G.

Glasgow is gek

Op een harde vloer (of een heel dun matje, zo dun dat je soms niet door hebt dat je er vanaf bent gerold) is het slecht slapen. Ten minste, dat vind ik. Voor mijn kapotte rug, waar ik twee dagen eerder mee wakker werd geworden, deed het worden (in combinatie met een bezoek aan de fysio en twee stukken tape over de lengte van mijn rug). Het werkt vast niet bij iedereen zo, maar bij mij wel. Halverwege de tweede nacht op Schots grondgebied overtuig ik Pim om te ruilen. Ik in bed, hij op het matje. Ik slaap beter – was ook nodig na bijna drie gebroken nachten (thuis sliep ik met die rug ook bijzonder slecht) – maar heb het idee dat mijn rug me meer parten speelt als ik opsta. Dan is het de afweging: lekker slapen of minder rugpijn. Ik kies lekker slapen, omdat ik slaap nu eenmaal nodig heb.

Goed, ik word dus oud. Dat konden we ook al concluderen uit het feit dat ik een mietje ben in de Schotse drankcultuur. En laten we eerlijk zijn, in Nederland drink ik al niet in de Eredivisie – kwaliteit boven kwantiteit noem ik dat – maar in Schotland word ik dus gewoon weggelachen. Eén bier bestaat daar niet en als ik dan ook nog begin te gapen (zie het bovengenoemde slaaptekort) rond een uurtje of tien, dan wordt er dus doodleuk een White Russian voor je gehaald. Nu is de White Russian sowieso mijn favoriete cocktail – ik bevind mij wat dat betreft wel weer in goed gezelschap – dus dat was een geluk bij een ongeluk.

Nog meer drankcultuur: om 1 uur ‘s middags naar A Play, A Pie and a Pint gaan. Waar je Schotse cuisine ervaart, al aan het bier mag (voor mij nog wat vroeg) en een toneelstuk te zien krijgt. In dit geval een vaag afgeleide van The Picture of Dorian Gray – maar dan met name over ouderdomsverschijnselen bij vrouwen op leeftijd. Grappig, maar ik denk dat we er meer van hadden genoten als we zelf wat meer op leeftijd waren. Nee, dan waren de spellen in het transportmuseum veel cooler.

Nog meer drankcultuur: de mannen in het vliegtuig naast me. Ik heb ook wel eens ‘s morgens vroeg in een vliegtuig naar de UK gezeten alwaar de whiskey-cola al rijkelijk vloeide,  dus in die zin is het in de avonduren beter te begrijpen, maar in combinatie met de motoriek en stemkracht van de heren werd ik toch een beetje moedeloos tijdens de reis. De vlucht duurde ook wel langer dan normaal: bleek de piloot de verkeerde kant op te zijn gereden bij vertrek. Gelukkig vloog hij wel in één keer goed. In mijn herinnering was het een Belg, maar misschien was dat op de terugweg ;).

En toch zijn Schotten niet alleen drinkebroeders, of luidruchtige schreeuwlelijkerds. Zeker niet. Het zijn ook heel warme mensen. Ik begreep van mijn goede vriend Pim dat het een uitzondering betrof, maar de buschauffeur die van het vliegveld naar de stad reed, was in ieder geval heel aardig  en behulpzaam. En mijn Schotse vrienden, die ik een paar jaar geleden heb leren kennen, die zijn daar ook een voorbeeld van. Of Pims collega’s, die ik weliswaar maar even heb gesproken.

Kortom, het was goed in Schotland.

A.

Aan de verkeerde kant van alles

Waarom verhuis je niet naar Amsterdam? vroeg een bekende, min of meer grappend, omdat we elkaar voor de zoveelste keer bij een concert in Amsterdam tegenkwamen. En toegegeven, als je zo terug rijdt in de trein, lijkt dat inderdaad een goede optie. Is zo’n concert van Damien Jurado namelijk om 5 over 10 afgelopen, dan kun je namelijk gewoon om elf uur in je bed liggen en toch een gave avond gehad hebben. Nu was twaalf uur, en voordat ik dan slaap kunnen we al bijna spreken van een gebroken nacht. Want de wekker gaat vroeg (zeker als je naar Den Haag moet de dag erna).

Damien Jurado maakte er zelfs nog grapjes over tijdens zijn show… “I know a lot of you have trains to catch.” Om vervolgens op Bert Visscheriaanse wijze het publiek na te doen “No man, it’s alright. Play more man!” (hij zei nog net niet “Desnoods leggen we geld bij!”)

Jurado kon geen echt excuus verzinnen om nog maar één nummer te spelen, behalve dat. Want hij was het spelen ook niet echt zat, maar ja, je moet een keer ophouden… Alsof hij een soort sociale druk voelde om door te gaan. Hij bespeelde – zoals mijn concertgenoot en stijlmeisje al zei – het publiek op geraffineerde wijze. De eerste helft zei hij vrijwel niks (en zoals gewoonlijk zei hij wél dat hij niet veel ging zeggen). Toen, tijdens de tweede helft, ontstond langzaam maar zeker een spraakwaterval die tijdens de encore in zondvloed ontaardde (Jurado zou de bijbelse referentie vast op prijs stellen). Dat was misschien maar goed ook, want een beetje lucht was welkom in een set die verder bijzonder intens was. Mooi, maar heel intens (met name het slotnummer van de reguliere set). Gelukkig speelde Jurado ook bijna al mijn lievelingsliedjes (Cloudy Shoes, Museum of Flight, Rachel & Cali, Sheets, eigenlijk ontbrak alleen Ohio) en dus zat ik me een partij te genieten.

Alleen ja, dan nog de trein terug. Dan ligt Nijmegen toch aan de verkeerde kant van bijna alles. Dat gevoel krijg ik trouwens ook als ik met de auto terugrijd, of het nu uit Den Haag of Amsterdam is. Een paar weken eerder stond ik in de kleine zaal van Paradiso bij To Kill A King. Eindelijk zag ik de band live, na de band in hun vorige incarnatie (Kid iD) in het voorprogramma van mijn favoriete band te hebben gezien. Verbazing alom toen mensen hoorden dat ik nog naar Nijmegen moest – zeker omdat het pas om 10.30 uur begon. De dag na dat concert bleek echter mijn productiefste dag van het jaar tot nu toe. Bij mij zegt de hoeveelheid geslapen slaap niet zoveel over de hoeveelheid werk die ik kan verzetten. Daar was ik op andere manieren achter gekomen.

Dat concert van To Kill A King was overigens meer dan de moeite waard. Ook vanwege de support act, Spring Offensive, die in dezelfde muzikale wijk wonen als To Kill A King: inteligente gitaarrock met een folkachtig tintje. To Kill A King was over het algemeen iets gepolijster, hoewel ze kozen voor een trage en moeilijke opening, het duurde vermoedelijk even voordat de ‘casual’ luisteraar overtuigd was. Ze speelden veel van mijn favoriete liedjes, maar het ontbreken van Wrecking Crew stelde me wel een beetje teleur…

En als je dan de dag erna op zoek gaat naar muziek van de support act gaat en catchy single Speak Now tegenkomt, dan weet je weer zeker dat het niet door de gezelligheid kwam dat de muziek zo leuk klonk.

Dat er ook een liedje genaamd Hengelo in Spotify staat, negeren we dan maar even. Dat is óf een ironische cover, of een fout van Spotify, want Engelse bands maken geen liedjes over Nederlandse steden waar ik nog nooit ben geweest.

Blijkt dat bij nader inzien een nog veel mooier liedje te zijn, over die Nederlandse bosjongen die ‘Ray’. Het album van Spring Offensive komt overigens binnenkort.

Waarom ik niet naar Amsterdam verhuis? Nou, omdat er meer vrienden in Nijmegen wonen, er een mooi poppodium komt, én omdat het ook nog relatief dicht bij familie is. Dus Nijmegen ligt helemaal niet aan de verkeerde kant van alles. Misschien bijna alles, maar dat kleine deel is dan wel heel belangrijk voor mij. De verkeerde van alles, maar bij verrassend veel dichtbij. Al merk je daar ‘s avonds laat in de trein niet veel van.

Hengelo daarentegen… Hengelo. Dát ligt aan de verkeerde kant van alles… Maar ze hebben wel een mooi eigen liedje nu, dat dan weer wel.

[.

[IJsland 2013] 4: Terug naar Reykjavik

2013-08-28 09.48.41

Vandaag reizen we terug naar Reykjavik. Ik ben blij dat we een rustdag hebben na ons intensieve wandelprogramma van de afgelopen dagen. Dan krijgt mijn enkel immers tijd om te herstellen. Hij is er namelijk niet beter op geworden. Toen we gisteravond bij het huisje aankwamen was de enkel al aanzienlijk dikker dan normaal en nu – na een verder goede nachtrust – is de enkel wel beter dan de avond ervoor, maar niet goed genoeg om verder te lopen dan, zeg, van het huisje naar de auto en weer terug.

Read more

B.

Bijna mijn foto’s kwijt

Vanochtend zat ik in de trein deel 4 van mijn IJsland verslag te typen (echt waar! 262 woorden al). Zoekend naar de juiste omschrijvingen en details (het is al bijna 2014, immers), dook ik in mijn Dropbox-map om daar, aan de hand van de gemaakte foto’s op mijn iPhone en de gedeelde map ‘IJsland 2013’ waar Mischa wel en Sjoerd niet de foto’s in heeft gedeeld, de dag verder te reconstrueren. Dat blijkt niet te kunnen.

Read more

H.

Herfstheid

2013-10-27 12.56.37

Dat de zon schijnt en de lucht blauw is als ik dit schrijf, neemt niet weg dat het flink waait, en de hele ochtend regende, hier in Nijmegen. De herfst is het seizoen van melancholie, met weemoed terugdenken aan de dagen dat het weer mooi was (zoals gisteren nog, toen we de klok nog niet hadden verzet naar wintertijd). Zoals het geen zomer is, voordat ons meerdere dagen achter elkaar 25 graden en zon is toebedeeld, zo is het pas herfst als er meer bladeren van de boom zijn gewaaid dan er nog aan hangen. Tot die tijd is het nazomer. Herfst is het seizoen waarbij je nog best naar buiten wil, maar het weer je soms al tegenhoudt.

Ik hou en ik haat van de herfst. Ik haat van de herfst vanwege het weer, de koude en de donker wordende dagen, de straten die leger worden, mensen die zich haasten om ergens te komen. Maar ik hou van de herfst vanwege de melancholie, de onverwachte schoonheid en de muziek die ik zo vaak luister, die in dit seizoen net iets mooier tot zijn recht komt.

Thomas Dybdahl heeft eerder dit jaar zo’n plaat uitgebracht waarin – op enkele popliedjes na – die melancholie overheerst (de titel alleen al: What’s Left Is Forever). Het einde van de plaat verdrinkt haast in een strijkers en productie, maar wie er doorheen luistert hoort de verandering van de seizoenen. Ook uit de tekst spreekt verandering en verwachting:

Hold on, this next wave is a big one…

De golf is niet die van de zomerse zee, die waarin je duikt, maar van de stuimige zee waar je in herfstvakantie  langsloopt om uit te waaien. Net zoals de wind alle bladeren van de blaast en de regen de straten schoonspoelt, zo wassen de golven over alles heen. Het seizoen van de machtige natuur, de verandering, de onverwachte schoonheid en de melancholie die dit alles als een ware golf overspoelt. Dat is herfstheid. En die is er om te haten. En om van te houden.