[.

[De Rijles Kronieken] Les 5: Parkeren

Wanneer je leert rijden, ben je niet alleen aan het leren rijden. Als je aan het autorijden bent, ben je namelijk heel veel dingen aan het doen. Net zoals je op de fiets niet alleen aan het trappen bent, maar ook om je heen kijkt en inschat of je moet remmen en wat er nog meer gebeurt. Dat is een natuurlijk proces, voor mij althans. Ik doe het al twintig jaar. In het begin was dat vast niet natuurlijk, maar toen was ik 4-5 jaar oud en toen moest ik alles nog leren. Misschien is het een nadeel dat ik niet op mijn achttiende verjaardag met mijn rijlessen ben begonnen, want nu is er nog meer tijd verstreken en heb ik nog meer dingen gedaan die ik wel al kan. Om dan geconfronteerd te worden met dingen die ik niet kan, is niet fijn natuurlijk.

Nee, voor mijn gevoel zit er een gigantisch groot verschil tussen fietsen en autorijden. Als fietser zweef en zwier je als het ware over de weg. Je bent flexibel, je hebt ruimte en je maakt niet zo snel een krasje op de carrosserie. Bovendien heb je goed zicht, terwijl je in de auto met rare spiegels moet werken. Parkeer je je fiets dan rijd je naar de fietsenstalling, stap je af en zet je je fiets op slot. Bij een auto moet je kijken of je ver genoeg bent, dan ineens heel scherp insturen (dan ineens wel!) en op tijd weer terugdraaien zodat uiteindelijk de achterwielen recht staan. Fijn hoor. Uiteraard oefenden wij ook nog op een parkeerplaats waar de vakken na beneden afliepen, zodat je voor je het door hebt de bosjes in rijdt, of tegen een prullenbak parkeert.

Niet relaxed dus rijden. Op zich valt het me niet tegen, maar het is gewoon niet relaxed. Zo simpel is het. Autorijden in zo’n gesloten blik klopt gewoon niet. Na een tijdje WORDT het vast natuurlijk, maar tot die tijd is het heel vaak de stappen in mijn hoofd herhalen en daarna niks door elkaar halen in de auto. Niet de hendel waarmee je richting aangeeft slopen, ook niet wanneer het een tijdelijke lesauto is – Seat Ibiza voor de verandering – en geen onverwachte dingen doen. En vooral niet paranoïde worden als de politie je achterna blijft rijden. En ook niet per ongeluk het groot licht aanzetten.

[.

[De Rijles Kronieken] Les 4: Bergaf

Genoeg mooie woorden kan ik hier schrijven, maar in de praktijk blijft het allemaal best lastig. Schakelen op gevoel, remmen met gevoel, gas geven met gevoel, alles tegelijk doen met gevoel… Alles moet met gevoel, maar als we de toeristische route naar Beek rijden en bergafwaarts door het bosrijke landschap rijden, denk ik vooral: “help we gaan bergaf, wat nu?” Dat was nog een brugje te ver. Waarom zijn niet alle wegen gewoon plat. Als we gewoon met 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom rijden, vind ik het allemaal niet zo’n probleem, dat gaat redelijk. Maar (op de motor) remmen wanneer we omlaag gaan, dat is niet mijn idee van een ideale rijles.

Zoals ik wel vaker heb, zit ik altijd heel erg in het moment: ik neem alles in me op wat er gebeurt, zonder dat ik gericht op alle signalen tegelijk kan reageren. Dus als mijn rijleraar iets uitlegt terwijl we met 50 bergaf gaan, dan hoor ik wel wat hij zegt, maar heb ik het te druk om daadwerkelijk te luisteren. Vanaf nu zetten we dus de auto maar wat vaker aan de kant voor de uitleg. Dat werkt bij mij beter, gok ik zelf ook.

Mijn instructeur maakte een grapje over het feit dat de ruit altijd sneller beslaat aan de kant van de leerling, omdat die zich meer druk maakt over wat er gaande is. Dat geloof ik wel. Aan het einde van de rijles was ik oververhit en was even stevig met de airco blazen geen overbodige luxe.

Het was toch al een drukke dag, met presentaties voorbereiden en een tandartsbezoek (dat achteraf erg mee bleek te vallen), dus misschien ging het om die reden vandaag wat minder goed, maar ik ben nog niet bepaald blij met mijn manier van rijden. Terecht gaf mijn instructeur aan dat ik niet te gestresst in de auto moet zitten, omdat je dan een gestresste rijstijl ontwikkelt. Dat wil ik niet, want nu was ik aan het einde van deze vierde rijles compleet bekaf. Dat is niet goed. Relaxter in de auto zitten dus en relaxter alle handelingen uitvoeren. Dat is mijn voornaamste missie nu, denk ik. Ik weet wat ik moet doen als het op het basale rijden aankomt, maar het moet nu nog op een manier dat ik er niet doodmoe van wordt en alles onder controle heb. Eerst kruipen, dan lopen, dan rennen. Niet meteen rennen dus.

[.

[De Rijles Kronieken] Les 3: Mikken

Mijn derde rijles is in veel opzichten een verbetering. Niet alleen ben ik vandaag koortsvrij (na een week ziek in bed, overigens), maar ik heb ook twee dezelfde schoenen aan. Zo kan ik van start gaan. Wederom word ik op mijn werk opgehaald, maar dit keer is mijn rijleraar aan de late kant. Wat blijkt: de leerling voor mij is de les niet schadevrij doorgekomen. Geheel buiten haar schuld om zat er een auto tegen haar achterbumper. De auto doet het gelukkig nog en ik mag aan de slag. Mijns inziens merkt het meisje terecht op dat ik voor de derde les al “best zelfstandig rijd”. Ik kan het natuurlijk niet vergelijken, maar ik rijd inderdaad zelf weg en doe veel anderen dingen ook zelf. Dat betekent overigens niet dat het allemaal vlekkeloos gaat (in tegendeel!), maar we zijn onderweg en voor de verandering wordt mijn les niet geplaagd door neerslag. Dat is voor de verandering ook wel eens fijn.

Het begint eindelijk te zakken dat ik nog meer mijn gevoel moet gebruiken bij het rijden. Aanvoelen wanneer de koppeling “pakt”, aanvoelen wat de auto wil en hoe de pook wil schakelen en daar dan bijspringen. Aanvoelen en dan mikken hoeveel extra gas / extra remkracht nodig is. Zonder plots tot stilstand te komen of vooruit te schieten.

Fijn is dat ik niet meer overdonderd in de lesauto zit. De eerste les gebeurde er heel veel om me heen. Dat is de derde les nog steeds het geval, maar ik kan het in ieder geval beter bijhouden allemaal. Ik zie dan ook genoeg perspectief om uiteindelijk een rijbewijs te halen. Ik ben zelfs al even het Keizer Karelplein op gereden, al kreeg ik daar nog wat hulp wat betreft het vinden van de juiste baan.

Nu rijd ik dus in een diesel. Ik heb mijn passagiersleven met name in auto’s op benzine en gas doorgebracht (ik zal niet zeggen dat ik nooit in een diesel heb gezeten, dat zou liegen zijn). Het valt mij op dat diesels minder gauw afslaan en makkelijker starten. Is dat dan niet vals spelen? Hoe groot is de kans dat mijn eerste auto een diesel is? En zou ik niet beter in een benzineauto les kunnen hebben als dat “moeilijker” is?

[.

[De Rijles Kronieken] Les 2: Schakelen

Vrijdag, de dag van mijn tweede rijles, heb ik niet echt een topdag. Dat werd al duidelijk uit het feit dat ik die dag met twee schoenen aan rondliep. Dat is niet zo bijzonder, ware het niet dat het hier ging om twee verschillende schoenen. Jawel. Twee verschillende modellen. Ik was nog wel zo helder van geest om een linker en een rechterschoen aan te trekken, maar niet om de schoenen van hetzelfde paar te pakken.

De reden voor dit foutje – en het feit dat ik er pas net voor de middag – achterkwam? Misschien had ik vrijdag gewoon ziek in bed moeten blijven liggen. Het ontbijt ging al moeizaam naar binnen, mijn hoofd zat dicht en mijn gebrek aan concentratievermogen – getuige ook mijn twee verschillende schoenen – was niet te negeren. Kortom: geen topdag. Ik speelde zelfs met de gedachte om eens naar mezelf te luisteren en inderdaad thuis te blijven, maar ik wilde graag rijlessen. Die rijles begon direct na én bij mijn werk, net als de maandag ervoor. Ik wilde niet mijn tweede rijles al moeten afzeggen omdat ik me flauwtjes voelde. Bovendien wilde ik graag eindelijk gaan starten en stoppen en schakelen en alle andere mikmak onder de knie krijgen. Dus slikte ik twee paracetamol en begon ik aan de dag. Met twee verschillende schoenen dus.

Tijdens de dag werden er weer genoeg grapjes gemaakt – of de twee verschillende schoenen misschien ook handig zouden kunnen zijn bij het pedalenwerk (“zwart is koppeling intrappen, bruin is gas geven en remmen”), maar dit keer was ik niet echt zenuwachtig. Dat was ik de vorige keer ook pas toen ik in de auto plaatsnam – voor zover – maar zelfs dat was dit keer niet het geval.

Na eerst naar het station te hebben gestuurd om de vorige chauffeur-in-wording af te zetten, rijden we naar dezelfde woonwijk waar we het bochtenwerk al hebben geoefend, maar nu voor de versnellingsbak. Mijn instructeur vraagt hoe technisch ik ben. Nu ben ik niet bepaald technisch en liegen heeft in zo’n geval vaak alleen maar nadelige gevolgen dus ik geef ruiterlijk toe niet veel kaas te hebben gegeten van techniek.

Het gevolg is een schematische pentekening van mijn instructeur hoe een auto werkt. Al snel realiseer ik mij dat – hoewel ik niet technisch ben – ik wel het een en ander van auto’s weet. Dank u Autokampioen, Autovisie, Auto Review en Top Gear. Maar in plaats van dat ik mijn leraar te vroeg onderbreek en het echt ingewikkelde stuk wellicht mis, laat ik hem zijn verhaal doen.

Na de theorie komt de praktijk en na een paar keer koud schakelen gaan we dan echt de weg op. Ik weet niet hoeveel ongelukken er iedere dag worden veroorzaakt door lesauto’s, maar het moeten er veel zijn. Dat koppeling intrappen en op laten komen gaat vrij eenvoudig, maar dat subtiel gas geven en remmen is een vak op zich. Na een tijdje ging het iets beter, maar het remmen bleef allemaal nogal “ineens” in plaats van subtiel. Dat lag overigens niet aan de (kleur) schoen, maar vooral aan mijn motoriek. Mijn rijinstructeur zag overigens niet dat ik twee verschillende schoenen aan had – dat is het voordeel van rijles in het donker.

En dan het schakelen. Waarom is dat zo makkelijk? Auto’s zijn grote beesten, zware kolossen. Terwijl het schakelen met één vinger kan. Dat klopt toch niet? Schakelen moet een helse onderneming zijn, waarbij het zweet van je voorhoofd druipt… Maar dat is het dus niet. Terwijl ik iedere keer schakel alsof de hele motor enkele stappen naar rechtsboven moet opschuiven, zou een korte blaas al bijna genoeg zijn. Eerder in de les grapte ik ook al over het feit dat ik gewoon les moet hebben in een auto zonder stuurbekrachtiging. Maar misschien moet ik gewoon niet langer moeilijk doen alsof de auto een groot beest is dat ik aanstuur, want dat is dankzij de techniek van vandaag de dag allang niet meer zo. Subtiele gebaren, subtiele bewegingen, zonder te twijfelen. Het lukt nu ook, maar dat kost wel aanzienlijk meer energie. Leerpuntje dus.

En dan heb ik nog niet eens fatsoenlijk het kijken geoefend, al heb ik wel al een spannend A4’tje gekregen met alle choreografie erop. Maar daarover aanstaande vrijdag vast meer.

Toen ik ‘s avonds bij mijn ouders kwam toch maar eens mijn temperatuur gemeten – 39,5 graden celcius. De eerste kilometers met koorts zitten er dus ook al op. En dit verslag liet zolang op zich wachten omdat ik tot vandaag ziek in bed lag. Als ik dat vrijdag meteen had gedaan, was de schade misschien eerder hersteld, maar nu hebben jullie in ieder geval een nieuw verslag.

E.

Een gouden sleutel

Omdat ik het nog wat vroeg vind om in een 100% nihilist te veranderen (hoewel het erg aanlokkelijk klinkt, bij tijd en wijle), heb ik mezelf een aantal doelen gesteld dit jaar. Goede voornemens zo u wilt. Ik zeg wel vaker dat ik iets ga doen (liedjes fatsoenlijk opnemen, nieuwe woonruimte zoeken, miljonair worden, een boek schrijven, een band beginnen en een rijbewijs halen), maar gauw worden die projecten na een tijdje in de steek gelaten. Niet omdat ik er geen zin in heb, maar omdat ik zoveel tegelijk aan het doen ben dat ik ze niet allemaal mijn aandacht kan geven of omdat er een nog belangrijker project is.

In 2011 gaat dit veranderen. Ik heb mezelf dus een aantal goede voornemens ehm… voorgenomen en ik ben vastberaden om ze dit jaar ook daadwerkelijk uit te voeren. Maar zoals ik al zei: ik ken mezelf en in principe gaat er dus niks gebeuren tenzij ik er iets tastbaars tegenover stel…

Toen ik afgelopen zomer bij een concert van Jens Lekman was, kocht ik na afloop een gouden sleutel (geen echt goud natuurlijk). Jens draagt er zelf ook één en hij opent de concerten met een nummer over zijn sleutel. Jens doet het denken aan een vorige relatie, maar dat doet er niet toe.  Na afloop kocht ik er ook één, die ik vervolgens bij Sjoerd in Leiden liet liggen. Op Oudjaarsavond kreeg ik hem terug. Nu ben ik niet echt iemand die sieraden draagt, laat staan sieraden met een diepe reden erachter en het valt dan ook enorm op dat ik sinds 1 januari een gouden  sleutel draag. Nu mensen mij vragen waarom ik die sleutel draag, jat ik meestal een van Lekmans excuses (bijvoorbeeld dat ik de burgemeester van een kleine gouden stad ben, en ik draag de sleutel van de stadspoort). Wanneer ik dit zeg – jawel, ik heb dit wel eens gezegd – roept een stemmetje in mijn hoofd dat ik full of shit ben. De waarheid vertellen waarom ik die sleutel draag is echter geen optie – dan vind ik mezelf namelijk een beetje een drama queen: “Ik draag een gouden sleutel omdat ik mijn goede voornemens van dit jaar moet en zal uitvoeren.” Ik ben geen impulsief persoon die denkt en doet met grote gebaren.

Kortom, het dragen van die sleutel is een soort zelfkastijding. Ik moet er aan wennen, of ik moet zo snel mogelijk ervoor zorgen dat ik hem weer af mag doen. Dat mag ik pas als ik mijn doelen van dit jaar heb bereikt. Misschien ben ik tegen die tijd aan de sleutel rond mijn nek gewend – ik ben al minder zelfbewust van het feit dat ik er een om heb -, maar dat is niet het punt. Het punt is dat ik door het uitvoeren van mijn goede voornemens daadwerkelijk wat stappen zet, waarvan ik sommige al lang geleden had moeten zetten. Als ik daar bovendien iets impulsiever van word, dan is dat geen negatieve bijwerking, denk ik.

De eerste stap van dit jaar is het halen van een rijbewijs. Morgen, maandag 17 januari 2011, is mijn eerste officiële rijles. Ik heb er echt heel veel zin in, ik heb er nu echt geld voor en ik heb tijd. Kortom, dit is het moment, nu gaat het gebeuren. Ik ben ook erg benieuwd of ik het een beetje ga kunnen. Maar daar leest u de komende tijd vast regelmatig over.

[.

[FANsite] 2: Het belang van een goede voorpagina

In de serie “FANSITE” werp ik mijn licht op fansites en waar die aan zouden moeten voldoen. Dit is het tweede deel. De introductie leest u hier.

Momenteel ben ik bezig met het verbeteren en het ontwerpen van Ether Site, mijn Turin Brakes fansite. Bij zowel deze als de vorige versie had ik daarbij een duidelijke visie voor ogen, met name wat betreft de “voorpagina”.

De voorpagina van mijn website bestond anno 2003 uit een beige pagina met daarop het groene Ether Site logo. Door op dat logo te klikken ging je de site binnen, als het ware, en kon je een korte introductie van Ether Site en Turin Brakes lezen. Dat kon in die tijd, sociale netwerken waren nog lang niet zo groot als ze nu waren. Van 2005 tot halverwege 2007 werd de eerste splashpage overgeslagen en kreeg je meteen de introductie te zien, eventueel voorzien van een afbeelding van de huidige single of de huidige langspeler. Ook zijn er tijden geweest dat je meteen naar de nieuwspagina ging.

Vanaf 2007 heb ik echter een duidelijke mening als het op de voorpagina aankomt. Mijn bezoekers komen minder vaak op mijn website dan ikzelf en weten wellicht niet wat er speelt in de wereld van Turin Brakes. Sterker nog, misschien kennen ze Turin Brakes nauwelijks, maar komen ze via via op mijn site terecht – min of meer toevallig. Zonder andere bezoekers niet te bedienen, moet mijn fansite zowel de band als de site introduceren, met een focus op actualiteit. Dus geen statische tekst meer, maar een kort stukje tekst, voorzien van een recente bandfoto met daarnaast de headlines. Meteen daaronder moet worden verwezen naar de huidige projecten. De casual fan moet meteen zien of die helemaal op de hoogte is: wat is de laatste cd, wat zijn de aankomende tourdata, wat voor nieuwe liedjes zijn er te horen? Bij voorkeur wordt dit alles voorzien van links met meer informatie.

De korte tekst is voor de nieuwe bezoeker, de headlines zijn voor de vaste bezoeker, de laatste album / aankomende tourinformatie is voor de casual fan die één keer per maand of kwartaal de site bezoekt (of zelfs nog minder vaak). Mijn nieuwsberichten zijn namelijk vaak vrij gedetailleerd en niet altijd even goed in de grote lijn te plaatsen (zanger Olly van Turin Brakes grapte wel eens dat hij op de site kijkt om te zien wanneer hij naar de tandarts moet). Minder die-hard fans hebben overzicht nodig. Zeker wanneer de officiële website dit overzicht niet of maar gedeeltelijk biedt, is het mijns inziens noodzakelijk dit wel te bieden.

In 2004 was ik zo geobsedeerd met het maken van een mooie fansite, dat stijl het van functionaliteit won: moeilijk te lezen pagina, onduidelijke structuur… Gebruikers moesten te veel moeite doen om de informatie te vinden die ze willen hebben. Daarom moet de voorpagina in principe direct de informatie geven die iedere gebruiker zoekt. De voorpagina, net als de voorpagina van de krant en de cover van een tijdschrift moet antwoorden geven op zoveel mogelijk vragen en daarbij de kwaliteit hebben om door te klikken naar verdere informatie. Is je levendige forum de kern van je fansite, zorg dan dat de laatste topics op de homepage staan. Komen mensen vooral naar je site omdat je een compleet overzicht van interviews, sessies en live downloads biedt, zorg dan dat de homepage hier een duidelijke link naar bevat.

Daarbij moet ik wel vermelden dat het daarbij niet per se hoeft te gaan om je eigen favoriete onderdelen. Kijk naar bezoekersaantallen, populaire blogposts en specialiseer je op die manier. En vooral: kijk waar je de officiële website kunt aanvullen of zelfs voorbij kunt streven. Maar daarover volgende keer meer.

[.

[FANsite] 1: De ideale website?

Toen ik in 2003 met mijn fansite over de Britse band Turin Brakes, was dat vooral ook als vingeroefening voor het maken van een website. Ik had al meer geëxperimenteerd met websites, maar dat was vooral van het niveau “dit ben ik en dit vind ik een mooie auto en mijn lievelingskleur is oranje.”

Inmiddels heb ik een duidelijk idee over hoe een fansite / bandwebsite eruit zou moeten zien. Daarmee beweer ik niet dat mijn Ether Site de beste fansite ooit is, maar ik wil wel vertellen over de richtlijnen die ik probeer aan te houden. Verder wil ik andere fansitemakers aan het woord laten over fansites.

Waarom ik een blogserie begin over de “fansite”? De fansite heeft een enorm voordeel ten opzichte van een gewone website: de gepassioneerde webmaster. Waar veel andere websites uit professionele relaties voortkomen (websitemaker – opdrachtgever), worden fansites – of ze nu over muziek, technologie of andere fenomenen gaan – gestart omdat de maker hart heeft voor het onderwerp. Indien de webmaster in kwestie technologisch gezien kundig is en inderdaad ook hart voor de zaak heeft, ontstaan erg bijzondere websites. Natuurlijk zijn er genoeg (vaak Amerikaanse) fansites die er allemaal hetzelfde uitzien, maar er zijn behoorlijk wat fansites te vinden met makers die genoeg nadenken over waar ze mee bezig zijn en zich concentreren op het bouwen van een community, het toevoegen van nieuwe features en het constant verbeteren van de bestaande sites.

Na deze inleidende aflevering zal deze serie in ieder geval uit drie vanuit mijn eigen overtuiging geschreven afleveringen bestaan, die iedere maandagochtend worden gepubliceerd.

  • Het belang van een goede voorpagina
  • Over aanvullen en afvallen – fansites en officiële websites
  • Van kansen tot mogelijkheden – inspelen op de fanbase

Daarnaast ben ik bezig met het verzamelen van commentaren van andere fansitemakers (voel je vrij om commentaar in te sturen naar stefan@ditisstefan.nl). Deze commentaren zullen apart gepubliceerd worden (al zullen relevante stukken in de maandagstukken worden verwerkt). Ik hoop de eerste aflevering hiervan binnenkort te publiceren.