Emigreren naar Cambridge

Enigszins verbaasd grapte één van de bandleden van mijn favoriete band: over het feit dat ik dit concert had bezocht: “En toen besloot je maar naar Cambridge te komen?”

Natuurlijk is Cambridge geen Londen, of andere wereldstad, maar ik heb letterlijk Engelse gehuchten bezocht onder de rook van Londen om mijn favoriete band te zien. Van die gehuchten met een supermarkt, een pub en een pinautomaat en verder niks behalve het desbetreffende poppodium. Zit ik daar dan een dag of twee met verder niet veel op het programma. Nee, dan Cambridge, dat is in ieder geval nog een toffe studentenstad met een bak historische monumenten waar je van gaat watertanden.

Plus het was een verademing na een hectische paar maanden met een nieuwe baan, veel persoonlijke plannen en ontwikkelingen – leuk en minder leuk. Ik was wel toe aan een vakantie en dus kwam een trip naar mijn favoriete wereldstad – Londen dus – als geroepen.

In het kader van “Stefan gaat groen” gingen we bovendien voor het eerst naar Londen met de trein. Alvast wat tips voor reizen met de Eurostar:

  • Het is op veel manieren ideaal, alleen als je daarvoor en daarna nog met andere treinen moet reizen, kost het wel veel tijd (je moet immers minimaal een half uur van tevoren door de poortjes zijn in Brussel/Amsterdam/Londen etc.
  • Boek op tijd, anders is het heel duur.
  • Als je moet wachten op de trein in Londen en je hebt genoeg tijd, ga dan even langs bij de British Library in Londen. Is awesome, en om de hoek bij station St. Pancras International. Gratis tip.

Ik vond het reizen zeker niet vervelender dan vliegen, maar met name met de terugreis zijn we een dag bezig geweest (van 10 uur ‘s morgens tot 8 uur ‘s avonds). Dat voelt dan toch zonde van de tijd. Maar met vliegen kun je zomaar ook zes, zeven uur kwijt zijn. Zeker als je nog wat vertraging oploopt tussen Londen Gatwick en Amsterdam, wat me meer dan eens is gebeurd.

Londen was weer Londen: druk, hectisch, maar ook levendig en altijd bijzonder. Dit keer struinden we door het Natural History Museum (heel vet) en een stukje Tate Modern (heel verantwoord) en bezochten we Camden. Het Natural History-museum had ik al eens bezocht, op de middelbare school, maar een terugkeer zat er daarna steeds net niet in. Dus nu zijn we er de trip maar mee begonnen. En leuk was het. Naast de indrukwekkende vaste collectie was er ook een toffe installatie genaamd ‘Museum of the Moon’, waar NASA-foto’s van de maan werden getoond op een gigantische bol in een donkere kamer met een surround sound ervaring (en gillende kinderen). Je schijnt er ook aan yoga te kunnen doen (als die kinderen er niet zijn).

We zaten in het ietwat ruige Harlesden, in een appartement wat kleiner leek dan mijn eerste studentenkamer. Daar vonden we een winkel met goedkope kruiden – dus die hebben we massaal geïmporteerd naar Nederland. Verder zijn we weinig in Harlesden geweest, behalve ‘s avonds laat en ‘s morgens vroeg. Dat was ook genoeg. Toen we aankwamen de eerste avond bleken we niet de goede code van het kluisje met de sleutel te hebben gekregen. Na anderhalf uur bellen – en te zijn vertrokken naar een ander hotel in de buurt in de hoop daar een kamer te kunnen krijgen – lukte het uiteindelijk toch nog om binnen te komen. Eindelijk belde iemand van de klantenservice me terug en na enkele pogingen “is het dan niet 8 1 3 1?” kregen we eindelijk de juiste code.

Ondanks de ruige wijk beleefde ik mijn spannendste momenten in Regent Park. Want dat je er aan de ene kant, die van London Zoo, in kan wandelen ‘s avonds, betekent nog niet dat je er aan de andere kant (Baker Street) uit kan zonder over een hek te moeten klimmen. Het kostte een paar pogingen en geestelijke en lichamelijke ondersteuning, maar ik overwon mijn hoogtevrees en bespaarde aardig wat tijd – dat park is best groot ineens als je in het donker op weg bent naar een metrostation.

Maar Cambridge, daar ben ik dus een beetje verliefd op geworden. Het centrum is zo opgebouwd dat je (onbewust) de hele tijd rondjes loopt. En ja, er komen aardig wat toeristen op al die oude universiteitsgebouwen en kerken af. En ja, er fietsen bijna net zo veel studenten als in de gemiddelde Nederlandse studentenstad, maar dan met helm op hipsterfietsen en in van die dure Engelse Peaky Blinders-jassen. Maar er zijn meer winkels om jezelf uren in te verliezen – om te beginnen een ontzettend grote Waterstones boekhandel die zich kan meten met die in Londen, en een verrassend groot geologisch museum met dinosaurussen, oude stenen en fossielen en soms gratis rondleidingen. Cambridge is ruimtelijk opgezet, met mooie grasparken en een rivier om aan te liggen in de zomer, of te sporten als je dat graag wil.

Het helpt als je met leuke vrienden bent, natuurlijk, en als het weer een beetje meezit. Tussen de stevige buien door, waren de grasvelden groen en de Botanische tuinen uitermate gezellig. In de regen kun je gewoon de kassen in daar, wat we dan ook hebben gedaan. Het was er al met al zo fijn, dat we spontaan gingen dromen over emigreren naar zo’n fijne Engelse stad. Dromen mag altijd toch?

En laten we het concert niet vergeten, ook dat was weer fijn. Mijn favoriete band speelde een akoestische set, voor het eerst in een jaartje of veertien, en een paar pareltjes uit het archief die ze al heel lang niet meer hebben gespeeld. Het was zo mooi dat het onmogelijk werd om je blijvend te ergeren aan het stelletje dat vooral bezig was met het maken van selfies met flits en kleffen. Na mijn moordneigingen te hebben onderdrukt, werd het toen toch weer een epische avond.

We sloten de vakantie af in een Britse pub, met Britse pub food en lager. Sinds een paar maanden ben ik vegetariër, en ik heb goed gegeten deze vakantie, maar nog niet in een Britse pub. Dus was het heel erg fijn om de vakantie af te sluiten in The Cambridge Brew House, waar de vega sharing platter een aanrader is. Dat was wat deze herfstvakantie nog miste: een avondje in de kroeg.

Het leven was goed daar. Dat dat duidelijk is. En we kunnen weer verder hier, wetende waar we het allemaal voor doen. En dromend van zo’n oud Engels huisje in Cambridge en nog veel meer avonden in de kroeg.

Aanraders in Londen (lekker toeristisch)

Aanraders in Cambridge (oud en goud)

Dansen in de kamer

Voordat de maand juli voorbij is, wil ik toch nog even een poging wagen een fatsoenlijke blog te schrijven. Niet fatsoenlijk qua opbouw (hak op de tak, van alles en nog wat), maar wel qua inhoud (veel voor weinig). Want hoewel ik mezelf allesbehalve afreken op het feit dat ik hier nog maar zelden blog, (je kunt jezelf niet overal op afrekenen, dat gaat nooit goed), vind ik het toch jammer dat ik het niet meer zo vaak doe als vroeger. Want bloggen over je leven kan best leuk zijn om te doen.

Ik heb vandaag één van de twee piepjonge konijnen van mijn buurmeisje vast mogen houden. Voor de duidelijkheid: ik heb twee soorten buren. Buren bij wie ik in huis woon en buren die in de aangrenzende panden wonen. Dit was het buurmeisje die in het aangrenzende pand woont. We kennen elkaar alleen van het ‘hoi’ zeggen als ik in de tuin mijn boek lees en zij ook naar buiten treedt.

Vandaag was ik op tijd thuis omdat ik ‘s avonds nog een online cursus moest volgen (een leuke cursus, trouwens). Dus had ik na het eten nog een half uurtje om te lezen. Het buurmeisje was een konijnenhok aan het verven. Daar kwam ik pas achter nadat ik belangstellend vroeg naar de duidelijk pas net groengeverfde houten panelen die verspreid over het terras lagen te drogen. Het zag er (nog) niet uit als een konijnenhok, maar ik geloofde haar wel. Ik vertelde uiteraard over mijn overleden konijn, Ko Nijn, die ruim tien jaar bij mijn ouders thuis woonde. Toen kwam ze al snel met een van haar twee konijnen aanzetten. Robbedoes bleek niet bang voor de buurman (drie keer raden hoe de andere heet) en ook niet voor de metershoge afgrond bij het overhandigen van het konijn. Ik heb al aangeboden dat ik wel af en toe voor ze wil zorgen als dat nodig is. Want ik mag geen huisdieren houden hier.

Dat was overigens niet de reden dat ik danste in mijn kamer. Dat was daarvoor namelijk.

Vandaag heb ik ook voor het eerst ijskoffie gemaakt. Ik dronk voor het eerst homemade ijskoffie (naar Sri-Lankaans recept) toen ik halverwege deze maand in London was. In juli was ik  op bezoek bij mijn vrienden daar en bezocht ik onder andere de studio van mijn favoriete band, speelden we gitaar in het park (eigen werk en covers), aten we lekkere dingen (misschien word ik ooit nog een echte foodie) en dronken we Duits witbier in een Oostenrijks restaurant. Dat restaurant zat vol Oostenrijkse folklore, inclusief koebel-optreden van de eigenaar in authentieke klederdracht (Edelweiss!).

Maar we maakten ijskoffie met vanille, melk, ijsblokjes en veel koffie en suiker. Niet gezond, maar wel lekker dus. Dus dat wilde ik graag namaken. Dat lukte, alleen had ik de verhoudingen niet helemaal goed. Te sterk en te weinig vanille en suiker. Verder prima gelukt.

Maar geen reden om door de kamer te dansen. Dat was nog eerder.

Die studio die ik bezocht, daar is deze video opgenomen voor een van de meest catchy liedjes van het nieuwe album van die band… En ik vind hem zo catchy dat ik er van door de kamer ging dansen. Met excuses aan mijn benedenburen. En hopelijk die van u.

 

Londen en Folkestone, in woord en beeld

Vorige week al een kort bericht uit Londen. Vandaag het vervolg, met gratis foto’s en video’s. Jawel! Multimedia staat nergens meer voor! Onderaan dit bericht staat een hele reeks foto’s.

Folkestone is een te gek gave badplaats… Maar er is wel vrij weinig te doen. Hoewel het stadje ongetwijfeld een streekfunctie heeft, is de stad nu ook weer niet bepaald de moeite waard om hem uit het blauw te bezoeken. Belangrijkste publiektrekker is de onverwacht opduikende rotspartij. Hoewel je met een muziekpodium getiteld Leas Cliffs Hall iets mag verwachten, was ik toch verrast door de aanwezigheid van de rotsen, vooral omdat we er min of meer per ongeluk tegenaan liepen en je ze van bovenop niet ziet. Ons hotel lag naast de zaal. En die zaal zag er nogal dubieus uit.

Leas Cliff Hall (vanuit het hotel)

Leas Cliff Hall (vanuit het hotel)

Inderdaad: meer een strandtent dan iets anders. En geef toe: zie jij rotsen hier? Maar goed, blijkbaar heeft de architect ondanks de miskleun van het dak nagedacht over de rest van het gebouw en inderdaad: er is gewoon een trap naar beneden. En dan kom je in een zaal waar 1500 man in kunnen. Maar goed, daarvoor wandelden we eerst door het stadje en maakten hele slechte imitaties van de videos die Turin Brakes altijd op internet plaatst: over het algemeen loopt een bandlid rond met een telefoon, zoomt in op bepaalde locaties en gaat dan naar de andere bandleden om wederom op willekeurige plaatsen in te zoomen. Deze Horses Mouth video’s zijn vanwege hun kenmerkende, lage kwaliteit eenvoudig te imiteren (zie bijvoorbeeld preshow at Stockton Tees) … Dat hebben we dus gedaan. De elf Stable Stories vind je hier. Mocht je geen zin hebben om elf keer een video van gemiddeld één minuut te bekijken, dan raad ik je aan om alleen deze hier te bekijken, dan hoor je in ieder geval waar we de hele middag zijn geweest:


Find more videos like this on The Ether’s Air


Find more videos like this on The Ether’s Air

Dankzij onze hotelkamer met uitzicht op de zaal konden we in de gaten houden wanneer het druk begon te worden en rond kwart over zes (de zaal ging om zeven uur open) stonden we dan ook als resp. vierde en vijfde in de rij. Ik had mijn ukelele meegenomen om de tijd door te brengen, maar het spelen ging niet helemaal vlekkeloos (nog niet alle akkoorden zaten in mijn hoofd). Daarom rende ik terug naar het hotel om mijn blaadje met akkoorden te halen. Toen ik terugkwam zei mijn gastvrije giggenote tegen mij: “hee zitten ze daar niet?” (maar dan in het Engels). En ik keek naar het terras tegenover de zaal en jawel: daar zaten Olly (zanger), Rob (drummer), Joe Gallacher (als roadie) en  de manager in kwestie te zwaaien. Blijkbaar hadden ze mij al eerder gespot. We zwaaiden terug en besloten dat we beter niet als wanhopige groupies ons bij hun konden aansluiten.

Even later stond Rob echter naast ons… Of we zin hadden om erbij te komen zitten. Nou ja, dat hadden we in principe wel en het werd best gezellig. Mijn ukelele deed de ronde. De band probeerde het instrument te stemmen (eerst Joe, toen Olly en toen Rob – die REM wilde spelen en het instrument daarom als gitaar wilde stemmen). Uiteindelijk besloten we dat we hem maar gewoon niet zouden stemmen. Vervolgens kwam er een man bijzitten die in 2003 had meegeholpen met het opbouwen van het concert, maar de band helemaal niet kende. Toen hij hoorde dat Turin Brakes naar zijn stad zouden terugkeren, besloot hij dat hij toch maar eens moest luisteren naar het nieuwste album en had het album sindsdien continu geluisterd (en wilde nu een handtekening). Hij claimde al een kaartje sinds januari te hebben (gezien de tijd van aankondiging / organisatie lijkt juni me een betere maand, maar toch). Ook nadat de man weg was bleef het een aardige bedoeling. Rond zeven uur – toen de zaal open ging – kreeg de band  eten opgediend en leek het ons beter naar binnen te gaan. En dat deden we.

Bij de beveiliging werd mijn ukelele nog aan een grondige inspectie onderworpen (is that a real instrument?) – waarbij de beveiliging zich vast niet realiseerde dat het instrument – mits met het juiste poeder bewerkt – nu dankzij vingerafdrukken in waarde vertienvoudigd is (maar dat was ook niet zo moeilijk gezien het feit dat ukelele’s niet heel duur zijn). We wisten gelukkig nog vrij goede plaatsen te veroveren. Daar beneden zagen we een Duitse Turin Brakes fan en werd het best gezellig met onze directe buren Guy (the carpenter) en Lindsey (the florist). Vlak voor het optreden van de eerste supportact kwam Rob de drummer nog vragen of we verzoekjes hadden wat betreft de setlist. We kwamen met allerlei onmogelijke suggesties die in geen jaren meer zijn gespeeld, maar uiteindelijk zei ik ‘Ether Song’ en dat vond hij een goede suggestie.

Syd Arthur

De eerste support act was op het eerste gezicht een groep jonge alternatievelingen met grote ambitie. En dat bleken ze ook te zijn: ze maakten uit de jaren ’70 weggelopen progressive folk rock. Denk ik. Of het is een genre wat nog geen naam heeft. Met titels als ‘Secrets from the Planet Soul’, ‘Diabat’ en ‘Kingsdoms of Experience’ scoor je denk ik voorlopig geen grote hit. Maar de muziek was bijzonder goed te pruimen. De stem van de zanger kon zich meten met die van Olly van Turin Brakes en ook de instrumentale stukken mochten er wezen. De band mocht dan ook een extra nummer spelen. Ik beloof de debuut-EP (‘Kingdoms of Experience’) op korte termijn te bespreken. Opvallend is dat zowel deze band als de andere support act geen platencontract hebben. Dat had ik van tevoren al gezien op Myspace en daarom was ik een beetje nerveus wat betreft de kwaliteit, maar die vrees was onterecht.

Kid iD

Van hele andere koek was Kid iD. Waar Syd Arthur eerder de jaren ’70 naar de éénentwintigste eeuw duwden, mixte Kid iD ska, funk, jazz en pop samen met singer/songwritermateriaal dat al uit deze eeuw komt. Het resultaat was een verfrissend vrolijke set, afgewisseld met oprecht mooie liedjes. De zanger zag er een beetje vreemd uit met zijn stropdas en hoedje, zeker in combinatie met de overenthousiaste blazers/achtergrondzangers (foto). Absurde dansen, mooie overgangen: de set werd nimmer saai, ook niet toen de zanger één nummer (Sofa Statistics) in zijn eentje speelde. Vol met aardige statistieken als: “9 out of 10 guys, when chatting to a pretty girl, glance at her breasts twice in half ‘n hour or so, that don’t mean we’re unfaithful, it just means that we like breasts.” en “I’ve been thinking a lot about what makes me tick, I’m a quarter Irish, do you think that’s why I drink? Or do you think it’s the fact that my life has something lacking, like a purpose or job or just someone in love with me go…” Ook van deze band heb ik een CD aangeschaft, That Dreaded Monster – What If was voor een spotprijs te koop en zal binnenkort hier worden besproken.

Turin Brakes

De mannen van Turin Brakes betraden het podium rond de klok van half tien. Ze speelden een goede set met een alleraardigste encore. Opvallend was het geluid: in tegenstelling tot alle eerdere concerten die ik van de band zag, was tijdens dit optreden het geluid erg ‘leeg’. En daarmee bedoel ik ruimtelijk. Soms is minder inderdaad meer, en dit was één van die gevallen. Ook Olly’s stem was minder frontaal op de voorgrond aanwezig (maar nooit te zacht). De band varieerde veel tijdens de intro’s en instrumentale stukken. De band leek zichtbaar plezier te hebben en kwam zelfverzekerder over dan ooit. De setlist was erg prima (hoewel niet bijzonder veel anders dan de concerten in februari). Hoogtepunten waren de Chris Isaak cover ‘Wicked Game’ (de band heeft het nummer zich echt eigen gemaakt in het afgelopen jaar), ‘Long Distance’ en natuurlijk het door mij aangevraagde ‘Ether Song’ (met knik van Rob in mijn richting). Ook was het goed om ‘Last Chance’ eindelijk weer te horen.

The Door
Stone Thrown
Real Life
Mind Over Money
Fishing For A Dream
Stalker
Painkiller
Wicked Game
Feeling Oblivion
Dark On Fire
Ether Song
Last Chance
Underdog (Save Me)
Long Distance
—-
New Star
Future Boy
Emergency 72

De finale van ‘Long Distance’:


Find more videos like this on The Ether’s Air

Na de echte set kwamen Olly, Gale en Eddie terug voor de encore: ‘New Star’ met gratis reverb was betoverend mooi. Daarna kwam Rob erbij zetten voor klassieker ‘Future Boy’ en ten slotte kwam Phil voor een mooie finale: ‘Emergency 72’. In verband met de tijd kwam de band niet nog een keer terug, maar de avond was al mooi én geslaagd.

Terug in hotel kwamen we eerst vast te zitten in de lift (in de recensies op hotelweb werd geschreven dat de lift ‘scary’ was, maar wij dachten dat dat kwam omdat hij nogal krap was). Uiteindelijk liet de nachtportier de lift naar beneden zakken en moesten we in de kelder via de personeelstrap naar boven. Daar verontschuldigde de nachtportier zich duizend maal. WIj besloten maar de trap te nemen, naar de vierde verdieping.

De volgende dag reisde ik terug naar Stansted, waar ik die avond landde. Het was het einde van een uiterst leuke Engelse week. Het was erg gezellig, culinair verantwoord en muzikaal geweldig. Alleen jammer dat het waarschijnlijk nog even duurt voordat Turin Brakes terugkeert (nu gaat er eerst een nieuw album gemaakt worden). Dat wordt dus even volhouden….

London

Ik denk dat dit mijn eerste bericht vanuit het buitenland is. In ieder geval het eerste bericht geschreven en gepubliceerd in London. Ik denk dat ik van deze stad houd. Op de toeristische plekken na, is het niet echt een stad om direct verliefd op te worden. Het is eigenlijk best een rare stad: een mengelmoes van bouwstijlen, culturen en mensen die niet naast elkaar, maar door elkaar leven. Het is ‘overwhelming’, om eerlijk te zijn. Ik verblijf nu een huis in het zuiden van de stad, niet zover van de districten Brixton en Balham, en ik merk dat als je er vaker komt, er een zekere rust en orde in de chaos komt. Het gaat nog te ver om te zeggen dat ik me hier thuisvoel, maar ik voel me zeker op mijn gemak.

Gisteren gingen we naar een verrassend groot park, nog geen vijf minuten met de bus, en wonderlijk genoeg was het nagenoeg leeg. Het Vondelpark ligt bijna altijd vol met mensen, maar hier was het rustig. Het was prettig wandelen in een park met afwisselend bos, grasheuvels en oude huizen. Het uitzicht was bovendien erg mooi. Er is wel degelijk rust te vinden tussen de miljoenen mensen. En toen we vanavond in een heel duur restaurant aten met uitzicht op de zonsovergang en de rivier Thames (met een totaalrekening die mijn maandelijkse studiefinanciering te boven zou zijn gegaan), wist ik het zeker: London is een mooie, mooie mengelmoes. En ik dacht ook dat – ondanks het feit dat het uitzicht op de Waal ook mooi is – het best aardig zou zijn als daar ook kon worden uitgekeken op een skyline.

Morgen gaan we naar Folkestone. Als ik terug ben volgt een uitgebreider verslag.