S.

Sterf Telefoongids, maar wanneer wordt offline SPAM verboden?

Observatie 1:

E-mail heeft dezelfde status als een brief.
(zegt Wikipedia zonder bron, maar toch)

Observatie 2:

In de Telecommunicatiewet staat dat het versturen van spam in Nederland is verboden.
(staat hier op de site van OPTA)

Recent begon Alexander Klöpping een campagne tegen het ongevraagd toesturen van de Telefoongids (www.sterftelefoongidssterf.nl verwijst naar de opzegpagina). Dat deed mij weer denken aan de talloze reclamefolders die om de dag op deurmat ploffen (en in mindere mate aan het BelMeNiet-register en de goede doelen wervers op straat). In een tijd waarin elektronische en niet-elektronische naast elkaar bestaan en gelijkwaardig zijn, vind ik het opvallend dat we nog wel onderscheid maken in de SPAM-wet. Hoeveel kilo’s inkt en papier scheelt het als het toesturen van folders verboden wordt? Waarom moet ik op mijn deur een JA/NEE-sticker plakken – op mijn digitale inbox hoeft (kan) dat toch ook niet? Bovendien: het is niet alsof alles daardoor wordt tegengehouden. Toen ik vorig jaar verhuisde kreeg ik ineens allerlei ongevraagde “brieven” op de mat – gewoon op naam… Of ik toevallig een nieuwe bank nodig had. Leen Bakker, de loterijen en dat soort firma’s. Laten we het ongevraagd toesturen van informatie met commerciële doeleinden gewoon in zijn geheel verbieden. In het algemeen.

Er zijn genoeg manieren om klanten te bereiken buiten de reclamefolder om… Wil je een Albert Heijn-bonuskaart? Oké, maar dan krijg je dus ook wekelijks de AH Bonus per e-mail, per “echte” post of allebei (wat jij wilt). Part of the package. Als Albert Heijn zou ik het meteen slimmer doen en gewoon gepersonaliseerde aanbiedingen sturen, maar als ze folders met algemene aanbiedingen als onderdeel van de strategie willen houden: primadeluxe. Daar kies je als klant voor: extra korting in ruil voor zendgedrag. Zo werkt reclame op tv ook. Je kiest ervoor om commerciële zenders te kijken, nu dan krijg je gesponsorde programma’s. Met een boor van Black and Decker.

En natuurlijk beschikt niet iedere lokale grutter (laat staan de goede doelen) over het marketing- en reclamebudget van Albert Heijn, maar er zijn genoeg alternatieven waarmee toch een grote groep mensen kan worden bereikt. Idealiter krijgen we een register waarop je kunt aanmelden van wie (of welke categorieën) je informatie wilt en via welk medium je die informatie wilt ontvangen. E-mail? Post? Telefoon? Wel de AH Bonus met de post, maar de Praxis wil ik graag via e-mail. Kan ik meteen kijken of die aanbieding wel echt zo goedkoop is… En voor de rest maken bedrijven gewoon reclame via andere kanalen. Ik noem maar wat: internet, tv, radio, tijdschriften, (lokale/regionale/nationale) kranten… Zijn die media ook weer blij dat de advertentiemarkt weer een beetje aantrekt. En helpen we elkaar.

Hoe dan ook… Laten we het onderscheid tussen online en offline SPAM niet langer maken, net zoals we geen onderscheid maken tussen pesten en cyberpesten, tussen bankieren en internetbankieren en kopen op afstand en winkelen op internet.

Dus niet alleen weg met de telefoongids, maar weg met alle folders. En zonder dat ik een stomme JA/NEE-sticker hoef te plakken.

D.

De nieuwe iPhone wordt een teleurstelling

Dit zou hem moeten zijn, de iPhone 5 – of zoals ‘ie waarschijnlijk gaat heten “de nieuwe iPhone”. Apple lijkt namelijk met de introductie van “de nieuwe iPad” de nummertjes te laten voor wat ze zijn. “iPhone 17” klinkt natuurlijk ook minder indrukwekkend dan gewoon “iPhone”. “iPhone 5, 6, 7, 8…” klinkt namelijk op een gegeven moment als “de zoveelste incarnatie van hetzelfde apparaat” in plaats van het magische apparaat dat de telefoon volgens Apple moet zijn.  Alleen wijst de laatste geruchtenstroom erop dat de nieuwe iPhone inderdaad dat eerste is – de zoveelste incarnatie van hetzelfde apparaat. Op 12 september zou ‘ie worden gelanceerd. En dat wordt een enorme teleurstelling.

Nu zou ik als ex-Apple-redacteur beter moeten weten dan luisteren naar de geruchtenstroom. Die is namelijk constant en heeft het vaak bij het verkeerde eind. En er is een kleine kans dat Apple inderdaad weet te verrassen een een truc in de hoge hoed heeft zitten. Maar ik denk het niet.

Reden 1: iOS 6. De update van Apples mobiele besturingssysteem stuurt je iDevice volgens Apple in “entirely new directions”. Dat bedoelt Apple letterlijk. Als in: er zit een nieuw navigatiesysteem in, niet dat de iOS-software compleet is vernieuwd. Dat navigatiesysteem kan nauwelijks meer dan Google Maps kon. Ook de andere wijzigingen in iOS 6 zijn van evolutionaire aard – niet bijzonder spannend dus – en de paar uitzonderingen die wel interessant zijn, zijn vooral gericht op de Verenigde Staten. Daar hebben we in Nederland dus niets aan. De rest is te omschrijven als “stroomlijning en verbetering van de productiviteit.” Dat is mooi en in sommige gevallen broodnodig, maar niet magisch.

Reden 2: De strategie van Apple is er op dit moment zoveel mogelijk op gericht om iedereen met een iPhone of iPad in het ecosysteem vast te zetten. Dat is geen nieuws natuurlijk: iPhones en iPads werkten al goed samen met Macs en dankzij iCloud wordt die samenwerking alleen maar beter. Vroeger was er de noodzaak om te door te innoveren in iOS, maar nu staat er een goede basis waar mensen redelijk tevreden over zijn. Dus krijgt strategie voorrang boven (mobiele) innovatie. Dat resulteert in verbeteringen in iOS, geen verandering van spijs. En verandering van spijs doet eten, zegt men. Als je iedere dag een boterham met pindakaas eet, denk je op een gegeven moment ook: misschien is een boterham met stroop proberen… Maar stroop krijgen we van Apple (appelstroop, haha) niet… We kunnen alleen een aandelen- en weerwidget in het Berichtencentrum zien, geen custom made Facebook-widget bijvoorbeeld? En waarom kan het thuisscherm wel albumhoezen weergeven en snel toegang geven tot de camera, maar geen actueel nieuws of de laatste trending topics op Twitter – voor wie dat wil? Geen stroop dus. Alleen pindakaas.

Ik ben bang dat Apple zichzelf in de voet schiet als het niet blijft vernieuwen. Zolang Apple blijft innoveren en spannende (en leuke / handige) nieuwe functionaliteit blijft toevoegen aan iOS, zal de gemiddelde gebruiker het systeem niet zat worden. Apple heeft wel degelijk iets te vrezen van Android. Google is niet dom. Als Android straks ook nog eerder met nieuwe functionaliteit komt EN (!!) die GOED (!!) weet te integreren in het besturingssysteem, dan is het nog maar de vraag of de iPhone zo aantrekkelijk blijft voor niet zo die-hard Apple-fans… iDevices zitten al niet aan de onderkant van markt qua prijs en als toestel en OS er jaar na jaar (ongeveer) hetzelfde uit blijven zien, dan raken mensen verveeld en vinden ze het de meerprijs niet meer waard. Dan gaan ze gewoon op zoek naar een nieuw statussymbool. Zie de val van Blackberry. Dan wordt zo’n HTC One X / Google Nexus 7 / Samsung Galaxy S3 etc. ineens een stuk interessanter.

Eind dit jaar kan ik weer een nieuw abonnement en / of toestel nemen en ik merk dat ik af en toe verlekkerd kijk naar de HTC One X en de innovatie op het Android-platform. Toch is het nog maar de vraag of ik de overstap echt zal maken… Met mijn iMac, iCloud, iPhone en iPad (van het werk) zit ik inmiddels zo vastgeroest in Apples ecosysteem dat overstappen waarschijnlijk te veel moeite is. Precies waar Apple nu op mikt dus: Missie volbracht.

Ik zeg ook niet dat Apples tactiek nu niet werkt.

Alleen dat er een punt komt waarop ik die overstap WEL de moeite waard ga vinden.

En met mij velen.

Dus ik hoop dat Apple me dit najaar alsnog gaat verrassen. Wellicht tegen beter weten in.

W.

Waarom ik een betere voetbalcommentator zou zijn dan Frank Snoeks

Het is natuurlijk ook geen dankbaar beroep. Voetbalcommentator. Je zit – zo stel ik mij voor – achter een tafeltje met een microfoon, een tv’tje voor de beelden die de kijker ziet, een A4’tje met aantekeningen en je loopt ongeveer te roepen wat je ziet. Naast het voetballen zelf ben je het enige wat aandacht trekt. En dus ergeren mensen zich aan je. Ik ook.

In Bureau Sport sprak Frank Snoeks voor het EK zo’n beetje de woorden (vergeef me als ik ze niet meer exact weet) “Als je wint, hoor je niemand, als je verliest ben je de gebeten hond.”

En ik kan me diverse situaties voorstellen waarin dat inderdaad zo is… Je bent bijvoorbeeld het Nederlands elftal en je komt de poulefase niet eens door – dan komt er ineens allemaal gezeik uit het kamp naar buiten en ben je “de gebeten hond”. Of je vecht samen met een andere hond om één been. En je wordt gebeten en dan gaat er zelfs een derde hond met je bot vandoor. Dan ben je “de gebeten hond.”

MAAR JE GAAT MIJ NIET VERTELLEN DAT NIEMAND ZICH AAN DE COMMENTATOR ERGERT WANNEER ZIJN BOODSCHAP POSITIEF IS.

Want dat is niet zo, kan ik u vertellen.

Ik erger me er namelijk ook aan als Oranje – of mijn in die wedstrijd favoriete ploeg – wel wint.

Frank Snoeks gaf – in hetzelfde interview met Bureau Sport – aan dat hij zijn feitjes als relevant beschouwt – ook de informatie in welk restaurant bepaalde spelers hebben gegeten bijvoorbeeld. Dat mag hij natuurlijk zo beschouwen – we leven in een vrij land – maar het probleem is wat mij betreft niet zo zeer dat hij dergelijke feitjes uitvogelt, maar meer dat hij ze vertelt.

Tijdens de wedstrijd.

Een commentator moet – vind ik – stiltes laten vallen. Waarom moet iedere wedstrijd helemaal vol geleuterd worden met commentaar? Het is niet zo dat de wedstrijd daar leuker van wordt. Sterker nog: als kijker word je uit de wedstrijd getrokken door randverhalen. Wat telt tijdens de wedstrijd IS de wedstrijd. Niet wat ervoor is gebeurd of wat morgen gebeurt. Als kijker wil je IN DE WEDSTRIJD zitten. Niet in het restaurant van de clubleiding. De spelers moeten shinen, niet de hersenen van de commentator. Voor de gemiddelde (niet-hardcore voetballiefhebber) kijker is het al moeilijk genoeg met alle afleiding vandaag de dag om geboeid naar de wedstrijd te kijken. Als een commentator dan ook nog de aandacht van de kijker probeert over te nemen van de wedstrijd, wordt dat alleen maar moeilijker.

Daar komt bij dat veel commentators de kijker voor dom houden. Met name bij Snoeks ervaar ik dit. Er gebeurt van alles op het veld en niet alles is wat het lijkt. Een overtreding kan acteerwerk blijken, een buitenspelbeslissing discutabel… Als kijker wil je op zulke momenten meeleven en het onrecht veroordelen “ROTSCHEIDS!” of toelachen “HAHA!”. Maar vooral Snoeks lijkt die ruimte niet te bieden. Natuurlijk moet hij constateren of een beslissing juist is, maar in de wedstrijd Portugal – Spanje heeft hij in de eerste helft (de tweede helft moet nog gespeeld worden op het moment dat ik dit schrijf) altijd al zijn oordeel geveld, voordat de kijker zelf iets heeft kunnen inschatten. Daar komt bij dat Snoeks iets belerends in zijn stem heeft, wat de sfeer in de huiskamer op zulke momenten niet ten goede komt. Ik heb nog liever dat hij enthousiast overkomt dan belerend. Vooral als hij er zogenaamde intenties van spelers bij gaat halen in de trant van “hij wilde een slim balletje tussendoor naar…. spelen, maar dat kon niet – DAT ZAG IK METEEN DUHHHH”. Oké, dat laatste zegt Snoeks niet, maar hij DENKT het. Dat hoor je. Sowieso denkt Snoeks vaak wat de spelers denken “Hij gebaart zijn handen op zo’n manier dat hij denkt ‘aan mij lag het niet.’ – WANT IK KAN GEDACHTEN LEZEN ENZO.” Oké, dat laatste zegt Snoeks niet, maar hij doet het zo vaak dat hij dat wel moet geloven.

Parafraserend:

  • Versla de wedstrijd en alleen de wedstrijd. Dat is het enige wat telt.
  • Vertel de feiten, plaats ze in context, maar niet op een belerende manier.
  • Help de kijker met oordelen, maar oordeel niet VOOR de kijker totdat deze dat zelf heeft kunnen doen.
  • Hou af en toe eens een paar seconden je bek.
  • Niet belerend, maar enthousiast.
  • Denken doe je in jezelf.

En ik snap ook wel dat Snoeks een kind van zijn tijd is. De tijd dat het vocabulaire van de commentaren slechts kon bestaan uit voetbaltermen en de namen van de spelers is natuurlijk voorbij. Maar iedereen die zich aan bovenstaande richtlijnen kan houden, kan een betere voetbalcommentator zijn dan Frank Snoeks.

Zelfs ik.

En ik weet bijna nooit wie er aan de bal is op mijn kleine tv-scherm.

De tweede helft begint, dus vindt u het goed dat ik het hierbij laat voor nu?

W.

Whisky + Cola

Cola: zoet, dorstlessend (zo lijkt het) en rijk en vol van smaak.

Whisky: subtiel, sterk, gedetailleerd en intens

Whisky + cola: waterige zooi zonder de punch van whiskey of de zoetheid van cola.

(het is net als met zonnekleppen: je denkt dat je het zicht van je bril en de bescherming van je zonnebril combineert, maar het ziet er belachelijk uit en het is in de praktijk net zo onhandig als moeten wisselen tussen een zonnebril op sterkte en je gewone bril)

Dus zonde van je whisky en je cola. Tenzij je cola en je whisky van Euroshopperniveau zijn, zeg ik, Stefan van ditisstefan.nl: nooit meer doen.

Ik heb gezegd.

(hetzelfde geldt voor cola en rum, maar eerlijk is eerlijk: I couldn’t care less)

(waarom schrijven we “whiskey” in Nederland trouwens als “whisky” en niet als “whiskey”?)

(het is overigens al jaren geleden dat ik whisky en cola mixte, maar gisteravond bleek tijdens een goed gesprek dat ik niet de enige ben met deze opvatting en dat het woord verspreid dient te worden)

T.

Technisch doodverklaard

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 03-2011, te bestellen via www.chip.nl, en kwam tot stand in samenwerking met Sander Almekinders. Volg CHIP op Twitter.

In de wereld van de consumentenelektronica is het niet vreemd dat trends elkaar in vrij rap tempo opvolgen. Denk bijvoorbeeld aan de walkman, die overbodig werd na de introductie van de discman. Deze werd dan weer overvleugeld door de MP3-speler, maar ook daar lijkt een einde aan te komen. Ze worden nog steeds geproduceerd en verkocht, maar zijn allang niet meer het paradepaardje van de gadgetproducenten van deze wereld. Waar Apple ooit met de iPod furore maakte, wordt de technische innovatie nu op andere terreinen geboekt en is de steeds kleiner wordende markt prooi voor reputatieloze spelers uit China en andere Aziatische landen. Er is geen plotselinge aversie ontstaan jegens MP3-spelers, maar de productcategorie is simpelweg overbodig geworden dankzij smartphones en featurephones die tegenwoordig allemaal muziek afspelen.

Vorig jaar rond deze tijd verschenen er veel artikelen over HTML5, de recentste versie van de taal die op internet wordt gebruikt om webpagina’s te maken en beoogd vervanger van Adobe Flash. Critici, waaronder de ontwikkelaars bij Apple, hekelen de Flash-plugin: hij gaat niet zuinig om met systeembronnen en neemt veel ruimte in beslag. Steve Jobs heeft de techniek zelfs als “stervende” betiteld. We zijn nu een jaar verder en Flash lijkt nog geen last te hebben van HTML5. HTML5 wordt weliswaar door steeds meer browsers ondersteund, maar op verreweg de meeste websites die je bezoekt, staan nog talloze Flash-objecten en banners die op de “stervende” techniek zijn gebaseerd. Een van de redenen hiervoor is dat HTML5 nog niet af is. Er wordt nog steeds gebakkeleid over de implementatie van codecs en bepaalde tags door browserfabrikanten, webontwikkelaars en het consortium achter de webprogrammeertaal. Een ander nadeel is dat HTML5 vatbaarder is voor het installeren van ongewenste bestanden in de vorm van cookies. Feit blijft dat HTML5 minder belastend is dan Flash. De vraag is of dat met de mogelijkheden van de huidige hardware nog een verkoopargument is.

Het jaar 2011 is het jaar van de tablets. Daar leek het in ieder geval sterk op bij de recente Consumer Electronics Show in Las Vegas, waar een hele stortvloed aan iPad-concurrenten werd gepresenteerd. Bij de introductie van de iPad riep Apple nog dat tablets netbooks en subnotebooks overbodig zouden maken. Maar nu, in 2011, het jaar van de tablets, zijn netbooks allesbehalve uitgefaseerd. Na de introductie van de iPad voorspelden verschillende onderzoeksbureaus dat de verkoop van notebooks en laptops fors zou dalen in 2011. Toch steeg de verkoop van netbooks weer behoorlijk in het vierde kwartaal van 2010. Dit kan uiteraard te maken hebben met het feit dat er na de iPad lange tijd geen tablet op de markt is gekomen, maar kan ook duiden op een herwaardering van de netbook. Over een jaar weten we meer: zijn netbooks hetzelfde lot beschoren als de MP3-speler of weigeren ze vooralsnog het veld te ruimen, net zoals Flash? Wie het weet mag het zeggen.

M.

Met dank aan mijn volgers

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 01-2011, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Hoewel lang niet iedereen het nut van Twitter ziet, komen er steeds meer Nederlandse accounts bij, ook van grote bedrijven en instanties. Zo is er @nosheadlines, dat ieder uur het laatste radiojournaal op Twitter plaatst, zodat je er online naar kunt luisteren, maar ook heel Duckstad zit op Twitter. Bijna ieder zichzelf respecterende nieuwsbron heeft een Twitter-account.

Omdat Twitter (nog) geen banners en reclame heeft, is het een prettige manier om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws en voor het volgen van vrienden en interessante mensen. Toch is nog lang niet iedereen fan van Twitter. Wat kun je zeggen in 140 tekens? Wat interesseert het mij wat een ander aan het doen is? Dat zijn heel valide vragen die je kunt stellen als het op Twitter aankomt. Maar voor Twitter geldt ook wat voor bijna alles geldt: je moet het doen voordat je er verslaafd aan kunt raken. De kracht van Twitter is voor iedereen anders. Sommige mensen gebruiken het inderdaad om hun vrienden te laten weten dat ze net een half uur onder de douche hebben gestaan (“Sorry, aarde”). De vrienden reageren dan en zo ontstaat er vaak een kat- en muisspel van @mentions en ludieke tweets.

Maar lang niet iedereen gebruikt Twitter op deze manier. Zo was ik enkele maanden geleden op een congres over ICT in het onderwijs voor het artikel “Het einde van het Krijtperk?” Daar was ik onder andere bij de keynote van @peterdevisser, over een school waar ieder kind een MacBook krijgt in plaats van werkboeken met opdrachten. Hij twittert, maar niet om te zeggen wanneer hij doucht of praat, maar ter inspiratie. Via Twitter komt hij in contact met andere mensen uit het onderwijs en deelt hij goede ideeën. Twitter is in dat geval een ideeëngenerator. De korte en krachtige berichten kunnen bij gelijkgestemde volgers een eigen leven gaan leiden. Ik gebruik Twitter op beide manieren. Twitter is de reden dat ik bijna in de organisatie van een naaktkalender terechtkwam, maar ook dat ik de Weblogger van deze CHIP vond.

De leukste toepassing van Twitter is voor mij de “Mag ik een vriend bellen?”-optie. Toen ik namelijk na afloop van mijn congresdag op station Lunteren aankwam, bleek de trein net vertrokken. De trein naar Ede-Wageningen komt daar maar één keer per half uur. Dus tweet ik: “Trein vertrekt over 28 minuten, zou er in Lunteren verder nog iets te doen zijn?” Twee minuten later krijg ik van @ImkeWalenberg een adresje waar ik een lekkere kop koffie kan drinken en mijn artikel alvast schematisch kan opzetten. Dat is vele malen beter dan in de vrieskou te wachten op de volgende trein. Als je echt niets te doen hebt, kun je altijd nog proberen andere mensen te helpen. Twitter kan grappig, handig en inspirerend zijn. Misschien was dat in eerste instantie niet het idee erachter, maar dat is wat het is geworden. Als je dat wat lijkt, kan ik je alleen maar aanraden Twitteren toch echt een keer te proberen. Begin met het volgen van @chipnl en @ditisstefan.

M.

Mag ik je gegevens?

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 09-2010, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Op The Pirate Bay kun je tegenwoordig niet alleen films, muziek en software van soms dubieuze kwaliteit downloaden, maar ook 2,8 GB aan gebruikersgegevens van Facebook. Het zijn de gegevens van Facebook-leden die in de privacy-opties van Facebook niet hebben ingesteld dat hun gegevens  inzichtbaar voor zoekmachines moeten blijven. De gedownloade databestanden bevatten profielgegevens, waaronder voor- en achternamen. Via de URL’s in de lijsten kunnen de bijbehorende profielpagina’s van de leden worden geopend. Vervolgens kunnen ook de profielen van vrienden worden bekeken. Dit terwijl een deel van die vrienden juist heeft aangegeven dat zij niet publiekelijk geïndexeerd willen worden. Facebook meent dat er niet veel aan de hand is: de ‘gelekte’ data is ook met een zoekmachine te vinden. Er komt dus geen informatie aan het licht die voorheen verborgen was. Toch voelt het niet goed dat er iemand van een goedaardig beveiligingsbedrijf in is geslaagd om de database van Facebook met zo’n honderd miljoen accounts in één keer te downloaden. Als er straks iemand écht gevoelige data wil hebben, wie zegt mij dat die daar dan niet wat extra moeite voor doet – en erin slaagt?

Facebook is geen uitzondering in het opslaan van onze persoonlijke gegevens. Google, Apple, Microsoft, Yahoo: het lijkt alsof alle internetbedrijven bezig zijn met het inzamelen van gebruikersgegevens. Zo kan Apple elke verkochte iPhone via de ingebouwde GPS-module traceren. Weliswaar anonimiseert het bedrijf deze gegevens alvorens deze te gebruiken voor zijn iAds, maar wat als een ander bedrijf straks besluit dat niet meer te doen? Gelokaliseerde en gepersonaliseerde advertenties zijn misschien handig, maar het blijft opdringerige reclame.

Moeten we dit soort praktijken normaal vinden en accepteren? Wij vertrouwen websites en bedrijven onze gegevens toe en in ruil daarvoor krijgen we ‘relevante’ reclame én moeten we maar hopen dat onze persoonlijke gegevens niet worden gestolen en misbruikt. Dat is niet de beste deal die ik ooit met een bedrijf heb gesloten. Probleem is ook dat het steeds normaler wordt om overal je gegevens achter te laten. Op veel sites en forums kun je pas reageren als je een account hebt. Sommige websites mag je zelfs pas bekijken als je bent ingelogd. Dat is dan weer een extra instantie die je gegevens heeft, terwijl ze die feitelijk niet nodig hebben. Op sommige websites is inloggen heel handig – zo vind ik het heel fijn dat ik de enige ben die bij mijn bankrekening kan als ik ga internetbankieren, maar op andere websites vind ik het echt niet nodig om mijn (echte) gegevens in te vullen.

Vul dus de volgende keer als je je ergens registreert alleen de verplichte velden in. Als je wordt verplicht om een adres in te vullen, maar niet inziet waarom dat nodig is, vul dan een nepadres in. Gebruik daarnaast niet je eigen e-mailadres, maar gebruik een speciaal aangemaakt spamadres om te voorkomen dat je tot in lengte der dagen nieuwsbrieven ontvangt. Bedrijven willen je gegevens graag hebben, maar dat betekent niet dat jij die klakkeloos hoeft af te geven. Persoonlijke gegevens mogen dan veel waard zijn voor bedrijven – voor jou zijn ze nog veel meer waard.