T.

Tijd voor vakantie

De zomer is niet meer wat ie ooit was… Vroeger kon je gewoon 1 juli al uitgerust zijn, zo vroeg begon je vakantie… Nu ben ik twee weken verder en moet ik nog steeds deadlines halen. En dat komt vast ook een beetje omdat ik, toen het goed weer was, wel een beetje vakantie wilde vieren, maar is dat dan verboden? Mijn laatste zomer als bachelor- én masterstudent, is tot nu toe vrij deprimerend. Hoewel ik wel het idee heb dat er nu schot in de zaak begint te komen, ben ik in ieder geval de komende week nog even zoet. Laat dat mooie weer nog maar even wegblijven dus…

Disneyavond

De afgelopen week was niet bijzonder boeiend: overdag zat ik het grootste deel van de tijd in UB. Regelmatig gepijnigd door een griepachtig gevoel en/of hoofdpijn, kan ik niet anders dan tot de conclusie komen, dat de vakantie wat mij betreft nu wel mag beginnen. Dinsdagavond viel er echter wel degelijk wat te genieten. Een extreem geslaagde Disneyavond… De derde avond was misschien wel de leukste tot nu toe. We waren met een man of tien en de (deels door mij gebakken) pannenkoeken vooraf waren erg lekker. De Walt Disney Classics die we deze avond hadden uitgekozen waren Jungle Book en Alladin (‘Een Oosterse Naaaaaaaaaaaa-a-aaaaaaaaaacht en een Oosterse daaaaaaaaa-a-aaaaag’). Twee hilarische films, die voor alle leeftijden leuk blijven.

(De donderdag vóór de Disneyavond was ik trouwens met Ellen en Maarten naar Indiana Jones geweest. Jawel, die draait nog. En ik denk dat ik een heleboel mensen napraat als ik zeg dat de film erg geslaagd is, maar dat het einde zo over de top is, dat zelfs de allergrootste Idiana Fans moeten toegeven dat het een tandje minder had gemogen. De climax van de film zelf is niet eens het probleem, vooral de ‘oplossing’: het wegvagen van de beschaving, is very unlikely. En natuurlijk is de hele film dat, maar die profiteerde nog van de zelfspot en andersoortige grapjes. Ondanks het mindere einde, heb ik toch een leuke avond gehad.)

Vierdaagsefeesten

Boffen wij even… In Nijmegen zijn gisteravond de Vierdaagsefeesten begonnen! Hoewel ik me bij zulke evenementen vaak voel alsof ik in de verkeerde eeuw ben geboren, was gisteravond toch een leuke eerste avond… Voor nu wil ik graag twee acts eruit lichten.

Stevie Ann

Stevie Ann (Waalkade)

Tsja, een curieuze act om te programmeren op een vrij ‘drukke’ tijd (half 10). Het valt niet te ontkennen dat Stevie Ann een zeker charisma heeft en een bijzonder goede stem waarmee ze verrassend uit de hoek kan komen, maar het grootste deel van het publiek leek toch echt naar de Waalkade te zijn gekomen om te dansen, feesten en zingen. En daar lenen Stevie Anns mooie liedjes zich nu eenmaal niet echt voor. Zonde, want het geluid was bijzonder goed afgesteld (vele malen beter dan bij Claw Boys Claw later op de avond). Begrijp me trouwens niet verkeerd: Stevie en band deden wel degelijk een poging om flink te rocken (en af en toe met succes), maar die stevigere nummers waren lang niet allemaal even bekend als ‘vlaag van herkenning gonst door het publiek’ The Poetry man. Het feit dat het nog niet donker was toen de set begon en dat het best koud was, hielpen de sfeer ook niet. Gelukkig voor Stevie waren er ook een aantal echte fans op haar set afgekomen die, ieder lied woord voor woord meezongen, in gevecht met de fotografen met telelenzen op de voorste rij. En ik sluit niet uit dat ze er met de leuke uitvoeringen van Wait Up For Me en Get Away een paar heeft bijgewonnen.

Nick & Simon
Jawel, ik dacht met mijn domme kop dat ze om 18:00 uur al zouden gaan optreden. Dan laat maar, ik wil wel op een fatsoenlijk tijdstip kunnen eten… Ik ga niet mijn hele dag omgooien… Maar toen ik na Stevie Ann bij het Nijmegen House aankwam, bleken ze net halverwege hun set te zijn. Dan pakken we ze maar gelijk mee. In het Nijmegen House, een oversized tent met een wat mij betreft verachtelijke naam, was het twintig graden warmer en ruim twee keer zo druk. Door het principe van zes verschillende ingangen waarvan twee dicht bij het podium, was het mogelijk om een plek met redelijk goed zicht op het podium te verwerven, waardoor ik nu in staat ben enkele observaties te doen.

  • Nick en Simon kunnen erg goed zingen. Je kunt veel zeggen, maar niet dat ze niet kunnen zingen.
  • De Soldaat mag dan vet actueel zijn, het is tevens het meest smakeloze nummer uit het oeuvre van het duo. Een extreem vrolijke begeleidingsband en een (waarschijnlijk) zielig(e) (bedoelde) tekst (die overigens lichtjes riekt naar het luisteren naar Phil Collins (‘s Avonds voor het slapen gaan, kijkt zij naar dezelfde maan versus If we choose a time we can catch the moon, I’ll see you there (…) From whenever it is, from wherever you are (…) Are you looking at the same moon uit The Same Moon – en zeg nu niet dat niemand dat nummer kent, want twaalf jaar na dato staat de versie met Laura Pausini nog steeds op high rotation in de Albert Heijn).
  • We kregen een encore: Rosanne… Voor de tweede keer.
  • Nick & Simon trekken grofweg vijf soorten publiek:
    – Gillende tienermeisjes (40%).
    – Liefhebbers van het levenslied (35%).
    – Geïnteresseerden (zij die geen fan zijn, maar zo’n concert een keer – of twee – willen meemaken) (10%).
    – Kleine kinderen die op de schouders van hun ouders – type verloederende veertiger – worden meegesleurd en op die manier worden geïndoctrineerd met een slechte muzieksmaak (10%).
    – Randdebielen (soms kennen ze de tekst, maar over het algemeen komen ze gewoon lallend voor je staan om mensen in de categorie ‘geïnteresseerden’ alle hoop in de goedheid van de mens te doen verliezen). (5%).
  • Sommige teksten zijn écht slecht: Vraag jij je ook wel eens af of dit terug komt, toen jij hier elke dag ‘s avonds voor m’n deur stond. De dingen gaan heel even niet volgens plan (Herwinnen).
  • Hoe grappig is een grapje als het veertien keer gemaakt wordt? Alleen al in het tweede deel van de set stopt onze Simon met zingen voor een zin als als ‘Ik wil zekerheid dat ik bij jou ben vannacht’, om vervolgens met ‘dankjewel’ het zogenaamde compliment van het publiek in ontvangst te nemen. Eerste keer: grappig. Tweede keer: een beetje grappig. Derde keer…
  • Het trucje dat Nick & Simon in de clip van Rosanne doen (het stoppen met gitaar spelen en dat de muziek gewoon doorgaat – zie 41 seconden in de clip), doen ze live ook, meerdere malen zelfs. Daarnaast opvallend dat Nick regelmatig tijdens het liedje van gitaarritme veranderde zonder dat dit enige invloed had op de muziek… Hmm, misschien kwam de begeleidingstape toch uit de draaitafel en was de gitaar niet live?
  • De tienermeisjes zijn heel goed in het verzinnen van schunnige teksten op basis van elkaars namen op Rosanne, zo bleek na afloop van het concert, toen iedereen massaal het Nijmegen House verliet.

Rest mij te zeggen dat de classic disco aan het eind, op Plein ’44, erg vermakelijk was.

Hetehit

In mijn zoektocht naar een fatsoenlijke hetehit deze zomer, deze keer een waarschijnlijkere kandidaat. Gabriella Cilmi is een zestienjarig meisje uit Australië. Daarmee is ze meteen niet de zoveelste in een reeks vrouwelijke talentjes uit Engeland. Maar net als haar Britse equivalenten heeft ze een bijzonder goede (eigenaardige) stem. In de clip Sweet About Me zien we haar op half sadistisch, half schattige wijze mannen van bijna twee keer haar leeftijd om haar vinger winden. Daarbij moet wel aangetekend worden dat alle mannen zich in een nogal oncomfortabele positie bevinden. Het zat er al een maandje of wat aan te komen, dat dit nummer een hit ging worden, maar nu is de rise in de hitlijsten dan echt begonnen (ze stuitert de top 50 binnen deze week). Het is dan ook een erg catchy nummer met gratis slow burn factor. Enfin, de clip:

If there’s lessons to be learned
I’d rather get my jamming words
In first, so

When your playing with desire
Don’t come running to my place
When it burns like fire, boy

Sweet about me
No, nothing’s sweet about me, yeah

L.

Leuven en de Nederlandse Neerlandici

Op een dag besloten drie meisjes, samen met drie andere meisjes (volgens de overlevering) dat de studiereis van de Neerlandici studerend in Nijmegen dit jaar naar Leuven zou gaan. Dat was namelijk heel makkelijk. Twee van die drie meisjes hadden namelijk een half jaar in de Belgische stad doorgebracht (naar wij mogen aannemen studeerden ze er hard, of werkten ze er hard bij een uitgeverij, waarover later meer). Het derde meisje zou in de toekomst een half jaar gaan vertoeven in de stad. Dit zorgde voor een reisleiding met inside knowledge over het leven in de stad, over straten en gebouwen aldaar en niet te vergeten de routes naar de leukste kroegjes en uitgaansgelegenheden. Hoe dat precies kan als ze ook heel hard en vlijtig studeren is een mysterie waar ik hier nu niet op zal ingaan. Maar laten we maar aannemen dat ze snel en gedisciplineerd werken, zodat ze des avonds inderdaad naar de Jazznight in STUK kunnen gaan, of een FAKbar kunnen bezoeken (waar heel aparte dingen gebeuren als ik in bed lig te slapen). Dit alles resulteerde in een fantastisch weekend vol muziek, ‘dat kan echt niet’-opmerkingen en mislukte Vlaamse accenten. En de weergoden waren ons ook nog eens gunstig gezind! Ja, u had er bij moeten zijn, maar dat was u niet (allemaal). Daarom een verslag.

Zaterdag 26 april 2008

“Let’s go girls”
(‘Man, I feel like a woman’ van Shania Twain)

Toen ik voor de derde keer tijdens de normaal net iets minder dan tien minuten durende fietstocht moest stoppen om mijn rugzak goed te doen (ik had een weekendtas, rugzak en gitaar bij me, en geen bagagedrager), kwam mijn huisgenoot (die met me meefietste omdat hij een kwartier later op studiereis naar London zou gaan) op het idee om mijn rugzak dan maar op mijn buik te dragen. En dat ging inderdaad heel goed (al zag het er wat absurd uit). Zodoende kwam ik maar drie minuten te laat op onze vertrekplaats aan. Dat was nog steeds heel vroeg (want: drie over half acht) en twaalf minuten voor de bus daadwerkelijk zou vertrekken.

Het moet even voor twaalf uur zijn geweest toen ik het grootste deel van mijn bagage, inclusief mijn jas, had achtergelaten in het hostel en onder begeleiding van een gids het stadhuis en de buitenkant van de Sint Pieterskerk bekeek. Onder begeleiding van de gids, haar naam is mij ontschoten, maakten we een tour langs de hoogtepunten die Leuven te bieden heeft. Zo kwamen langs de kleinste bierbrouwerij en het begijnhof. Daar lopende besloten we allemaal dat we niet in Nijmegen maar in Leuven hadden moeten gaan studeren, wonen, leven. Dat we daar dan geen feestjes hadden mogen geven, hadden we op de koop toegenomen.

Na een terraspauze van een uur in de stralende zon aan de langste toog van Leuven/België/de wereld, de Oude Markt dus, vertrokken we naar de brouwerij van Stella Artois. De gids was, op zijn zachtst gezegd, een beetje vreemd. Zijn grapjes waren niet altijd even geslaagd. Maar de rondleiding was ondanks alles interessant en leerzaam. Als afsluiting kregen we nog een gratis biertje te drinken en mochten we een Hoegaarden Citroen meenemen. Proost!

Die avond aten we in Café De Appel. Inmiddels hadden we onze intrek genomen in het hostel. De kamers zagen er erg geslaagd uit, met eigen toilet en badkamer. Het restaurant De Appel was oké, maar eerlijk is eerlijk, niet heel bijzonder. Maar we legden er een goede basis voor de kroegentocht. En het was gratis. Dus u hoort mij niet klagen. Ik kan u helaas niet navertellen welke kroegen we vervolgens hebben bezocht, op de namen heb ik namelijk niet gelet. Maar feit is dat het (net als in Gent, twee jaar terug), niet bijzonder druk was en dat ik op bepaalde locaties vooral het idee van een klassenfuif kreeg. Maar een hernieuwde kennismaking met de Hoegaerdse Das was zeer welkom. De vermoeidheid sloeg echter rond een uur of twee echt toe. Het was al een lange dag.

Zondag 27 mei 2008

I now walk into the wild
(Christopher McCandless)

Op zondag stond een picknick gepland bij kasteel Arensberg. Heden ten dage wordt het gebouw gebruikt als faculteit voor nota bene de exacte wetenschappen. In plaats van dat er colleges kunstgeschiedenis worden gegeven… In ieder geval zijn vier salons bewaard gebleven die vol met hele grote schilderijen hangen. De gids, die de rondleiding voor het eerst gaf, wist ondanks een schoonheidsfoutje toch nog heel wat te vertellen over de families die het kasteel door de eeuwen heen bewoonden.

Daarna was het tijd voor een picknick in de tuin bij het kasteel. Het was volgens mij nog warmer en mooier dan zaterdag (een dag waarop ondergetekende overigens ook flink was verbrand), dus de picknick was een uitermate goed idee van de reisleiding. Maarten en ik hadden onze gitaren meegenomen en wat volgde was een klein miniconcert met publieksparticipatie. Naast onze reggaecover van ‘The Scientist’ speelden we ook wat Acda & De Munnik en De Dijk, The Kelly Family en Right Said Fred. Ook poogden we een goed nummer in de mix te gooien met ‘Maps (How I Feel About You)‘ van Phil Campbell.

Na de picknick liepen we terug naar de stad. Daar gingen we naar de bioscoop. Dat was eigenlijk zonde van het weer, maar ik weet dat in ieder geval de bezoekers van Into The Wild niet zullen klagen. Bij een reisgenote liepen de tranen over de wangen nadat haar werd gevraagd wat ze van de film vond. En iedereen leek ontdaan. Gaat dus allen naar de bioscoop om Into The Wild te kijken, want niet alleen het verhaal is mooi, ook de soundtrack van Eddie Vedder (zie Leuven!) en de fantastische shots van de natuur.

Die avond aten we met een kleine groep bij De Rector. Dat was een misstap. De keuken bleek niet op orde en onze tafel kreeg een zalm zonder saus waar de saus in tweede instantie van werd afgespoeld (!), een pasta zonder lam en parmezaanse kaas (waarvoor wel moest worden betaald) en een stuk vlees dat onder saus bedolven was. Ook bij de andere tafels was niet alles in orde. Een domper, maar we konden in ieder geval buiten zitten en genieten van het mooie weer.

Des avonds gingen we naar de Jazzavond in STUK. En we waren niet de enige (buitenlandse) studenten. Inmiddels hadden we een begeleider vanuit de opleiding: Margrit Rem. Met haar en een aantal andere leuke eerste- en vierdejaars heb ik een gezellige avond aldaar doorgebracht. Pogingen om die voort te zetten elders in de stad, bleken vruchteloos. The Seven Oaks was nagenoeg leeg en leek bijzonder veel op een bar voor mensen met een andere seksuele geaardheid, zullen we maar zeggen, en de andere bars die we bezochten werden vooral bevolkt (voor zover dat het geval was) door mensen die al behoorlijk beschonken waren. En oud.

Een grote groep besloot dan ook het rond 2 uur – half 3 op te geven. Enkele studenten bezochten echter nog de FAKbar, waar zich een aantal hilarische incidenten hebben afgespeeld. Ik kan u daar zelf niets over vertellen, want ik was er niet bij. Ik stond toen al te douchen in onze kamer, om daarna het bed op te zoeken. Wellicht kan iemand anders hier zijn licht over doen schijnen?

Maandag 28 april 2008

She maps out the way and I just follow her, if she don’t say I will drive straight on.
Maps (How I Feel About You) – Phil Campbell – over de reisleiding 🙂

Op maandagochtend – ik was de eerste in de ontbijtzaal – was iedereen schijnbaar nog brakker dan de avond ervoor. Het ontbijt was erg lekker. Dat was zondag ook het geval, maar pas de tweede ochtend waardeer je zoiets echt. Met name in Praag viel het ontbijt nogal tegen (en ik citeer):

Het ontbijt was niet echt de moeite waard. Het brood was niet eens goor (in ieder geval niet vergeleken met andere varianten die we soms voorgeschoven kregen), maar het beleg – er was kaas, vlees en iets wat moest doorgaan voor abrikozenjam – was allemaal vrij magertjes. Naast buitenlandse melk – per definitie goor – was er thee, koffie en iets wat moest doorgaan voor ranja, maar met een heel bittere nasmaak.

Enfin, hier had het hostel een Nescaféautomaat, yoghurt, muesli, cornflakes, vier soorten brood, chocoladepasta, eieren, melk, suiker, jam, kaas, vlees en nog dingen die ik nu even ben vergeten. In ieder geval genoeg mogelijkheden om een solide basis te leggen voor een serieuze slotdag.

Deze dag begon met een bezoek aan de uitgeverij Davidsfonds. Daar werden we welkom geheten door Katrien de Vreese, de baas/uitgever-directeur. Terwijl het buiten heel hard begon te regenen, vertelde Do van Ranst, jeugdboekenschrijver, over het worden en zijn van een jeugdboekenschrijver. Dat deed hij geanimeerd en vol enthousiasme. In Babanstijl prees hij ook nog enkele malen zijn boeken aan. Maar dat is zijn goed recht. Al mag hij zijn site gerust wat mooier maken.

Daarna konden we nog een uurtje shoppen in de grootste kinderboekenwinkel van Vlaanderen. Ik kocht het recentste verhalenboek van Toon Tellegen (‘Morgen was het feest’). Er was daarna nog genoeg tijd om een beetje lol te trappen in de winkel. Het gevolg, ‘Koekiemonster is dol op koekjes’, zie je hier. Al met al was het een erg leuke ochtend.

Bij de lunch bleek er ‘genoeg plaats’ voor een man of twaalf in een café, maar dat betekende wel dat er even een aantal mannen weg moesten worden gestuurd. Dat ging alle slimme mensen te ver, en de select few die overbleven, belandden in een hippe tent (Ron Blacks) waar ze heel goedkoop verse broodjes met luxe, lekkere ingrediënten belegden, en die ons in ‘happy few’ veranderden, getuige deze foto:

Daarna liepen we naar het Erasmusgebouw (niet bijzonder veel mooier dan de Nijmeegse variant) om daar college te krijgen van Hugo Brems. Hij vertelde over de huidige stand van zaken in de Neerlandistiek. Erg sterk was de manier waarop hij dit koppelde aan de actualiteit. Maar, eerlijk is eerlijk, ik denk dat de meeste letterenstudenten het grootste deel al in eigen colleges hadden gehoord. Desondanks was het een uitermate boeiende college over de Nederlandse en Vlaamse identiteit in literatuur.

De middag hadden we vrij en na een kort bezoek aan de Leuvense universiteitsbibliotheek, besloten Maarten, Sigrid en ik de Sint Pieterskerk maar eens van binnen te bekijken. Met een over de top preekstoel en indrukwekkende orgelpijpen was het de tijd zeker waard. We sloten de vrije tijd af met het zoeken naar een frietkot. Dat bleek moeilijker dan gedacht, maar onze vasthoudendheid (we wilden niet naar McDonalds) werd uiteindelijk beloond. Hoewel de frieten niet bijzonder Vlaams waren, was het toch een passende afsluiting van de reis. De zon scheen inmiddels weer volop, al was het wel iets kouder dan de dagen ervoor.

Om half zes stonden we weer voor het hostel en rond een uur of zes vertrok de bus richting Nijmegen. Onderweg konden we kiezen tussen een laatste blik op het – nog – zonovergoten Vlaamse landschap of Flightplan, een matige film met Jodie Foster en dubieuze ondertiteling (waarschijnlijk gemaakt door en Duitse of Franse uitzendkracht). Ik koos daarom met name voor het mooie uitzicht, al werd dat minder mooi door het wolkendek dat de zon verborg naar mate we noordelijker kwamen.

Iedereen was moe, maar het was goed en gezellig. Voldaan, verbrand maar vol mooie herinneringen kwamen we aan in Nijmegen. Bedankt voor drie fantastische dagen, SVN, Leuvengangers. Heel erg bedankt!

L.

Leuven!

‘Happiness Is Only Real If Shared’
Christopher McCandless

Het citaat hierboven komt uit de film Into The Wild, die we keken op studiereis. Een fantastisch mooie film (voor diegenen met het geduld om hem helemaal uit te zitten). Bij een studiegenootje liepen de tranen over de wangen en volgens mij was er geen enkele bezoeker die niet onder de indruk was. Gaat dat dus zien.

Het citaat is echter ook heel erg van toepassing op onze studiereis, zoals Maarten ook impliceert op zijn blog. Ik denk dat Maarten het muzikale deel van Leuven al heeft opgesomd (met drie hele foute liedjes en natuurlijk het prachtige ‘Maps – How I Feel About You’).

Ik zal binnenkort wel een groot verslag schrijven, maar dat gaat nu nog wat moeilijk – even bijkomen… Voor nu daarom ‘slechts’ een kleine aanvulling op Maartens muzikale post en een verhaal voor de kleinere bezoekers van Ditisstefan.nl. Het heet ‘Koekiemonster is dol op Koekjes’.
[flash https://ditisstefan.nl/nl/wp-content/uploads/2008/04/sv_a0029.flv w=352 h=288]

En nog de Turin Brakes versie van een liedje dat Maarten al postte:

[flash https://ditisstefan.nl/nl/wp-content/uploads/2008/04/03-turin-brakes-cheers-theme-song.mp3 h=20]

En nog een mooi liedje uit Into The Wild:

Bedankt voor een fantastische drie dagen allemaal!

M.

Morgen

Morgen begint officieel de allerlaatste periode van mijn leven als student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit. Het is nog even de vraag of ik op 31 augustus daadwerkelijk klaar ben, maar nog meer dan vorige week en de week daarvoor, voel ik het einde naderen, zonder dat ik zeker weet wat ik “wil worden.” Dat had ik nu toch al moeten weten? Ik heb wel een soort van idee wat het volgende hoofdstuk gaat worden, vaag, maar dat idee is omgeven met zoveel mitsen en eventuelen dat ik niet durf te zeggen of dat idee überhaupt ooit werkelijkheid gaat worden. Het voelt bovendien vreemd om afscheid te nemen van een leefwereld waar ik me behoorlijk in thuis voel. Ik ben wat dat betreft misschien een langzame starter. Over het algemeen kom ik pas zo halverwege de rit echt op gang. En dan is de tweede helft al ingegaan…

Terwijl 31 augustus steeds dichterbij komt, voel ik de noodzaak steeds groter worden om een definitief vervolg op poten te gaan zetten. Maar daar heb ik dus helemaal geen tijd voor. Afgelopen week wilde ik een grote scriptiesprong maken, maar een behoorlijk grote hobbel stak daar een stokje voor (zoals alleen behoorlijk grote hobbels dat kunnen). En zo duurt het allemaal ietsje langer. Daarmee wordt de kans kleiner dat ik 31 augustus echt klaar ben en daarmee wordt de kans groter dat ‘het vervolg van mijn leven’ niet in september, maar in oktober/november/december/januari/februari begint. Maar ik wil ook niet opzettelijk later klaar zijn. Als ik het in vier jaar kán doen, dan wil ik dat ook. Maar ik wil wel een hele goede scriptie schrijven.

Als ik niet over mijn toekomst zou nadenken, dan ben ik dadelijk ineens wel op 31 augustus klaar (of ervoor) en dan zijn de rapen in die zin gaar, dat ik dan geen idee heb wat ik per 1 september aan het doen. En dat is ook geen wenselijk scenario. Een tussenoplossing lijkt me dan het beste: af en toe nadenken, af en toe heel hard werken en dat denken maar proberen uit te stellen.

Maar wat wil ik dan? Ik wil de lerarenbevoegdheid halen, maar wil ik de universiteit wel verlaten of wil ik nog iets nieuws leren? Ja, maar wil ik nog 4 (of 5) jaar doorstuderen? Voordat ik überhaupt met een studieadviseur kan gaan praten, moet ik denk ik eerst een idee hebben wat ik wil. En ik heb het gevoel dat ik nog veel te jong ben om dat te weten. Vroeger, toen het brood nog van hout was, was alles simpeler… Ik wil denk ik geen fulltime docent worden. Ik wil – volgens mij – wel de journalistiek in, maar nu nog niet: ik wil eigenlijk nog wel iets leren. Maar ik weet dus nog niet helemaal wat… Bovendien sluit ik heel veel andere carrièremogelijkheden ook nog niet uit. Er is weinig dat ik als neerlandicus/letterkundige kan doen wat me niet aanspreekt… Aargh. Kan ik niet gewoon zondagskind worden? Dat alles me dan komt aanwaaien?

Enfin, morgen begint dus de vierde periode van mijn vierde studiejaar. Ik ben bang dat het de drukste periode uit mijn studieloopbaan gaat worden. Ik heb er zin in. Ik heb ook zin in de zomer. Maar ik heb nog even geen zin in 31 augustus. En al helemaal niet in wat daarna komt…

P.s.: mooi melancholisch liedje dat eigenlijk alleen daarom bij dit bericht past, niet qua tekst ofzo.