Podcast: Incognitief Leest #1 met Leestweeps

https://soundcloud.com/incognitief/incognitief-leest-1-leestweeps

Stefan Meeuws en Sophie Dassen praten in deze eerste aflevering van Incognitief Leest over dé Twitter-boekenclub van Nederland: Leestweeps. Dat doen ze met Caroline Soesbergen, een van de leiders van de leesclub. We praten over het fenomeen “Twitterleesclub”, hoe je zelf mee kunt doen (de volgende avond is 13 maart) en bespreken uiteraard ook de leesgewoonten van onze gast.

Met dank aan mijn volgers

Dit artikel verscheen eerder in CHIP 01-2011, te bestellen via www.chip.nl. Volg CHIP op Twitter.

Hoewel lang niet iedereen het nut van Twitter ziet, komen er steeds meer Nederlandse accounts bij, ook van grote bedrijven en instanties. Zo is er @nosheadlines, dat ieder uur het laatste radiojournaal op Twitter plaatst, zodat je er online naar kunt luisteren, maar ook heel Duckstad zit op Twitter. Bijna ieder zichzelf respecterende nieuwsbron heeft een Twitter-account.

Omdat Twitter (nog) geen banners en reclame heeft, is het een prettige manier om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws en voor het volgen van vrienden en interessante mensen. Toch is nog lang niet iedereen fan van Twitter. Wat kun je zeggen in 140 tekens? Wat interesseert het mij wat een ander aan het doen is? Dat zijn heel valide vragen die je kunt stellen als het op Twitter aankomt. Maar voor Twitter geldt ook wat voor bijna alles geldt: je moet het doen voordat je er verslaafd aan kunt raken. De kracht van Twitter is voor iedereen anders. Sommige mensen gebruiken het inderdaad om hun vrienden te laten weten dat ze net een half uur onder de douche hebben gestaan (“Sorry, aarde”). De vrienden reageren dan en zo ontstaat er vaak een kat- en muisspel van @mentions en ludieke tweets.

Maar lang niet iedereen gebruikt Twitter op deze manier. Zo was ik enkele maanden geleden op een congres over ICT in het onderwijs voor het artikel “Het einde van het Krijtperk?” Daar was ik onder andere bij de keynote van @peterdevisser, over een school waar ieder kind een MacBook krijgt in plaats van werkboeken met opdrachten. Hij twittert, maar niet om te zeggen wanneer hij doucht of praat, maar ter inspiratie. Via Twitter komt hij in contact met andere mensen uit het onderwijs en deelt hij goede ideeën. Twitter is in dat geval een ideeëngenerator. De korte en krachtige berichten kunnen bij gelijkgestemde volgers een eigen leven gaan leiden. Ik gebruik Twitter op beide manieren. Twitter is de reden dat ik bijna in de organisatie van een naaktkalender terechtkwam, maar ook dat ik de Weblogger van deze CHIP vond.

De leukste toepassing van Twitter is voor mij de “Mag ik een vriend bellen?”-optie. Toen ik namelijk na afloop van mijn congresdag op station Lunteren aankwam, bleek de trein net vertrokken. De trein naar Ede-Wageningen komt daar maar één keer per half uur. Dus tweet ik: “Trein vertrekt over 28 minuten, zou er in Lunteren verder nog iets te doen zijn?” Twee minuten later krijg ik van @ImkeWalenberg een adresje waar ik een lekkere kop koffie kan drinken en mijn artikel alvast schematisch kan opzetten. Dat is vele malen beter dan in de vrieskou te wachten op de volgende trein. Als je echt niets te doen hebt, kun je altijd nog proberen andere mensen te helpen. Twitter kan grappig, handig en inspirerend zijn. Misschien was dat in eerste instantie niet het idee erachter, maar dat is wat het is geworden. Als je dat wat lijkt, kan ik je alleen maar aanraden Twitteren toch echt een keer te proberen. Begin met het volgen van @chipnl en @ditisstefan.

Wat doe jij met je browser?

Browsers gebruik je in principe om op het web te surfen, maar hoeveel andere software gebruik je nu nog in je dagelijks computergebruik? Google speelt hierop in door een besturingssysteem te ontwikkelen (Chrome OS), dat als slogan “Nothing but the web” heeft: alles doe je op internet, je slaat bijna niets meer lokaal op.

De nieuwste versie van Google Chrome geeft alvast een voorzetje wat dat betreft. Extensies en uitbreidingen behoren al sinds Firefox tot het gemeengoed op internet, maar met Chrome Web Store kun je niet alleen uitbreidingen aan je browser toevoegen, maar zelfs hele toepassingen. Dat varieert van een handige applicatie als Tweetdeck (om mee te tweeten) tot het verrassend verslavende “The Fancy Pants Adventure” spelletje. Tegelijk kun je bijvoorbeeld ook het nieuws van New York Times op een aantrekkelijke manier lezen. De apps zijn een soort webpagina’s, maar ze voelen aan als losstaande software. Google heeft goed in de gaten dat als je dan toch alles op internet doet, je de rest van het systeem zo goed als weg kan laten. Met de nieuwste versie van Chrome kunnen we daar vast aan wennen. Ik weet nog niet of ik eraan toe ben om al mijn bestanden op internet te zetten, maar als mijn browser een hoop applicaties overbodig kan maken, dan wordt de rest van mijn computer daar alleen maar sneller van… Of gebruik jij liever je browser om gewoon mee te surfen?

De 6 Fases van Twitter

twitter_logo_headerGisteren passeerde ik de 200 tweets. Feest dus. Want 200 tweets is kei veel. Nou ja, als je een week bezig bent. Bij mij ligt het tempo dus aan de lage kant, hoewel er de afgelopen maand wel sprake is van een significante stijging. Maar zoals ik eerder uitlegde, is Twitter best verslavend als je een goede mix maakt van mensen die je kent en mensen die boeiend zijn (waarbij mensen die je kent ook best interessant kunnen zijn!). Enfin, als ik al van plan was om er de brui aan te geven, kan ik dat nu niet meer doen. Turin Brakes is sinds gisteren namelijk ook in de Twittertrein gesprongen. You leave me no choice, then.

Maar toen ik vanochtend twitterde ‘Goedemorgen! Let’s shower!’, werd ik overvallen door drie gedachten:

  1. Bestaat er zoiets als ‘too much detail’ op Twitter?
  2. Waarom worden sommige mensen overvallen door een soort twitterdwang, om vervolgens verslag te doen van dingen die mij totaal niet boeien?
  3. Waarom heb ik de neiging in het Engels te twitteren?

Too much detail lijkt me duidelijk: soms worden er dingen getwitterd waarvan ik denk “moet dat nou?’ Ik onderscheid grofweg 5 fases in het Twittergedrag van mensen:

  1. Wat ik doe.
  2. Wat ik denk.
  3. Wat ik twitter.
  4. Wat mij meesleept.
  5. Too much detail.

De eerste fase is waar men mee begint. Mijn eerste tweets (van nummer vier naar één):

In het begin schrijf ik dus inderdaad wat ik doe. Ik zeg niet dat ik uitsluitend activiteiten twitterde, maar ze hebben wel de overhand. Waarschijnlijk deed ik dit omdat ik dacht dat dit de bedoeling was. Merk op dat ik het niet zo boeiend vond: mijn eerste vier ‘tweets’ bestrijken een periode van bijna vier maanden. Op een gegeven moment ga je dan, for the sake of variation, maar wat gedachten erbij twitteren (fase 2):

  • Tas inpakken voor trips – en moet de puzzel “boek teruggeven aan iemand die ik vandaag niet tegenkom” nog oplossen…
  • Ben blij dat Ajax ownt :), wat duren 90 minuten soms lang hè…Oh, en Viviënne is dus echt wel de mol …

Het twitteren wordt nu al interessanter, wellicht ook voor anderen, maar het probleem is dat twitteren helemaal geen egoïstische actie is. Het gaat juist (ook) om het communiceren met anderen. Dus ga je @ntwoorden op andere mensen en zo ontstaan gesprekken. En dan kom je vanzelf in fase 3 terecht: je gaat je bewuster worden van hoe en wat je twittert:

Dit metatwitteren is in combinatie met de gesprekken die je voert extreem verslavend. Zeker als je een goede mix van mensen hebt (anders ben je hier allang afgemaakt). Was Myspace nog vooral een plek voor bands om hun muziek te verspreiden, Twitter heeft geen muziekspeler en gaat dus puur om de communicatie. Dus ga je volop reageren op wat andere twitteren. En zo gaat het twitteren niet meer over je leven, maar over twitter. En ja, dan is het hek van de dam. Dan kun je eigenlijk alles twitteren (fase 4) en word je meegesleept – vaak is het niet eens meer duidelijk waar je over twittert:

(dit was overigens op de diësviering van de RU).

Je zou denken dat dit dan wel ongeveer het einde is. Maar nee, op dit punt is de frequentie van het plaatsen van tweets zo toegenomen, dat je op een gegeven moment je gevoel voor zelfcensuur verliest. Je twittert alles. En als je een keer iets interessants meemaakt, dan wordt dat op extreem uitgebreide wijze getwitterd: soms wel 20 tweets over één concert, feest, vergadering of congres. En soms is dat best boeiend. Maar soms kan dat ook best frustrerend zijn voor je volgelingen die niet geinteresseerd zijn in het aantal mensen dat vandaag rode schoenen aan heeft in je collegezaal. Op die momenten kun je niet even die persoon ‘uitzetten.’ En dan komen ineens, out of the blue, de berichten die misschien wel too much detail geven.

Nu ben ik zelf nog niet te ver gegaan (dit lijkt mij persoonlijk een milde vorm hiervan, zowel qua shock value als qua niveau (kwaliteit)). Want dat getwitter gaat natuurlijk helemaal de verkeerde kant op als je wat te veel hebt gedronken. En dat heb ik natuurlijk nooit. Maar er zijn mensen die dat wel hebben – en twitteren. En dat kan soms hilarisch zijn, maar soms ook gewoon too much detail. Als je wilt weten hoe dat eruit ziet, zou ik willen adviseren wat mensen met een dergelijke levensstijl uit te zoeken. Bijvoorbeeld een bekendheid.

Maar ik had het over zes fases. Eén fase die als een rode draad doorloopt en die in die zin los staat van de inhoud van je tweets, is die van je twittervorm (hoe ik twitter). De verleiding is bij mij groot om, nu ik ook Engelse followers heb, om dan maar in het Engels te twitteren. Maar het grootste deel van mijn followers is gewoon keihard Nederlands. En ik denk zelf in het Nederlands. Maar ik wil niet de rest van de wereld uitsluiten van mijn tweets. Die zijn namelijk heel boeiend – soms. Het is niet praktisch om twee accounts te maken (een Nederlandstalige en een Engelstalige). Het beste zou zijn als je met een klik kon aangeven of je tweet in het Nederlands of Engels was (of nog beter: dat Twitter dat automatisch zou herkennen) en dat mensen dan op Twitter kunnen aangeven of ze al je tweets kunnen zien of alleen die in de talen die ze zelf ook snappen. Maar die functie is nog niet beschikbaar. Dus twitter ik nu maar soms in het Engels en wat vaker in het Nederlands.  Ook al ziet dat er heel stom uit. Vind ik zelf.

Nog een week!

Jawel, ik heb gewoon nóg een week vakantie. Ondanks dat ik de afgelopen week verrassend weinig heb uitgevoerd (ik heb wat achterstallig onderhoud verricht, maar ik ben nog niet helemaal bijgewerkt qua opdrachten, websites en werkzaamheden), was ik afgelopen weekend nog steeds heel erg moe. Maar ik heb nog een week. Het voelt ook erg raar om niks te doen. Ik zou niet willen spreken van schuldgevoelens, maar ik twijfel continu of ik niet tóch iets moet doen. Dat gevoel moet er denk ik uitgeslagen worden.

Ik heb een lijstje gemaakt van de dingen die ik deze week zeker nog moet doen. Voor school, universiteit, werk en vrije tijd. Het is nog een aardig lijstje met dingen, maar ik heb als voordeel dat ik verder niet zoveel hoef te doen deze week. Ik heb alleen ‘s avonds activiteiten staan, overdag bestaat dus vooral uit uitrusten en rustig werken. Kijk, dat is twee keer ‘rustig’ in één zin… Dat staat me wel aan.

Heb ik dan geen spannende activiteiten op de planning staan? Nee, deze week niet. Volgende week daarentegen gaan we helemaal los. Dinsdagavond geeft Richard Swift een concert in Utrecht en daar gaan we naar toe. Vrijdagavond, aan het einde van de week, neem ik dan het vliegtuig naar Engeland, alwaar ik op zaterdagavond Turin Brakes in Canterbury zie. Het is ten slotte alweer negen maanden geleden dat ik de band voor het laatst zag. En toen de band vorige maand aankondigde dat ze in mei met een intieme akoestische show terug zouden keren naar de livepodia, dacht ik “daar moet ik bij zijn.” Al is het maar omdat de band misschien nieuwe liedjes speelt. En omdat ik wel toe ben aan een kleine reis naar het buitenland. Hopelijk zit het weer mee. Dat zou helemaal mooi zijn. Verder zal ik de komende weken vast heel druk bezig zijn met lesgeven en stage lopen. Hopelijk bruis ik aan het eind van deze week van de energie, zodat ik kan doorstomen tot de zomer.

Dan moet ik nu nog iets kwijt over Twitter. Een tijdje terug heb ik Twitter afgedaan als een stom fenomeen. Afgelopen weekend zag ik het licht. Ik ben nog steeds geen enorme fan, maar als je genoeg vrienden hebt, gaat er wel degelijk een soort verslavende werking van uit. Ik heb de afgelopen tijd een soort mix opgebouwd van mensen die ik daadwerkelijk ken en celebrities als Sia, Tom McRae en een bandlid van Athlete. Sia tourt op dit moment door Europa en haar berichtjes zijn al net zo gek als haar videoclips. Tom McRae en Athlete werken aan  nieuwe albums. Tom McRae update ongeveer net zo vaak als ikzelf (lees: niet vaak), maar Carey (bassist van Athlete) is een fanatieke twitteraar. De band plant momenteel een tour door Engeland, maar afgelopen weekend kwam Steve erachter dat ‘ie op de eerste avond van de tour een knieoperatie heeft. Als ware het een soap, konden wij, followers van careyathlete, volgen hoe hij eerst probeerde zijn operatie te verplaatsen en vervolgens probeerde te regelen dat hij toch bij de tour kon zijn. Dit soort interessante verhalen, afgewisseld met de kleine berichtjes van mensen uit je directe opgeving, zijn de kracht van Twitter. Ik zie nog steeds niet het nut om zelf ieder uur te updaten, maar het kan wel degelijk leuk zijn.

Ten slotte nog dit: in mijn vorige post klaagde ik over ‘mijn’ Senseo. Ik kan bij dezen kwijt dat het niet ligt aan mijn koffiemerk en dat ons apparaat ook niet kan ontploffen (hij hoeft niet terug naar de fabriek). Bij ons op zolder staat echter een reserveapparaat en die mag ik nu in gebruik nemen. Hopelijk krijg ik dan weer koffie mét schuimlaagje.

Twitter? Twitter? Twitter in je broek!

Het principe van Twitter staat me gewoon een beetje tegen. Op zich zijn die status updates uitermate interessant (ofzo), maar om het nu fulltime bij te gaan houden… Niet mijn ding… Toch heb ik besloten dat ik nog even doorga. Alleen komen die berichtjes niet meer iedere dag op ditisstefan.nl te staan. Maar wel hier.