W.

When you’ve had a taste of silver / then the pennies won’t do

Het kan verkeren in de muziekwereld. Was het vroeger vast nog mogelijk om een tweede muziekleven te beginnen, inmiddels kun je niet meer helemaal van de map verdwijnen en terugkeren. We komen er toch achter. Phil Campbell, vroeger (we schrijven 2007/2008) uitgebreid besproken op dit blog met zijn singer/songwritercarrière, is een tweede (of officieel zelfs derde leven) begonnen met The Temperance Movement. De muziek is minder laf – vuiger zelfs. En om eerlijk te zijn, past de stem van Phil Campbell veel beter bij de scheurende gitaren dan bij de lieflijke akoestische gitaar, al wordt er af en toe nog akoestisch gespeeld.

Until The Ribbon Breaks 20130622 02_59_41

Maar het kan nog extremer. Pete Lawrie werd recent niet alleen getipt als knapste man van Wales, maar ook als nieuwe middle-of-the-road singer/songwriter. En dat vond ie niet eens erg, riep hij interview na interview – de single Half As Good was in veel opzichten een dieptepunt: wat begon als een aardig folkpop zanger was geëvolueerd tot album vol strijkers, blazers en geen greintje ‘eigenheid’. Dertien-in-een-dozijn, en de doorbraak kan niet, ondanks dat op het album best wat aardige, mooie nummers stonden. Alleen waren ze in niet overgeproduceerde vorm beter tot hun recht gekomen. Jammer.

Dat vond Pete vast zelf ook. Hij riep wel dat hij graag de mainstream opzocht, maar dat moest misschien wel… Ondertussen lekte hij demo’s, maakte hij mixtapes en coverde hij mooie liedjes uit het verleden. Toen het album definitief geflopt was of eigenlijk zodra het album uitkwam en Pete aan zijn verplichtingen jegens zijn label had voldaan, was het uit met de pret. Hij riep nog een keer via Twitter dat hij er genoeg van had, gaf al zijn demo’s en liedjes gratis weg via datzelfde sociale netwerk onder de naam All and Old en verdween.

Weg was de singer/songwriter. En toen ineens was er Until The Ribbon Breaks. Hij verhuisde naar Amerika, in zijn bio’s staat ineens een tweede naam (Pete Lawrie Winfield) en begint de muziek te maken die hij echt wil maken. Het is elektronisch, maar wel melodieus en vol emotie. En hij ondersteunt zijn liedjes met clips uit bekende films. Voor het eerst zingt hij niet hoopvol over algemene levenswijsheden (you might get what you ask for in the end), maar cynisch over de tijd waarin we leven (so don’t we look pretty with nowhere to go / it’s cool to be lonely didn’t you know? / I think I’ll marry a stranger that I met online / it’s not that it’s not love. / it’s just a sign of the times).

Vorig jaar verscheen al de voortreffelijke A Taste of Silver EP – zonder titeltrack maar met het excellente Romeo (You see I would have killed Romeo and save Juliet / But I don’t write stories that time won’t forget). Uiteraard voorzien van iconische beelden uit Romeo + Juliet  (de jaren ’90 versie van Baz Luhrmann) met Leonardo DiCaprio en Claire Danes. De EP is gratis te luisteren op Soundcloud.

Nu verschijnt de opvolger, The Other Ones, dat niet alleen verwijzingen bevat naar Pressure – een nummer op de vorige EP – maar ook een nummer bevat getiteld Until The Ribbon Breaks én een nummer genaamd A Taste of Silver – de titel van de vorige EP. Voor de fans van The Black Keys – maar dan elektronisch:

Naast dit laatste, groovende nummer is ook Goldfish een aanrader. Iets meer mellow van stijl en op deze site te luisteren. Alleen aan Petes stem is nog te herkennen dat het om dezelfde artiest gaat. Hij klinkt bevrijd. Bevrijd van verwachtingen. Een paar weken geleden speelde hij op showcase festival SXSW en werd hij door meerdere media uitgekozen tot one to watch. Het lijkt hem nu wel voor de wind te gaan. Zou het nu wel lukken om zijn carrière van de grond te krijgen? Het lijkt er wel op… Maar het kan verkeren.

P.

Phil Campbell – Fresh New Life vs. After The Garden

Als je erover gaat nadenken, is 1997 best lang geleden. Hilversum 3 bestond dan wel niet meer (onder die naam), maar mijn leven ziet er nu in ieder geval behoorlijk anders uit. Hetzelfde geldt voor Phil Campbell. Ten tijde van het verschijnen van Fresh New Life, was hij de nieuwe David Gray, de jonge eerlijke songwriter die we in geen jaren hadden gezien. Maar EMI liet hem stikken nadat dit album werd uitgebracht. En daardoor werd Campbell een voetnoot in de muziekgeschiedenis. Enfin, de rest van het verhaal (tot en met het eerder dit jaar verschenen After The Garden) heb ik al eerder verteld. Feit is dat ik na het zien van de beste man in London (in het voorprogramma van de band die ik aanstaande zaterdag wederom ga zien), erg enthousiast was en in een opwelling op 7digital.com Fresh New Life kocht. Ineens was ik twintig Phil Campbell liedjes rijker. Niet dat die allemaal op dat album staan… Neen, toen vorig jaar Joy verscheen, bedacht EMI dat ze wel mee konden liften op een eventueel succes. En ze zochten meteen wat andere liedjes erbij… Naast enkele alternatieve studioopnames, zijn dat live uitvoeringen van niet op het album opgenomen nummers en drie tracks van Phil Campbells latere band, White Buffalo. Bij elkaar zijn de twintig nummers goed voor meer dan anderhalf uur muziek. Maar doorstaan de nummers de tand des tijds? Het is natuurlijk heel oneerlijk, maar toch: een vergelijking met het dit jaar verschenen ‘After The Garden’.

Read more

H.

Hetehit! No Love Songs (Phil Campbell)

Mijn zoektocht naar Hetehitsch dit jaar ging een beetje tussen neus en lippen door. Tot nu toe postte ik kandidaten vaak aan het eind van langere posts. Maar deze kan ik niet zolang voor me houden. Het is een serieuze kandidaat (behalve dat de single niet in Nederland verschijnt – net als het album tot nu toe)… Phil Campbell heeft namelijk nieuwe single. En hij is heerlijk zomers. Maps was al bijzonder geschikt, maar dit nummer is met zijn midtempo ritme en leuke instrumentatie nog veel zomerser. De feelgood video bevestigt dit. Phil speelt gitaar in zijn tuin, loopt over de markt op zoek naar fruit en groente en communiceert met de mensen op die markt. Tussendoor draagt hij een hoedje, zet hij zijn hoedje af, en zoekt hij een leuke CD in een CD-zaak en filmt hij de blote meid in zijn tuin. Ik ben meteen vrolijk.

En als bonus, hier hetzelfde nummer, nu live gespeeld door de beste man in Cadogan Hall, London, 16 februari jongstleden.

[flash medium=2 w=425 h=40]

P.

Phil Campbell @ Dermot O’Leary

Ik heb helaas geen Phil Campbell fansite (en ik ga er ook maar geen beginnen), maar ik heb wel zijn sessie bij BBC Radio 2 opgenomen en in stukken geknipt. En ik dacht “misschien is er wel één iemand hier geïnteresseerd”?

Dooooooownloaden. (maar je hebt wel winrar nodig)

Met nieuwe single No Love Songs en een cover van The Beatles I’m So Tired. Het interview is niet bijzonder boeiend (de nieuwswaarde valt een beetje tegen – Dermot de DJ heeft wel eens betere vragen gesteld), maar die bestanden kun je natuurlijk gewoon verwijderen, dan hou je de liedjes over…).

1) Interview 1
2) No Love Songs
3) Interview 2
4) I’m So Tired (The Beatles)
5) Interview 3

L.

Leuven en de Nederlandse Neerlandici

Op een dag besloten drie meisjes, samen met drie andere meisjes (volgens de overlevering) dat de studiereis van de Neerlandici studerend in Nijmegen dit jaar naar Leuven zou gaan. Dat was namelijk heel makkelijk. Twee van die drie meisjes hadden namelijk een half jaar in de Belgische stad doorgebracht (naar wij mogen aannemen studeerden ze er hard, of werkten ze er hard bij een uitgeverij, waarover later meer). Het derde meisje zou in de toekomst een half jaar gaan vertoeven in de stad. Dit zorgde voor een reisleiding met inside knowledge over het leven in de stad, over straten en gebouwen aldaar en niet te vergeten de routes naar de leukste kroegjes en uitgaansgelegenheden. Hoe dat precies kan als ze ook heel hard en vlijtig studeren is een mysterie waar ik hier nu niet op zal ingaan. Maar laten we maar aannemen dat ze snel en gedisciplineerd werken, zodat ze des avonds inderdaad naar de Jazznight in STUK kunnen gaan, of een FAKbar kunnen bezoeken (waar heel aparte dingen gebeuren als ik in bed lig te slapen). Dit alles resulteerde in een fantastisch weekend vol muziek, ‘dat kan echt niet’-opmerkingen en mislukte Vlaamse accenten. En de weergoden waren ons ook nog eens gunstig gezind! Ja, u had er bij moeten zijn, maar dat was u niet (allemaal). Daarom een verslag.

Zaterdag 26 april 2008

“Let’s go girls”
(‘Man, I feel like a woman’ van Shania Twain)

Toen ik voor de derde keer tijdens de normaal net iets minder dan tien minuten durende fietstocht moest stoppen om mijn rugzak goed te doen (ik had een weekendtas, rugzak en gitaar bij me, en geen bagagedrager), kwam mijn huisgenoot (die met me meefietste omdat hij een kwartier later op studiereis naar London zou gaan) op het idee om mijn rugzak dan maar op mijn buik te dragen. En dat ging inderdaad heel goed (al zag het er wat absurd uit). Zodoende kwam ik maar drie minuten te laat op onze vertrekplaats aan. Dat was nog steeds heel vroeg (want: drie over half acht) en twaalf minuten voor de bus daadwerkelijk zou vertrekken.

Het moet even voor twaalf uur zijn geweest toen ik het grootste deel van mijn bagage, inclusief mijn jas, had achtergelaten in het hostel en onder begeleiding van een gids het stadhuis en de buitenkant van de Sint Pieterskerk bekeek. Onder begeleiding van de gids, haar naam is mij ontschoten, maakten we een tour langs de hoogtepunten die Leuven te bieden heeft. Zo kwamen langs de kleinste bierbrouwerij en het begijnhof. Daar lopende besloten we allemaal dat we niet in Nijmegen maar in Leuven hadden moeten gaan studeren, wonen, leven. Dat we daar dan geen feestjes hadden mogen geven, hadden we op de koop toegenomen.

Na een terraspauze van een uur in de stralende zon aan de langste toog van Leuven/België/de wereld, de Oude Markt dus, vertrokken we naar de brouwerij van Stella Artois. De gids was, op zijn zachtst gezegd, een beetje vreemd. Zijn grapjes waren niet altijd even geslaagd. Maar de rondleiding was ondanks alles interessant en leerzaam. Als afsluiting kregen we nog een gratis biertje te drinken en mochten we een Hoegaarden Citroen meenemen. Proost!

Die avond aten we in Café De Appel. Inmiddels hadden we onze intrek genomen in het hostel. De kamers zagen er erg geslaagd uit, met eigen toilet en badkamer. Het restaurant De Appel was oké, maar eerlijk is eerlijk, niet heel bijzonder. Maar we legden er een goede basis voor de kroegentocht. En het was gratis. Dus u hoort mij niet klagen. Ik kan u helaas niet navertellen welke kroegen we vervolgens hebben bezocht, op de namen heb ik namelijk niet gelet. Maar feit is dat het (net als in Gent, twee jaar terug), niet bijzonder druk was en dat ik op bepaalde locaties vooral het idee van een klassenfuif kreeg. Maar een hernieuwde kennismaking met de Hoegaerdse Das was zeer welkom. De vermoeidheid sloeg echter rond een uur of twee echt toe. Het was al een lange dag.

Zondag 27 mei 2008

I now walk into the wild
(Christopher McCandless)

Op zondag stond een picknick gepland bij kasteel Arensberg. Heden ten dage wordt het gebouw gebruikt als faculteit voor nota bene de exacte wetenschappen. In plaats van dat er colleges kunstgeschiedenis worden gegeven… In ieder geval zijn vier salons bewaard gebleven die vol met hele grote schilderijen hangen. De gids, die de rondleiding voor het eerst gaf, wist ondanks een schoonheidsfoutje toch nog heel wat te vertellen over de families die het kasteel door de eeuwen heen bewoonden.

Daarna was het tijd voor een picknick in de tuin bij het kasteel. Het was volgens mij nog warmer en mooier dan zaterdag (een dag waarop ondergetekende overigens ook flink was verbrand), dus de picknick was een uitermate goed idee van de reisleiding. Maarten en ik hadden onze gitaren meegenomen en wat volgde was een klein miniconcert met publieksparticipatie. Naast onze reggaecover van ‘The Scientist’ speelden we ook wat Acda & De Munnik en De Dijk, The Kelly Family en Right Said Fred. Ook poogden we een goed nummer in de mix te gooien met ‘Maps (How I Feel About You)‘ van Phil Campbell.

Na de picknick liepen we terug naar de stad. Daar gingen we naar de bioscoop. Dat was eigenlijk zonde van het weer, maar ik weet dat in ieder geval de bezoekers van Into The Wild niet zullen klagen. Bij een reisgenote liepen de tranen over de wangen nadat haar werd gevraagd wat ze van de film vond. En iedereen leek ontdaan. Gaat dus allen naar de bioscoop om Into The Wild te kijken, want niet alleen het verhaal is mooi, ook de soundtrack van Eddie Vedder (zie Leuven!) en de fantastische shots van de natuur.

Die avond aten we met een kleine groep bij De Rector. Dat was een misstap. De keuken bleek niet op orde en onze tafel kreeg een zalm zonder saus waar de saus in tweede instantie van werd afgespoeld (!), een pasta zonder lam en parmezaanse kaas (waarvoor wel moest worden betaald) en een stuk vlees dat onder saus bedolven was. Ook bij de andere tafels was niet alles in orde. Een domper, maar we konden in ieder geval buiten zitten en genieten van het mooie weer.

Des avonds gingen we naar de Jazzavond in STUK. En we waren niet de enige (buitenlandse) studenten. Inmiddels hadden we een begeleider vanuit de opleiding: Margrit Rem. Met haar en een aantal andere leuke eerste- en vierdejaars heb ik een gezellige avond aldaar doorgebracht. Pogingen om die voort te zetten elders in de stad, bleken vruchteloos. The Seven Oaks was nagenoeg leeg en leek bijzonder veel op een bar voor mensen met een andere seksuele geaardheid, zullen we maar zeggen, en de andere bars die we bezochten werden vooral bevolkt (voor zover dat het geval was) door mensen die al behoorlijk beschonken waren. En oud.

Een grote groep besloot dan ook het rond 2 uur – half 3 op te geven. Enkele studenten bezochten echter nog de FAKbar, waar zich een aantal hilarische incidenten hebben afgespeeld. Ik kan u daar zelf niets over vertellen, want ik was er niet bij. Ik stond toen al te douchen in onze kamer, om daarna het bed op te zoeken. Wellicht kan iemand anders hier zijn licht over doen schijnen?

Maandag 28 april 2008

She maps out the way and I just follow her, if she don’t say I will drive straight on.
Maps (How I Feel About You) – Phil Campbell – over de reisleiding 🙂

Op maandagochtend – ik was de eerste in de ontbijtzaal – was iedereen schijnbaar nog brakker dan de avond ervoor. Het ontbijt was erg lekker. Dat was zondag ook het geval, maar pas de tweede ochtend waardeer je zoiets echt. Met name in Praag viel het ontbijt nogal tegen (en ik citeer):

Het ontbijt was niet echt de moeite waard. Het brood was niet eens goor (in ieder geval niet vergeleken met andere varianten die we soms voorgeschoven kregen), maar het beleg – er was kaas, vlees en iets wat moest doorgaan voor abrikozenjam – was allemaal vrij magertjes. Naast buitenlandse melk – per definitie goor – was er thee, koffie en iets wat moest doorgaan voor ranja, maar met een heel bittere nasmaak.

Enfin, hier had het hostel een Nescaféautomaat, yoghurt, muesli, cornflakes, vier soorten brood, chocoladepasta, eieren, melk, suiker, jam, kaas, vlees en nog dingen die ik nu even ben vergeten. In ieder geval genoeg mogelijkheden om een solide basis te leggen voor een serieuze slotdag.

Deze dag begon met een bezoek aan de uitgeverij Davidsfonds. Daar werden we welkom geheten door Katrien de Vreese, de baas/uitgever-directeur. Terwijl het buiten heel hard begon te regenen, vertelde Do van Ranst, jeugdboekenschrijver, over het worden en zijn van een jeugdboekenschrijver. Dat deed hij geanimeerd en vol enthousiasme. In Babanstijl prees hij ook nog enkele malen zijn boeken aan. Maar dat is zijn goed recht. Al mag hij zijn site gerust wat mooier maken.

Daarna konden we nog een uurtje shoppen in de grootste kinderboekenwinkel van Vlaanderen. Ik kocht het recentste verhalenboek van Toon Tellegen (‘Morgen was het feest’). Er was daarna nog genoeg tijd om een beetje lol te trappen in de winkel. Het gevolg, ‘Koekiemonster is dol op koekjes’, zie je hier. Al met al was het een erg leuke ochtend.

Bij de lunch bleek er ‘genoeg plaats’ voor een man of twaalf in een café, maar dat betekende wel dat er even een aantal mannen weg moesten worden gestuurd. Dat ging alle slimme mensen te ver, en de select few die overbleven, belandden in een hippe tent (Ron Blacks) waar ze heel goedkoop verse broodjes met luxe, lekkere ingrediënten belegden, en die ons in ‘happy few’ veranderden, getuige deze foto:

Daarna liepen we naar het Erasmusgebouw (niet bijzonder veel mooier dan de Nijmeegse variant) om daar college te krijgen van Hugo Brems. Hij vertelde over de huidige stand van zaken in de Neerlandistiek. Erg sterk was de manier waarop hij dit koppelde aan de actualiteit. Maar, eerlijk is eerlijk, ik denk dat de meeste letterenstudenten het grootste deel al in eigen colleges hadden gehoord. Desondanks was het een uitermate boeiende college over de Nederlandse en Vlaamse identiteit in literatuur.

De middag hadden we vrij en na een kort bezoek aan de Leuvense universiteitsbibliotheek, besloten Maarten, Sigrid en ik de Sint Pieterskerk maar eens van binnen te bekijken. Met een over de top preekstoel en indrukwekkende orgelpijpen was het de tijd zeker waard. We sloten de vrije tijd af met het zoeken naar een frietkot. Dat bleek moeilijker dan gedacht, maar onze vasthoudendheid (we wilden niet naar McDonalds) werd uiteindelijk beloond. Hoewel de frieten niet bijzonder Vlaams waren, was het toch een passende afsluiting van de reis. De zon scheen inmiddels weer volop, al was het wel iets kouder dan de dagen ervoor.

Om half zes stonden we weer voor het hostel en rond een uur of zes vertrok de bus richting Nijmegen. Onderweg konden we kiezen tussen een laatste blik op het – nog – zonovergoten Vlaamse landschap of Flightplan, een matige film met Jodie Foster en dubieuze ondertiteling (waarschijnlijk gemaakt door en Duitse of Franse uitzendkracht). Ik koos daarom met name voor het mooie uitzicht, al werd dat minder mooi door het wolkendek dat de zon verborg naar mate we noordelijker kwamen.

Iedereen was moe, maar het was goed en gezellig. Voldaan, verbrand maar vol mooie herinneringen kwamen we aan in Nijmegen. Bedankt voor drie fantastische dagen, SVN, Leuvengangers. Heel erg bedankt!

L.

LVDD: Maps – Phil Campbell

Nee, natuurlijk heb ik het niet over Phil Campbell van Motörhead… Hoelang kent u me nu? Ik heb het over Phil ‘die hopelijk heel groot gaat worden maar nu support act van Turin Brakes en David Gray is’ Campbell. Phil Campbell is een zondagskind. Hij heeft connecties in de platenwereld en alles verloopt redelijk vlekkeloos. Hij krijgt een ‘development deal’ van WEA aangeboden. Kortom: geen lange, doodlopende weg voor Phil. Op de 10 jaar die volgden na dan. Afwijzingen door labels, muzikale en relationele misstappen en de verkeerde geestverruimende middelen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was werd eind 2006 zijn appartement verwoest door de freak tornado in London (jawel, in London).

Toen sloot Phil rond 2001 een deal met EMI, omdat zijn ‘man met connecties’, Clive Back (eerst een belangrijke meneer bij WEA) daar ook heen ging. En bij EMI was hij dan ook het snoepje van de maand. Woorden van lof overspoelden hem en hij zou de nieuwe David Gray worden… Maar voordat zijn debuut af was, ging Black alweer weg bij EMI. Black wilde Campbell meenemen naar een nieuw label, maar dit keer wist Campbell niet zo zeker of hij wel mee moest gaan. Hij zat immers goed bij EMI en hij was zo paranoïde geworden dat hij eigenlijk niemand meer echt vertrouwde. Toen zijn album, Fresh New Life bij EMI verscheen, was de waardering weg en verdween het album op mysterieuze wijze van de schappen. Zijn privéleven bevond zich op een dieptepunt, maar muzikaal gezien zijn we er nog niet.

In de vijf jaar die volgen, probeert Phil Campbell te scoren met een grunge band, White Buffalo. Maar zijn hart ligt er niet in. Hij weet eigenlijk dat het niets voor hem is. En toch gaat hij door. Hij probeert zijn man met connecties, Clive Black, geïnteresseerd te krijgen, maar die wil alleen Phil met akoestische gitaar. En genoeg is genoeg. Phil laat White Buffalo uiteindelijk voor wat het is en tekent een contract bij Blacks nieuwe label. Zo nemen ze Joy op, dat in 2007 verscheen. Maar het wordt nog niet door de doorbraak die Black verwacht…

Dus nu worden alle knoppen opengedraaid. Een groter budget voor de opnames moeten dan eindelijk Phil gaan brengen waar hij hoort te zijn. Phil scoort enkele support slots en werkt verder aan zijn naamsbekendheid. Tijdens zijn tour met Turin Brakes vorige maand nam Phil in een hotelkamer het liedje Maps op. Een volledig geïnstrumenteerde versie staat op Joy en een nog nieuwere versie op zijn Myspace. Maar deze akoestische versie is ook heel vet (wel even het geluid iets harder zetten):

I am known for my hesitation
She is known for her making plans
She maps out the way and I just follow her
If she don’t say I will drive straight on

I dug a hole big for both of us
But she made no fuzz and came live here with me
Well, you know how I feel about you
Well, you know how I feel about you

Even though I’m not always listening
I’ll find out what you need somehow
Early morning arise with news and politics
She wakes up with her favourite sounds

She could live in a wonderland
But still she hangs around with me
Well, you know how I feel about you
Well, you know how I feel about you

She could live in a wonderland
But still she hangs around with me
Well, you know how I feel about you
Well, you know how I feel about you
Well, you know how I feel about you
Well, you know how I feel about you

Maps komt uit als een single (in Engeland althans) op 14 april. Zijn derde album, met liedjes van Joy opnieuw opgenomen (met een groter budget) heet After The Garden en verschijnt op 28 april. In de hoop dat de wind dan weer de goede kant opwaait voor Phil Campbell. Want dat mag nu wel weer…

E.

Even naar London: twee maal Turin Brakes

Het was nog niet zo lang geleden dat ik Turin Brakes voor het laatst zag. Maar toen, in december, zou Shazia komen en die kwam niet. Want die werd ziek. Toen ging ik in mijn eentje. En dat is in het geval van een Turin Brakes concert ook heel leuk en mooi en fantastisch, maar niet zo leuk als met twee die-hard fans die de teksten en volgorde van tracks op het album uit het hoofd kennen (ja, ik heb het over mezelf). We besloten dus dat die trip alsnog plaats moest vinden, al moest ik dan misschien Nederland verlaten voor een concert. Toen een UK tour werd aangekondigd checkte ik dus eerst even of er echt geen andere optredens in Nederland aan zaten te komen en boekte ik vervolgens een vlucht. Al dacht ik er wel wat langer over na dan ik nu impliceer… Ik ging immers ook naar Zweden de week ervoor en was dat dan niet erg veel van het goede? Maar van het goede kun je eigenlijk nooit teveel hebben! 🙂 Dus vandaar: een weekendje London…

Stefan voor Cadogan Hall

Vrijdag
Op vliegveld Weeze-Düsseldorf weet ik inmiddels aardig de weg en in het vliegtuig hebben we vrije plaatskeuze. Desondanks weet ik geen plekje bij het raam te bemachtigen… Helaas…. Maar ik kan wel nog fatsoenlijk naar buiten kijken en dat is maar goed ook, want het is stralend weer als we rond half 11 over Nederland heen vliegen. Boven de Noordzee hangt echter enige bewolking, die aandikt naar mate we het Engelse land naderen. En Engeland blijkt inderdaad onder een dikke laag wolken bedekt. We landen zonder problemen op Stansted en ook mijn reis naar London Victoria verloopt zonder problemen. Het weerzien met Shazia en Raj gaat gepaard met een autorit naar Sloane Square, vlakbij de ‘venue’ waar we die avond zullen doorbrengen. Raj legt uitgebreid uit hoe we moeten lopen (al moet ik zeggen dat ik het waarschijnlijk zonder die uitleg ook had gevonden). Shazia en ik lunchen in de Pizza Express, de ‘posh’ versie van de Pizza Hut, gelegen aan de hippe King’s Road. Daarna lopen lopen we door King’s Road en drinken we nog ergens wat totdat Laura met de metro Sloane Square bereikt. Met Laura heb ik al meerdere malen concerten bezocht: Elbow, I Am Kloot en Turin Brakes (ze is woonachtig in Noord-Brabant en net als ik voor het optreden deze avond overgekomen). We drinken nog wat in café aan Sloane Square, maar rond 19:00 uur – 19:15 uur lopen we toch maar richting de concertzaal.

Daar aangekomen blijkt bij de verkoop van Turin Brakes artikelen niet alleen merchandisemeisje (een leuke verrassing) te staan, maar ook drummer Rob Allum. En een goede artiest kent zijn die-hard fans, zo ook Rob. Hij heeft nog minder dan een uur voordat hij het podium op moet en moet zich nog omkleden en geestelijk voorbereiden, maar voor een sociaal leven heeft hij altijd tijd, blijkbaar (voor een foto trouwens ook… Het merchandisemeisje wilde helaas niet op de foto, maar de volgende keer dwing ik haar). Ook ontmoette ik Ev, die nieuws post op mijn Turin Brakes site als ik dat niet zelf doe.

Phil Campbell

Als het voorprogramma begint, nemen we (voorlopig) afscheid van Rob en begeven Shazia, Laura en ik ons naar de zaal. Daar is Phil Campbell met zijn set bezig. Hij doet het helemaal niet slecht, alleen is de zaal nog half leeg. Het laatste nummer is erg goed, precies het soort liedje waarvan ik denk: ‘zo’n soort liedje moet ik zelf ook een keer schrijven.’

Na het voorprogramma komt ook Ady, een medefan uit Engeland die ik afgelopen zomer ontmoette, de zaal in. Tot onze stomme verbazing blijkt zijn geboekte stoel pal naast die van ons te zijn… Een leuke verrassing wat het plezier die avond zeker ten goede zou komen.

Olly in London

Om half 9 begint Turin Brakes te spelen. De set is akoestischer dan die in december, omdat de zaal zich daar nu eenmaal beter voor leent. Ze spelen zo’n 2 uur en het geluid is van een fenomenale kwaliteit. De akoestiek is in één woord “geweldig”… We worden getrakteerd op klassiekers als Future Boy, Stone Thrown en het zelden live gespeelde By TV Light. Tijdens het tweede deel van de set lijkt de band pas echt goed op stoom te komen. Nadat Olly het publiek complimenteert na een eerlijk gezegd magere publieksparticipatie bij Eveready, is Gale eerlijker: “oh just play the f*cking songs, we don’t want to clap and sing along.” De luie bioscoopstoelen in de zaal waren voor menig bezoeker uitnodigender dan de pogingen van de band op het podium om het publiek mee te doen klappen bij het voor velen onbekende nummer… Maar eerlijk is eerlijk, de band krijgt aan het eind wel een staande ovatie, en tijdens de encore blijft het publiek gewoon staan (behalve bij het eerder genoemde By TV Light, een wat rustiger nummer). Indrukwekkend zijn de minutenlange, rockende geimproviseerde stukken bij Ghost en de Underdog solo van Gale. En ook de vertolkingen van Dark On Fire en New Star verdienen respect.

De afterparty was erg geslaagd. We gingen naar de enige kroeg die nog open was. Met tot gevolg dat de band daar zelf ook verscheen. Het was leuk om even met hun te praten: “See, we can do this, we can talk like normal people.” Maar de dag was toch ook wel vermoeiend en rond half 2 was ik dan ook uitgeput en klaar om mijn bed in te duiken. Dat deed ik dus ook. En het was een lekker bed.

Zaterdag
De dag erna bestaat uit ontbijt, een heel uitgebreide lunch, veel zingen en nóg een concert. Het ontbijt werd mij aangekondigd als ‘light’, maar ik zat toch aardig vol naar afloop (als je het vergelijkt met het ontbijt van de dag erna, dan is het misschien wel ‘light’ ja). In ieder geval begonnen we rond half 12 met koken. Ik was verantwoordelijk voor de salade, terwijl Raj de rest van het werk deed – op wat kleine klusjes door Shazia na).

Uiteindelijk stond er een Sri Lankaans gerecht op tafel. Kip met pittige saus, pittige rijst, gekruide aardappelen en wat yoghurt voor het geval dat pittige te veel werd. Ik zei dat ik wel wat gewend was. BIG mistake. De eerste hap ging goed, todat ik slikte. Toen kwam er ineens een vlam mijn keel uit die het eten met Pimdi de woensdag ervoor flauw maakte. Dit overigens tot hilariteit van mijn gastheer en gastvrouw. Maar verder was het eten erg lekker.

Na de afwas – het was inmiddels half 5 – gingen Shazia en ik met de bus naar Sloane Square. Dit met het idee dat ik nog iets van London zag terwijl de zon onder ging – en de tube doet iedere toerist al… Dit duurde langer dan we dachten, onder andere doordat er een ongeluk was gebeurd, maar om half 6 stonden we weer op het voor ons zo bekende plein. We dronken nog wat in The Oriel, gelegen aan Sloane Square. Rond 7 uur gingen we naar Cadogan Hall. Rob had Laura, Ady en medefan Meesh (die er gisteravond niet bij was) op de gastenlijst gezet, dus die zagen we ook weer. Dit keer stond Rob niet in de bar, waarschijnlijk omdat het optreden van deze avond wordt bijgewoond door familieleden van de band en de platenmaatschappij.

Shazia en ik willen het voorprogramma nog een keer zien, vooral omdat Phil Campbell een aantal sterke liedjes speelt. Vooral het laatste nummer van de vrijdagset, Wrecking Ball, hoopten we nog een keer te horen. Helaas speelde hij het niet. Maar wel een aantal andere sterke nummers. Na het optreden stond ik op het punt om naar het toilet te gaan, toen Rob ineens naast onze stoelen stond. Hij wilde toch nog even ‘hoi’ zeggen. We klaagden over het feit dat Phil Campbell Wrecking Ball niet had gespeeld. Rob zei dat het nummer oorspronkelijk van Gilian Welch was (maar inmiddels heb ik daar mijn bedenkingen bij). Het was in ieder geval leuk nog even met hem te praten – al snapte hij volgens mij niet helemaal dat onze vragen grappig bedoeld waren: 1) mogen we een gitaar lenen en 2) is de cover van Cat Stevens’ Here Comes My Baby niet stiekem een cover van dit nummer…?

Enfin, zo’n kwartier later zagen we Rob weer, maar dan op het podium. Shazia en ik zitten nu op de voorste rij, naast een stel van halverwege de dertig. Duidelijk van het soort ‘ik kom voor de muziek, niet voor mijn plezier.’ Hadden die even pech, want wij waren wederom erg enthousiast aan het klappen, juichen en zingen, type: ‘Ja, ik ben een debiel, maar ik woon hier niet dus I don’t give a sh*t…’ Hoewel het echtpaar ook regelmatig goedschiks naar ons lachte.

De setlist verschilde. Zo werd Stone Thrown vervangen door Here Comes The Moon. Dat was een erg mooie uitvoering. Overigens schreeuwde halverwege het concert iemand dat ze Stone Thrown moesten spelen. Gale zei: “Yeah, we played it last night, it was brilliant, you should have come!” Flauw, maar een extra applausje op. Het publiek blijkt deze avond sowieso er meer zin in te hebben. Na ieder nummer wordt er uitgebreid geapplaudiseerd, vele malen luider en langer dan op vrijdag. Het duidelijkste voorbeeld was afsluiter Emergency 72. Dat nummer wordt standaard voorafgegaan door een onzinnig stukje waarin Olly zingt dat hij nu in [naam van zaal] staat en dat er allemaal mooie mensen zijn, dat hij niet weet wat hij zingt, maar dat hij wel van zingen houdt en of wij ook van zingen houden (en dan juicht iedereen), waarna hij zingt “O-kay”, en na 5 seconden overgaat op 72. Maar dit keer lukte het niet omdat de band een ovatie van jewelste kreeg na dit onzinnige stukje muziek. Pas na 20 seconden lukte het om 72 in te zetten.

Turin Brakes London Zaterdag

Hoogtepunt van de avond was voor mij New Star, dit keer gespeeld zonder hulp van versterkers en monitoren, op de rand van het podium en puur vertrouwend op de akoestiek van de zaal. Fantastisch, ondanks dat Olly toch nog een beetje verkouden was. Ook erg sterk waren het eerder genoemde Here Comes The Moon en het geweldig opbouwende Ether Song. Alleen al deze drie nummers maakten het waard een tweede keer te gaan. Het geluid was wederom fantastisch, al was het iets minder helder dan de avond ervoor, wat misschien komt omdat we op een andere plek in de zaal zaten, maar de sfeer maakte dat helemaal goed. Je hoort mij niet klagen.

Na afloop dronken we snel nog wat met Shazia, Raj, Ady, Meesh, Laura en Chris, maar Shazia, Raj en ik hadden het plan opgevat een nachtelijk tour door London te maken. Dus de bekende hotspots, maar dan zonder de mensenmassa’s en mooi verlicht. Dit zag er erg gaaf uit, moet ik zeggen. Rond één uur dook ik echter al mijn bed in, ik was om een onbekende reden wederom ‘dood’.

Zondag
Rond half 11 kreeg ik voorgezet wat door moet gaan voor een traditional English breakfast. En daar heb ik een foto van:

English Breakfast

En het smaakte goed, al lag het wel wat zwaar op de maag. Maar ik had dan ook een lange reis voor de boeg. Rond de middag werd ik afgezet op London Victoria, waar ik de bus naar Stansted Airport nam. De reis verliep voorspoedig, al zat ik in de bus met twee met Spaans accent Engels pratende meisjes en een buschauffeur met een voorliefde voor jaren ’80 en ’90 hits. Maar verder geen probleem. In het vliegtuig zat ik met een groep Duitse scholieren, die net uitwisseling hadden gehad, maar ze waren verbazend rustig. Wel maakten ze af en toe foto’s met flits waar ik waarschijnlijk net ook op sta. Maar als ik later rijk en beroemd ben, kunnen ze daar misschien nog geld voor vangen. Rond 10 voor 7 landde ik op Weeze Düsseldorf, waar ik werd opgehaald door mijn vader en zus. Het betekende het einde van een mooi weekend.

Het erge is dat na een mooi weekend, de maandag extra moeilijk is… Maar daar moet ik dan maar mee leren leven. Want dit soort trips zijn natuurlijk het leukst als je ze niet te vaak maakt.