1.

10 dingen die fout zijn aan Sucker Punch

Nu in de bioscoop: Sucker Punch. Een visueel indrukwekkende actiefilm over een meisje dat na de dood van haar moeder door haar boze stiefvader naar een inrichting wordt gestuurd. Tijdens haar verblijf op deze vreselijke plek ontsnapt ze naar haar fantasiewereld, waar ze een plan smeedt om te ontsnappen.

Er is iets mis met de filmrecensies van deze wereld. Zo bekijken veel critici films alsof ze aan een bepaald ideaal moeten voldoen. Dit geldt met name voor de Hollywood blockbuster. Wanneer er vervolgens een variant van een grootse film wordt gemaakt die alleen een bepaalde groep mensen aanspreekt, dus met een bepaald publiek voor ogen, dan wordt toch deze film langs dezelfde lat gelegd. Zo werd vorig jaar Scott Pilgrim vs The World afgemaakt en niet veel later New Kids Turbo! Beide films werden over het algemeen opgelepeld door het publiek waarvoor de film gemaakt was. De zure critici konden er niet veel mee, want op de Gone With The Wind-schaal, scoren beide films slecht. Ik vind het juist goed dat bepaalde films voor bepaalde groepen mensen gemaakt worden. Dat kan juist nu blijkbaar heel goed, laten we het dan vooral doen. Daarom ben ik ondanks de recensies naar Sucker Punch geweest. Want als blockbuster mag Sucker Punch falen, als donker actiesprookje wellicht niet, toch?

Helaas doet het dat wel. Er zijn een aantal dingen mis aan de film. Hier de tien ergste, in willekeurige volgorde:

  1. Het plot. Het begint allemaal keurig, met een verhaal dat duidelijk de toon zet, maar wel wat ambigu blijft, zoals het hoort. Daarna overwint de fantasie het en komt er steeds minder ruimte voor het plot. Althans, het verhaal gaat verder, maar er wordt te weinig nagedacht over drijfveren en de precieze rolverdeling. Als uiteindelijk alle eindjes netjes bij elkaar horen te komen, kun je niet anders dan een beetje teleurgesteld zijn: het is nogal onbevredigend. En de film hoeft echt geen Gone With The Wind te zijn, maar probeer dan ook niet alles precies mooi aan elkaar te knopen als je dat minder belangrijk vindt dan visueel geweld.
  2. Teveel personages. Vijf jonge meiden die alles en iedereen in elkaar meppen. Prima, maar dat heeft gevolgen voor de structuur van de film. Je kunt niet alle hoofdpersonages even aardig/goed/leuk vinden. Had er één minder in de film gestopt en het verhaal had aan geloofwaardigheid niks ingeboet maar het had wellicht wel tot gevolg gehad dat mensen mee gingen voelen met meer dan één of twee personages.
  3. Teveel fantasie. Baby duikt in haar fantasiewereld op het moment dat er iets ergs dreigt te gebeuren of als er iets belangrijks moet gebeuren. Dat is prima. In totaal zijn er vijf fases in dit project en dat is eigenlijk net één te veel… Had er één geschrapt en er was meer tijd geweest om het plot net iets beter uit te werken en fantasie en realiteit aan elkaar te koppelen.
  4. Jena Malone / Abbie Cornish. Deze twee zusjes (in de film dan) voeren dialogen waaruit duidelijk wordt hoe close ze zijn. Zonde van de tijd en het is niet alsof we aan het einde blij zijn dat er tijd aan dit subplot is besteed. Had dan deze twee karakters samengevoegd.
  5. De titel. Het visueel geweld mag dan indrukwekkend zijn, het is ook weer niet alsof het de eerste film is die op deze manier wordt gemaakt. Dus nee, geen sucker punch-gevoel.
  6. De covers. Er zit veel muziek in de film en hoewel het stuk voor stuk opzwepende tracks zijn, zitten er ook wat tenenkrommende covers tussen, met dramatische uitvoeringen van The Beatles (Tomorrow Never Knows) en The Smiths (Asleep). Ze voegen niets toe, sterker nog: ze leiden af.
  7. De moraal van het verhaal. Die lijkt er min of meer met de haren bijgesleept. In het begin van de film wordt er gesproken over guardian angels terwijl er ook ondertonen van female empowerment inzitten. Maar ze huppelen wel rond op hoge hakken en in korte rokjes, aan het einde krijgen we wederom een voice-over, maar wat die nu precies met de voorgaande film te maken heeft – het is mij een groot raadsel.
  8. De slechterik. In de fantasiewereld is het allemaal prima, maar daarbuiten is het uiteindelijk best wel armoe troef. Dat is vast opzet, maar het is ook matig. Daarnaast komt ook Jon Hamm bijzonder matig uit de verf – nadat er behoorlijk lang naar hem wordt toegewerkt. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat er behoorlijk wat materiaal met hem op de montagevloer ligt.
  9. Carla Gugino. Bekend van ondermeer Entourage en Californication. Ze speelt een Poolse dokter, met Russisch accent. Gekleed in strakke outfits. Ze is alleen ook het karakter dat bij de pay-off totaal niet uit de verf komt. Ineens lijkt haar dynamiek veranderd, maar als verder de overeenkomsten tussen realiteit en fantasie zo groot zijn, waarom verandert zij dan juist wel?
  10. De inrichting zelf. Natuurlijk is een inrichting geen prettige plek, maar er wordt zoveel tijd doorgebracht in de fantasiewereld, dat niet duidelijk wordt in hoeverre onze wetten en regels gelden in de film. De indruk die we krijgen van de wereld in de film is dat deze bijna net zo zwartgallig is als veel van de fantasiewereld. Aan het einde vervagen de grenzen van fantasie en realiteit, en dan niet op de goede manier (zoals in Inception).

Nee, Sucker Punch is geen indrukwekkende film. Wel mooi gemaakt, maar niet indrukwekkend. Dat zal zelfs de specifieke doelgroep van deze film toe moeten geven.

V.

Vier kansloze leeuwen

Four Lions is een wat controversiële komedie. Aan de ene kant is het inderdaad een hilarische film, aan de andere kant staan de hoofdpersonen, vier radicale moslims, op het punt om een aanslag te plegen. Geregisseerd door een acteur uit The I.T. Crowd en geschreven door de schrijvers van Peep Show kan zelfs dit controversiële onderwerp hilarisch worden.

De vier terroristen zijn namelijk nogal kneuzen. Van een mislukt trainingskamp in het Midden-Oosten waar het neerhalen van een vliegtuigje leidt tot het bombarderen van hetzelfde kamp, tot het struikelen met explosieven en het opblazen van kraaien en schapen. In het begin vraag je je af waarin je terecht bent gekomen, maar het duurt niet lang voordat je dubbel ligt van het lachen. Dat alles resulteert in een hilarische chaos in de London marathon, waarbij twee snipers de heren, verkleed in diverse kostuums, proberen uit te schakelen:

Sniper 1: [into walkie-talkie] The bear is down. Repeat, the bear is down.
Sniper 1: We got the bear.
Sniper 2: I think that’s a Wookie. That’s a Wookie!
Sniper 1: No it’s not! It’s a bear!
Sniper 1: [into walkie-talkie] Is a Wookie a bear, Control?

Het is droogheid ten top, maar het werkt, juist omdat het een enigszins controversieel onderwerp is. Het is onmogelijk om de vier kneuzen serieus te nemen, maar ondertussen hebben ze wel explosieven bij zich. Het feit dat één van hen het idee krijgt om een moskee op te blazen, om zo alle andere moslims te radicaliseren, is tekenend voor het absurde niveau van de film. Wanneer je de brothers in respectievelijk een struisvogelpak, turtles-outfit en omgekeerde clownkostuum door hartje London ziet rennen, kun je niet anders in de lach schieten. En wanneer een brother een kraai met bom instructies geeft om te sterven voor het hogere doel, kom je niet meer bij van het lachen.

Een aanrader. Check de trailer.

vier uit vijf

G.

Gaat dat zien: Despicable Me

Het is lang geleden dat ik zo hard heb gelachen om een (animatie-)film. Despicable Me heeft misschien niet het meest diepgaande plot uit de filmgeschiedenis, maar blinkt uit door een vrijwel constante stroom van originele tot extreem flauwe grappen. Ik weet niet met wie ik me meer kan identificeren: Gru of de kleine, vervelende meisjes die hij adopteert, maar dat maakt niet uit. Als je twijfelt: GA! Loop vooral ook niet meteen weg na de aftiteling. De geinige gele Minions halen nog wat aardige 3D-grapjes uit. Met vrijwel onherkenbare gastrollen van Russell Brand, Jason Segel en Julie Andrews de moeite meer dan waard.

vier uit vijf

7.

72 uur lang drank, drugs en talloze excessen

(of de tragiek van de entertainer)

Als ik dan toch moet kiezen, dan kijk ik het liefst een “intelligente” film. Hij mag best grappig zijn, bij vlagen zelfs cheesy, als hij maar goed in elkaar zit. Natuurlijk kan ik ook genieten van een goede blockbuster, maar het zijn de kleine verhalen die me het meest boeien. Get Him To The Greek is niet zo’n film.

Nee, Get Him To The Greek is een film met in de hoofdrollen Jonah Hill en Russell Brand. Eerstgenoemde loopt vooral rond met kots op zijn kleren, Russell Brand is vooral bezig met het opwekken van die kots, door het voeren van drank en drugs aan “groentje” Jonah Hill. Hill speelt Aaron, die platenbaas Sergio (een zowaar hilarische Sean “P Diddy” Combs) ervan weet te overtuigen dat zijn grote idool Aldous Snow (Russell Brand), een grandioze comeback moet maken. Livestreams, dvd’s, heruitgave van de discografie… Het gaat allemaal gebeuren als dit een succes wordt. Hill moet zich bewijzen door Brand binnen 72 uur van London naar L.A. te krijgen. Tussendoor wordt er in New York gestopt voor The Today Show.

Jawel, 72 uur. Dat is een belachelijk korte tijd, vooral omdat Aldous Snow aan lager wal is geraakt. Hits heeft hij in jaren niet gehad, dus omgeeft hij zich met ja-knikkers en drank, drugs en vrouwen. Hij wil op zich best optreden, maar hij wil niet zo graag dat hij haast gaat maken om in L.A. te komen. Hill kan niet anders dan meegaan in de levensstijl van zijn grote idool en zijn kans afwachten om Snow in het vliegtuig te duwen (of zoals Diddy’s karakter Sergio zegt: you need to mindfuck him!). In de 72 uur die volgen passeren nogal wat excessen de revue. Soms zijn die volledig onnodig, soms zijn ze stiekem best wel grappig. Dit is het moment om de trailer te bekijken (die overigens voor de helft bestaat uit dialoog en scènes die niet in de film zitten):

Dat ziet er inderdaad als een alledaagse poep- en plaskomedie. Maar net als Forgetting Sarah Marshall, waar deze film een spin-off van is, zit er een hart en ziel in deze film onder de laag van slechte grappen. Al zit die in deze film nog beter verstopt.

Ik beweer ook niet dat Russell Brand de meest filosofische film van de afgelopen twintig jaar is, maar feit is dat er in deze film een aantal cruciale momenten zitten die de film het kijken toch waard maken. Het plot is in eerste instantie absurd, maar na de realisatie dat eigenlijk de hele film dat is – vooral dankzij Russell Brands acteerwerk -, wordt het accepteren van de wereld in deze film ineens erg eenvoudig. Aldous Snow is een man van het grote gebaar en het duurt zo’n anderhalf uur voordat we hem kwetsbaar zien – waar overigens de vreselijkste scène in de film aan vooraf gaat. Maar zelfs de kwetsbare Aldous Snow is een man van grote gebaren. Pas de volgende dag realiseerde ik me het ware onderwerp van deze film. Dit is niet zo zeer een film over het rock ‘n roll bestaan of over vriendschap of “liefde”. Nee, deze film gaat over de tragiek van de entertainer.

Die tragiek, daar staat Aldous Snow symbool voor. Het is een rol die Russell Brand als niemand anders kan spelen – als inmiddels sobere stand-up comedian. Het karakter ligt erg dicht bij Brands stand-up persoonlijkheid. Het is natuurlijk de vraag of Brand nog meer soorten rollen kan spelen, maar dat gaan we binnenkort zien in de Shakespeare verfilming The Tempest, met ook Helen Mirren en Alfred Molina erin. In Get Him To The Greek speelt hij zijn rol met verve. Dat heeft een hoop gore grappen tot gevolg, maar die zijn aan het genre inherent. Dankzij een iets diepere laag dan gewoon is in dit soort films (en de talloze cameo’s, de liedjes die alleen maar over seks gaan en de tv-showfragmenten die in de film zijn verwerkt), is de film de 2 uur meer dan waard. Feit is dat Get Him To The Greek vast niet de grappigste komedie van het jaar is en ook niet de briljantste, maar wel eentje met een hart. In die zin stelt de film zeker niet teleur.

S.

Stefan kijkt: Inception

Afgelopen zaterdag ben ik naar de blockbusterthriller van het jaar geweest. Hoewel ik mezelf redelijk op de hoogte houdt van de diverse films die eraan zaten te komen, was Inception me tot nu toe een beetje ontgaan. Misschien wel omdat ik dacht “ah, weer een actiethriller met Leonardo.” Pas een week of twee geleden realiseerde ik me dat dit wel eens een heel bijzonder film zou kunnen zijn. Donderdag 22 juli ging de film draaien, ook in Nijmegen. Loet, Roel en ik besloten dat we ernaar toe moesten. Alleen lukte donderdag niet. Op vrijdag draaide de film niet en zodoende togen we op zaterdagavond naar Carolus in Nijmegen. De zaal zat bomvol en na afloop klink er zowaar applaus. Wat vond jij ervan?

[in het vervolg van dit bericht zitten aanzienlijke spoilers]

Read more

S.

Stefan kijkt: Alice in Wonderland

Tim Burton? Prima kerel, als u het mij vraagt. Films als Big Fish, Charlie & The Chocolate Factory en The Nightmare Before Christmas kan ik allemaal enorm waarderen. Alice in Wonderland vond ik echter té Lady Gaga. Natuurlijk mag het best een vreemde film zijn, Wonderland / Underland is geen gewone wereld, maar er is ook nog zo iets als stijl versus inhoud.

Het is niet zo dat Wonderland alleen maar een wonderlijke wereld in positieve zin moet zijn, maar ook alle luchtige, grappig bedoelde stukken in het wonderlijke land zijn bij nader beschouwing vreemd, zelfs creepy te noemen. De Mad Hatter, gespeeld door Johnny Depp met oranje haar, vaag accent en enge contactlenzen, mag dan in wezen een aardige hatter zijn, die Alice altijd wil beschermen en helpen, zijn vage gedrag maakt hem zeker geen karakter dat op handen gedragen zal worden. Eigenzinnig, vreemd, dat is het karakter allemaal wel, maar verder is het gewoon een “Johnny Depp doet vreemd”-personage. Dat zijn we  van hem gewend en dat maakt zijn tour de force net iets minder indrukwekkend als in het verleden.

Alice, gespeeld door Mia Wasikowska, wordt in de proloog neergezet als een wat eigenwijs meisje met een eigen wil en mening, maar is vanaf het moment dat ze Wonderland betreedt met name een bij vlagen angstig, maar vooral ogenschijnlijk ongeïnteresseerd meisje. Ze ondergaat het avontuur, omdat het moet. Het begin en het einde van de film, die zich in de gewone wereld afspelen, lijken haast overbodige toevoegingen. Geen moment lijkt het alsof deze Alice opgesloten zit in een keurslijf, laat staan dat haar avonturen in Wonderland bijdragen aan het uiteindelijk afwijzen van het huwelijksaanzoek waar ze in het begin van de film van wegrent. Alice mag misschien iéts zelfverzekerder zijn geworden, het verschil is zo minimaal dat je je afvraagt of haar reis door Wonderland niet toch een droom was. Ongetwijfeld is ze iets feministischer teruggekomen dan dat ze is weggegaan, maar wie haar daartoe heeft moeten inspireren?

Want het onder de loep nemen van de andere personages stemt mij ook niet bepaald vrolijk. Matt Lucas (van Little Britain) is nog het minst vervelend als Tweedledee en Tweedledum, maar het lijkt net of je naar een Fatfighters sketch kijkt. De boze Red Queen wordt gespeeld door, hoe kan het ook anders, Helena ‘muze van Tim Burton’ Bonham Carter. Prima actrice, denk ik, maar ik heb haar tot nu toe vrijwel uitsluitend hysterische rollen zien spelen. Haar rol van de kwaadaardige vorstin met het te grote hoofd vormt geen uitzondering. Het wordt bijna vervelend. Dan is er ook nog Anne Hathaway, normaal toch een lichtpuntje, maar hier straalt ze op geen enkel moment liefde en warmte uit: zwarte make-up, liefdeloze blik en afstandelijk acteerwerk. Als dit het alternatief is, dan hoop ik op een patstelling. Enig lichtpuntjes in de cast: Alan Rickman als de Blue Caterpillar en Crispin Glover als het slaafje van Bonham Carter. En oké, Michael Sheen als het witte konijn is ook best vermakelijk.

Het punt is ook niet dat Alice in Wonderland een enorm slechte film is… De topcast zet ook geen totale wanprestatie neer… Nee, deze Alice in Wonderland speelt te veel in op de CGI-hype. Het ziet er allemaal deprimerend mooi / vreemd uit (erg mooi zelfs), maar dat is ook meteen de reden waarom de film enige warmte ontbeert die het op sommige momenten wel had kunnen gebruiken. Wat in principe een mooi vervolgverhaal op Alice in Wonderland had kunnen zijn, is nu een combinatie van het originele verhaal, een losgeslagen vervolg en iets wat moet lijken op een mooie, wilde achtbaanrit door een heel vreemd land met heel erg vreemde karakters – maar dat nu niet is – en alle diepere lagen van de oorspronkelijke verhalen uitgumt. Dat kan zelfs het  schaakbord van 64 bij 64 vakjes, waarop de veldslag plaatsvindt, niet verhullen.

drie uit vijf

S.

Stefan kijkt: 9

Een alternatieve animatiewereld die een beetje doordacht is en eigenzinnig uitziet. Dat kan heel wat worden (denk aan Coraline). Helaas was 9 niet ‘heel wat.’ Het was ‘wat.’

In een post-apocalyptische wereld die lijkt op de onze (van zo’n vijftig jaar geleden), ontwaakt 9, een poppetje. Zonder wetenschap van wat hij doet, waar hij vandaan komt of wat zijn bestaansrecht is, loopt hij door de verwoeste wereld. Hij komt 8 andere vergelijkbare poppetjes tegen, verder is er geen levend wezen te ontdekken op de planeet. Wel een metalen machine die de wezens aanvalt. De rest van de wereld is vernietigd na een vreselijke oorlog tussen mens en machine. 9 overtuigt zijn collega’s ervan dat ze het beest moeten verslaan, maar zet een proces in beweging dat in eerste instantie de kleine poppen meer kwaad dan goed doet.

De sombere wereld ziet er verbluffend mooi uit, de poppetjes zijn levensecht. Voeg daar een aardig verhaal en een sterrencast (de hoofdrol van ‘9’ wordt ingesproken door Elijah “Frodo” Wood) en je hebt een klassieker. Toch? Waar Wall-E wist te slagen, laat 9 het afweten. Op de een of andere manier lukt het niet om de kijker mee te slepen. Het verhaal is te eng voor kleine kinderen, maar ook weer niet onderhoudend genoeg voor hun ouders. De film voelt bij vlagen leeg aan. Dat is eigenlijk raar, want het lijkt erop alsof de makers er wel degelijk veel tijd in hebben gestopt. Uiteindelijk wordt best veel mythologie en achtergrondinformatie gegeven. Die informatie heeft echter iets vrijblijvends en sommige belangrijke plotpunten (Waarom is er bijvoorbeeld in eerste instantie maar één monster? Waarom kan de perfecte machine zichzelf niet klonen?) worden volledig open gelaten, om door de kijker ingevuld te worden.

Nu ben ik de beroerdste niet om zelf betekenis toe te kennen aan subtiele hints en zo kan ik tevreden zijn over bijvoorbeeld het einde, maar op andere momenten ligt de betekenis er weer veel te dik bovenop. Moeten we nu wel of niet zelf denken, vraag ik me als kijker af. Zo hinkt de film bij tijd en wijle op twee gedachten. Het zwakste punt blijft echter dat, hoe schattig en kwetsbaar de poppetjes er ook uit mogen zien: je bouwt geen band met ze op. In tegenstelling tot Wall-E, waar de relatie met EVE volkomen geloofwaardig en bijna menselijk is. In 9 worden dergelijke karakterontwikkelingen nauwelijks uitgewerkt. De ontwikkelingen die er in zitten zijn te gehaast: het eerste contact dat 9 legt wordt na twee minuten al ontvoerd. Ik at er geen koekje minder om, hoor. Als tegenwerping zou je kunnen inbrengen dat de film hiermee een aantal cliché’s vermijdt, maar nu heeft dat leegte tot gevolg. Dat kan ook niet de bedoeling zijn.

Al met al is 9 geen slechte film. Hij is niet te lang, niet te kort en verbluffend mooi gemaakt. Maar alleen visueel genot maakt nog geen topfilm.

drieënhalf uit vijf