dan Reve.”

Terwijl Kader Abdolah de dialoog aangaat, zoeken we wat lucht in de bar, waar vakkundig getekend wordt door één van de oprichters van dit weblog, terwijl een dj plaatjes draait. Live muziek komt er van La Femme Belge, die al eerder hebben meegewerkt aan de literaire projecten van Wintertuin. De Vlaamse band speelt een preview van tien minuten in de foyer, maar komt helaas nauwelijks boven het rumoer uit. De daadwerkelijke set in de kleine zaal boven wordt aanzienlijk beter ontvangen en is een goede opwarmer voor de Franse disco van Vic van de Reijt, die helaas niet aan iedereen is besteed. Zijn verhaal over Willem Elsschot eerder op de avond was een groter succes. Maar wie zijn Franse uptempo chansons wel kon waarderen, kon heerlijk de nacht indansen, vol van nieuwe karakters, absurde grappen en boeiende personages.