Posters

Het aantal foto’s van bekenden in mijn kamer is op één hand te tellen. Ik heb alleen wat foto’s van familie op mijn bureau staan. Dat is altijd al zo geweest. Niet dat ik geen andere foto’s wil ophangen, maar het komt er niet van. Eerste obstakel is dat je de foto’s moet laten afdrukken – een kleine moeite – maar het gaat gepaard met het moeten uitzoeken van foto’s. Dat is bij mij in ieder geval een tijdrovende bezigheid.

Daarom had ik altijd posters ophangen. Ik heb er een stuk of tien verzameld. De meeste posters zijn van bands die ik leuk vind, al had ik ook een tekening van Ingrid Godon uit een werk van Toon Tellegen hangen en een poster van V for Vendetta – de film dan (want: Natalie Portman). Tot ik ging verhuizen. Toen rolde ik alle posters op en hing ik ze niet meer op. De gemeubileerde studio die ik betrok had al het een en ander aan de muur. Ik vond het wel wat hebben: het bood me een kijkje in de smaak van mijn huisbaas en – op enkele dingen na – en die viel me zeker niet tegen. Bovendien kon het zomaar zijn dat ik een half jaar later alweer moest verhuizen, dus mochten de mooie posters – waaronder een zelfgemaakte foto van een waterval in IJsland – blijven hangen. Verandering van spijs doet bovendien eten, moet ik gedacht hebben. Alleen mijn ingelijste Turin Brakes poster heb ik meteen opgehangen.

Nu ik alweer tien maanden woon waar ik woon (kuch) en mijn leven weer begint te voelen zoals het volgens mij moet voelen (soms vertrouwd, soms ontspannen, soms spannend en soms druk), heb ik afgelopen week dan toch de stap genomen om mijn studio iets meer mijn studio te maken.

Dus hangt die mooie cover van Riot On An Empty Street van Kings of Convenience weer prominent naast mijn bureau – en de toch al warme sfeer die de plaathoes uitstraalt, vervult mij met nog wat extra warmte. Gewoon omdat hij al zolang mijn leven versiert. Ook de poster van Toon Tellegen hangt weer op. Misschien hang ik er nog wel meer op. Maar deze twee vormen een mooi begin.

En die foto’s… Daar moet ik er nu toch maar een paar van laten afdrukken. En er dan mijn studio mee opsieren. En misschien dat de opleukdrang (lelijk woord, maar ja, dit vond ik het beste passen) zich ook wel vertaald naar de site. Ik heb in ieder geval de lelijke voorpagina de prullenbak ingegooid. Misschien volgen er nog wel drastischere hervormingen. Ik sluit het zeker niet uit. Maar ook niet in.

De laatste zondag

Vandaag is de laatste zondag in mijn kamer.

Oké, ik verhuis pas 1 maart, wat betekent dat volgende week zondag pas de laatste zondag in mijn kamer is. Maar die zondag ben ik waarschijnlijk druk met dozen in pakken, zoals er ook nu al negen ingepakte dozen in mijn kamer staan. Daar zullen er nog een stuk of vier-vijf-zes bijkomen en dat is dan mijn Nijmeegse leven ingepakt. Die kunnen we dan 1 maart verhuizen naar mijn nieuwe studio, hemelsbreed minder dan een kilometer verder. Vandaag is het nog niet zo ver. Dus is dit vandaag de laatste rustige zondag in mijn oude vertrouwde kamer.

Vierenhalf jaar heb ik er gewoond, op de Willemsweg. Via deze site werd mij deze kamer getipt en hoewel mijn huisbaas niet de meest communicatieve of actieve huisbaas was, heb ik er nooit spijt van gehad dat ik hier ben gaan worden. Wel heb ik regelmatig gezocht naar iets anders. Iets groters, goedkopers en iets gezelligers. Zo’n leuk studentenhuis met gezellige mensen en een gemeenschappelijke woonkamer. Uiteindelijk eindigt mijn residentie op de Willemsweg met drie hele leuke gezellige huisgenoten, die ik oprecht met wat pijn in mijn hart achterlaat. Het zal allemaal veranderen, maar gelukkig woon ik maar drie straten verderop. In theorie zouden ze met de afwas naar mij kunnen komen, zodat ik die in de vaatwasser kan doen.

Dat neemt niet weg dat ik blij ben dat ik ga verhuizen. In 2009 schreef ik al dat ik toe was aan iets nieuws. Inmiddels zijn we twee jaar verder en nu is het zover. Eerlijk is eerlijk, ik heb hier langer gewoond dan ik had verwacht en het is met name voor mezelf heel goed dat ik wegga. Mijn nieuwe studio wordt een fijne plek, denk ik. Dat ga ik er van maken. Vandaag is de laatste rustige zondag in mijn kamer. Ik ontdekte vanochtend ineens dat er een lampje zat in mijn badkamerkastje. Vierenhalf jaar heb ik hier gewoond en vandaag ontdek ik nog iets nieuws. Het is altijd interessant geweest om hier te wonen. Maar het tijdperk Willemsweg is ten einde. Nog negen dagen en dan slaap ik in mijn nieuwe studio. Het stemt me een beetje weemoedig dat ik deze kamer verlaat – het is toch mijn thuis geweest voor zo’n lange tijd -, maar het is mooi geweest.

HMKHZ? De diepvries ontdooien

Sommige dingen in het leven behoeven een handleiding, terwijl andere zaken juist in één keer goed zouden moeten gaan. Maar af en toe… Af en toe lukt het niet zo goed… In Hoe Moeilijk Kan Het Zijn? makkelijke dingen, op een moeilijke manier… Ter lering ende vermaeck… Deze keer: de diepvries ontdooien.

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat ik niet de handigste mens op aarde ben. Maar ik meende toch een zekere basisvaardigheid te hebben wat betreft huishoudelijke taken. Zo weet ik dat wanneer je diepvries niet meer fatsoenlijk dicht kan vanwege al het ijs, dat het dan tijd wordt om die diepvries te ontdooien. Nu had ik dat al eens eerder gedaan, dus dat ging mij zeker lukken en de frustratie die het niet meer dicht kunnen van de diepvries bij mij opriep was dusdanig groot dat ik erg gemotiveerd was. Ondanks het feit dat ik al een hele dag had gewerkt en dus moe was.

Ik breng de etenswaren die bewaard dienen te worden onder bij een alternatieve diepvries van een huisgenootje en ga aan de slag (de rest van het voedsel gooi ik weg. Voorzichtig hak ik een deel ijs weg. Voorzichtig, omdat ik weet dat het niet slim is om de leidingen te raken – dan ontdooit ie ook, maar dan wordt de diepvries daarna niet meer koud. Dat is immers ook niet handig.

Na een tijdje wordt het hakken zinloos – niet al het ijs is met deze methode eenvoudig los te krijgen, dus doe ik wat veel mensen doen: ik zet een bak met heet water in de diepvries, om het ontdooien te versnellen. In dit geval geen emmer, maar een lade van de diepvries. Ik vul de bak met heet water en ik denk “nu zal het snel gaan”. Dus til ik de bak op en poog hem in de diepvries te schuiven. Omdat het niet handig is dat een lade er meteen helemaal uitkomt als je deze opentrekt, zit er een klein uitsteeksel aan de voorkant van de diepvries om de lade tegen te houden bij het open te maken. Nu houdt dit uitsteeksel de lade tegen erin te gaan. Dus kantel ik de lade iets, om het uiteinde van de lade onder het uitsteeksel door te schuiven en de lade op de juiste plek te brengen. Ik verzuim echter me te realiseren dat dan het zwaartepunt van het water verschuift en dat ik best veel water in de lade heb gedaan.

Het gevolg is een natte, hele natte keukenvloer. Maar de lade zit in de diepvries. De rest van mijn avond bestaat uit dweilen, wachten, dweilen, wachten. Ik heb niet het idee dat de keuken er schoner van is geworden, maar het beetje hete water dat nog wel in de lade zat, heeft vast geholpen bij het ontdooien. Aan het einde van de avond was de keukenvloer nog steeds nat, maar de diepvries wel volledig ontdooid (en mijn hemel, wat zat er VEEL ijs in). Nu gaat de diepvries weer fijn dicht en hebben we weer zeeën van ruimte in de diepvries. Het kost je een avond van je leven, maar dan heb je ook wat.

Dus, meer dan ooit, geldt nu de boodschap op de koelvriescombinatie: GOE DIGT DOEN!!!*

* Deze boodschap werd er ooit opgeschreven door een huisgenoot uit Azerbaijan. Vandaar de spelling.

Slapeloze nachten

Dinsdagavond kreeg ik een sms’je van een huisgenoot:

Hey. Er is brand in de straat. Dus niet schrikken!

Dus ik schrik. Ik was namelijk nog niet thuis. Het bleek wel aan onze kant van de straat te zijn, maar wel een huis of twintig verderop. De doemscenarios waarbij ik ons brandende huis binnenrende om mijn gitaar en laptop te redden, bleken dus voorbarig. Er moesten nogal wat panden worden ontruimd, maar eerlijk is eerlijk: op de brandlucht na viel het uiteindelijk mee. Geen aangrenzende panden in de fik, dus. Toch waren het spannende uurtjes, vooral voor de buren van het in brand gevlogen pand. Die kwamen namelijk bij ons schuilen. Normaal was dat best gezellig (ze zijn aardig), maar nu was het een rare en onzekere situatie. Het was na twee uur ‘s nachts toen de brandweer aangaf dat iedereen weer terug mocht naar huis. Daarna heb ik redelijk goed geslapen.

Eerlijk gezegd vond ik de week daarmee al raar genoeg. Maar nee, alsof één rare nacht nog niet genoeg was, ging de afgelopen nacht er dik overheen. Pim en ik waren gaan eten bij Erwan, zoals we iedere woensdag bij iemand eten. Normaal verloopt de reis voorspoedig (één keer deden de overwegen het niet meer en duurde de reis aanzienlijk langer). De intercity van Eindhoven naar ‘s-Hertogenbosch was het probleem ook niet. De intercity van ‘s-Hertogenbosch naar Nijmegen vertrok ook vrij voorspoedig. Toen we in Oss aankwamen kwam er echter een vervelende mededeling uit de speakers. Dat zei de conductrice ook: “Dames en heren, ik heb helaas een vervelende mededeling voor u…”

Bij Ravesteijn had iemand zich voor de trein gegooid en zodoende was er geen treinverkeer meer mogelijk. Er was nog niets bekend over eventueel vervangend vervoer, maar we konden maar het beste in Oss uitstappen. Het was inmiddels middernacht en terugreizen naar Den Bosch (om vervolgens via Utrecht alsnog naar Nijmegen te gaan) was geen optie meer. Daar stonden we dan, met zijn allen, op station Oss. Al gauw werd duidelijk dat het ruim een uur ging duren voordat de bussen zouden arriveren en dus namen wij onze intrek in café De Machinist (oh irony!). Na eerst een kop koffie te hebben gedronken, bestelden Pim en ik een biertje. De Brabantse barvrouw trok alles uit de kast om ons te vermaken: uiteindelijk gingen er zelfs schalen met plakjes leverworst en komkommer rond.

Om kwart voor twee kwam de eerste bus voor de mensen naar Den Bosch. Niet lang daarna kwam een Novio bus om de ene helft van de mensen in noordoostelijke richting te vervoeren. Via Wijchen en Dukenburg kwamen we uiteindelijk rond kwart over twee, half drie in Nijmegen aan. Henry, van NS Service & Veiligheid, regelde taxi’s voor mensen zonder eigen vervoer in Nijmegen, maar Pim en ik sprongen toch maar gewoon op de fiets. Ik was al blij genoeg dat ik mijn bed had bereikt.

Vanavond had ik verder niet zoveel op de planning staan. Maar ik ben benieuwd wat er allemaal gaat gebeuren… Al hoop ik zelf op een relatief normale nacht. Want ook al ben ik met stappen wel wat gewend, het is toch anders als je ergens op moet wachten tot kwart voor 2. Of in afwachting bent of je straat wordt ontruimd…

Vleeskeuring

In tijden van slecht nieuws en sollicitaties is het leuk als je eindelijk wat macht krijgt toegeschoven. Zo hebben we vandaag geregeld dat we een kijkavond houden voor het kleine kamertje naast de mijne. Het is uitermate boeiend om eens aan de andere kant van Kamernet te zitten. Allemaal mensen die graag aardig gevonden willen worden. Ik heb zelf ook wel eens – zonder succes – aan het kijkavondencircus meegedaan, maar totdat je zelf de macht hebt, is het principe een extreem vervelende procedure. Je ontmoet een hoop mensen en daar moet je net zo gezellig mee zijn als je met je vrienden bent. En dat is niet iedereen. Maar dat betekent niet dat die mensen meteen niet aardig zijn.

In ieder geval staat de advertentie voor de kleine kamer nu vier uur online. In die tijd zijn er al best veel reacties binnengekomen. Meer dan genoeg om een kijkavond mee te vullen zelfs (zeker als we nog wat connecties uitnodigen). Die reacties zijn uitermate boeiend om te lezen. Soms staan ze vol hilarische stijl- en spelfouten. Soms zijn ze van mensen die echt helemaal niet bij mij / ons huis passen. Soms is het duidelijk dat mensen echt uren over hun verhaaltje hebben nagedacht. Soms zie je dat mensen echt wanhopig zijn.

Onze kijkavond is over twee weken. Ik ben benieuwd. 🙂

Gratis

Je komt nog slaperig uit je vanochtend extreem lekker liggende bed. Je staat op, je rekt je uit. Je kijkt besluiteloos om je heen, naar de staat van de dingen in je kamer. Je weet niet zo goed wat je als eerste gaat doen. Douchen? Ontbijten? Koffie zetten? Het journaal kijken? Een relaxte CD opzetten? De krant lezen? Het kan allemaal. Het klinkt zelfs allemaal aanlokkelijk. Douchen is voor mij een soort ritueel. Als ik slecht slaap, kan ik door een lekkere douche helemaal opkikkeren. De krant lezen heeft ook een soort therapeutische werking. En de TV: het voelt bijna als een kameraad. Mijn laptop straalt een zekere zakelijkheid uit. Een soort koelte. Maar de TV: die is warm en sociaal: er is altijd iets te zien, er zijn altijd mensen aan het praten. Of dat nu een boeiend gesprek is of niet.

Maar ik doe niets van dat alles. Nee, vandaag sta ik op en zonder dat ik precies weet waarom, doe ik de gordijnen open en kijk ik uit het raam. De zon schijnt. Het is niet overtuigend, maar het is een zon en de lucht is zelfs behoorlijk blauw. Dan doe ik het raam open. Ja, het raam stond al open, gekanteld, maar nu draai ik de hendel zo dat het raam helemaal open gaat. Ik trek het open en vrijwel direct waait er een verkoelende windvlaag in mijn gezicht. Dit had ik nou nodig. Het mag dan mijn laatste vrije dag zijn, sommige dingen zijn er altijd en ze zijn gratis. En ze liggen voor het oprapen (of open doen).

Veranderingen

Tsja, dat blijkt toch nog niet zo makkelijk: lesgeven én je site bijhouden. Je zal immers toch ook je lessen moeten voorbereiden. En dat doe ik meestal ‘s avonds, wanneer ik normaal met andere zaken bezig zou zijn. En als je dan op een schaarse vrije avond moet kiezen tussen een sociaal leven en je site updaten, dan kies ik voor het eerste. Vandaar dat de verschijningsfrequentie van nieuwe berichten op ditisstefan.nl wat is gedaald de laatste tijd. In maart 2009 publiceerde ik ‘slechts’ 12 berichten. De laatste maand dat ik zo weinig berichten publiceerde, was augustus 2007. Ik wil dit wel blijven doen, maar in hoeverre de 20+ posts per maand worden gehaald, durf ik nu niet te voorspellen.

Ik begin me een beetje een fossiel te voelen in mijn studentenhuis. Ik was samen met onze ‘huisallochtoon’ (zoals ik de man liefkozend noemde) de langstzittende bewoner en ik had eigenlijk niet verwacht dat de man zou weggaan. Maar ja, je bent veertig en je wilt wat… Zodoende verhuisde hij aan het begin van dit jaar na een andere plek in de straat. Toen woonde ik ineens het langst in mijn huis. Huisoudste? Niks mis mee. Alleen toen gingen ineens de twee bewoners die er op mij na het langst wonen er vandoor. En ik zit er nog. En ik ben eigenlijk wel toe aan iets groters.

Mijn nieuwe huisgenoten zijn trouwens wel aardig hoor, dat is het niet. Het is meer mijn persoonlijke toe zijn aan iets groters en beters dat me parten speelt. Ondanks de doorstroom van bewoners de laatste maanden, blijven sommige dingen toch hetzelfde. Het volgens de brandweer eigenlijk te kleine kamertje waar onze huisallochtoon woonde is na enkele maanden dan toch weer bewoond. Geen student bleek zo gek om in een kamertje van vijf vierkante meter te bivakkeren zonder extra woonkamer of iets vergelijkbaars. Dus is ons studentenhuis even niet meer alleen voor studenten en hebben we een nieuwe huisallochtoon. Of eigenlijk is ‘huismoeder’ een betere omschrijving: sinds vorige week heeft Suzie (of Shuzi – wat me een veel gavere naam lijkt, maar ze zal niet de eerste Aziaat zijn die ik spreek die moeite heeft met de S-klank) de ramen gewassen, de hal gestofzuigd en de keuken en badkamer gepoetst. En ze komt sympathiek over. Qua leeftijd ben ik nu in ieder geval niet de oudste meer (ik schat haar ergens in de dertig). Ze verklaarde (in gebrekkig Nederlands, maar toch in duidelijke taal) dat ze niet mee zou doen met het schoonmaakrooster en gewoon ‘af en toe’ zou schoonmaken. Daarmee is ze dus voortvarend begonnen.

Ja, het worden nog eens schone tijden op de Willemsweg. En dat allemaal onder leiding van de huisoudste. Ik dus. Moehahaha. Ofzo.

(Desondanks: mocht iemand een kamer weten van ongeveer 20 m2, ergens in Nijmegen, dan hoor ik het graag!)